Valt er nog iets te leren van Estland?

Het Amerikaanse ‘Public education system’ staat onder druk. We zien een toenemende commercialisering en tweedeling ontstaan.  De toetsmania en de charterscholen zijn de belangrijkste oorzaken. Openbaar onderwijs in Estland wordt daarentegen steeds succesvoller.  Wat kunnen we leren van de VS? Hoe het niet moet? En van Estland hoe het zou kunnen?

Diane Ravitch, kritische volger van het Amerikaanse onderwijsbeleid, historica en in het verleden adviseur van democratische presidenten, zal op Hillary stemmen. In haar blog somt ze op waarom.

Toch laat Ravitch ook een kritisch geluid horen, namelijk waar het gaat om de opvattingen over onderwijs van Hillary Clinton. Zij is een voorstander van charterscholen. Dit zijn volledig door de overheid gesubsidieerde scholen die vanuit andere onderwijskundige uitgangspunten werken dan de reguliere gesubsidieerde scholen en ze zijn vrijgesteld van een aantal regels die voor het reguliere onderwijs wel gelden. Ravitch vindt dit een slechte ontwikkeling, omdat charterscholen de segregatie in de hand werken.

“They are not public schools. They are not accountable or transparent. They are privately managed. They are a form of privatization. They pave the way for vouchers. They encourage parents to think as consumers, not citizens. What we have learned from twenty-five years of charter schools is that deregulation opens the door to fraud, nepotism, and graft.”

Hillary steunt, naar eigen zeggen,  alleen excellente charterscholen. Ravitch heeft haar bedenkingen welke dit dan wel niet zijn. Scholen met uitstekende testscores? Maar dat zijn nu juist de scholen waar geen leerlingen toegelaten worden die nauwelijks Engels spreken of een handicap hebben.

Ravitch noemt charterscholen particuliere scholen die overheidsfinanciering ontvangen. “De Amerikaanse openbare school is een van de basisideeën van onze democratie”, aldus Ravitch.

Hillary heeft echter de steun van de vakbonden nodig en aangezien charterscholen daar niet bij aangesloten zijn, wekt  de switch naar links van de presidentskandidate met een aanval op ‘for profit’ charterscholen (scholen die gerund worden door private organisaties met een winstoogmerk) zoals een artikel in The Washington Post beschrijft, geenszins verbazing.  Verkiezingsretoriek of voortschrijdend inzicht?  Maar misschien leert het Amerikaanse onderwijs nog van Estland.

In The Hechinger Report  verscheen onlangs een artikel van Sarah Butrymowicz over Estland  ‘Is Estonia the new Finland?’, waarin zijn een vergelijking maakt tussen het onderwijs in Estland met dat in Amerika.

Estland stond lange tijd niet in de ranglijsten waartoe Korea, Singapore, Japan en Finland behoren. Dat kan veranderen als Estland de stijgende lijn blijft volhouden. Volgens Butrymowicz vragen slechts weinigen zich af wat we kunnen leren van het onderwijs in Estland en sluit Amerika  zijn ogen voor het rijzende Estland met het argument dat de verschillen terug te voeren zijn op demografische en culturele verschillen.  Marc Tucker, president van het National Center on Education and the Economy in Washington, D.C. bezocht Estland afgelopen jaar en ontdekte dat,  de reden voor het  succes een erfenis uit het verleden is:  het creëren van een educatief systeem op basis van gelijkheid. Estland houdt vast aan het systeem dat onderwijs niet afhankelijk mag zijn van het inkomen van de ouders.

    “It doesn’t matter what kind of family you come from, you can still achieve a lot.”

Dat is in Amerika wel anders. Kinderen van ouders met een hoog inkomen bezoeken vaak elite scholen. Estlandse scholen volgen een nationaal curriculum waarbij per vak vastgesteld is waar leerlingen per jaar aan moeten voldoen. Dit geldt tot en met het 9e leerjaar.

Andere factoren die een rol spelen: de waardering voor het onderwijs en de autonomie van de docent.  Voor Nederland geen onbekende constatering. Alleen moeten wij daar nog een inhaalslag maken. Jelmer Evers en René Kneyber hebben in 2013 in hun boek Het Alternatief  uitvoerig uit de doeken gedaan welke veranderingen er nodig zijn in het Nederlandse onderwijs. In Estland blijven docenten minstens drie jaar dezelfde klas lesgeven waardoor zij een goede relatie op kunnen bouwen met de leerlingen.  Zij zijn goed in het begeleiden van leerlingen en  voorkomen dat leerlingen het spoor bijster raken. In Amerika  wordt daarentegen veel tijd besteed aan leerlingen die achterop raken.

Het onderwijs in Estland legt nog sterk de focus op docentgecentreerd lesgeven en het leren van feiten heeft prioriteit boven het leren van soft skills. Een verandering hierin ligt niet voor de hand, omdat Estland goed scoort in internationale tests.

In Nederland maakte De Stichting van het Onderwijs reeds in 2014 een studiereis naar Finland en Estland. Voor ScienceGuide schreef Patrick Banis een verslag  ‘Van kanteling naar nieuw Walhalla?’. Over het gebruik van ICT in de les rept het Amerikaanse artikel echter  met geen woord. Dat is op zijn minst vreemd te noemen. Banis daarentegen vertelt juist wel over de ontwikkeling in Estland op het gebied van ICT dat een  belangrijke plaats in het onderwijs inneemt en de overheid heeft daarin fors geïnvesteerd. Vanaf 2000 beschikken alle scholen over internet en hardware. Vanaf 2006 wordt e-learning met de daarbij behorende lesmethoden ingevoerd en  sinds 2012 is dat verfijnd tot een programma voor ‘learning and teaching in the digital age’. In Nederland staat programmeren nog in de kinderschoenen en heeft dit bij de overheid geen prioriteit. In Estland leren kinderen vanaf zes jaar l op veel scholen programmeren met het Coder Dojo programma.

Dan is er nog een blog van Jan Verweij, docent filosofie, op de website van Onderwijs2032 over een studiereis in 2015 naar Finland en Estland. Toch mooi dat dit gefaciliteerd werd in de aanloop naar de online enquête over Onderwijs2032.  Zeker de moeite waard om te lezen.

In november gaat redactielid Tessa Van Zadelhoff voor een studiereis naar Estland met pabostudenten en docenten. In Estland wil men graag weten hoe wij in Nederland differentiëren. Tessa zal verslag doen van haar reis.

Door Ankie Cuijpers