Wat lezen docenten?  In de nieuwe reeks  ‘De docent en zijn leeslijst’ vertelt Paul Ket  wat hij zoal afgelopen weken gelezen heeft.

KETPaul Ket is docent wiskunde op het Revius Lyceum te Doorn.

Vakantie. In elke groep zijn er verwachtingen over wat een “goede vakantie” is. In mijn schoonfamilie gaat het om eten: “Heb je een fijne vakantie gehad?”, “Ja, lekker gegeten”. Dat is in mijn familie niet zo. Daar werd (ook) gekeken naar de centimeters boek die doorgenomen zijn. Deze zomer, mede door het ontbreken van 3G en Wifi had ik de gelegenheid om wat achterstallige kranten, bewaard op de iPad, door te nemen. Aangezien volgens een wiskundige toeval echt bestaat, sluit de actualiteit vervolgens netjes aan.

Bij aanvang van de vakantie bleek ik ongeveer 40 oude zaterdagkranten bewaard te hebben. De oudste exemplaren gaan vooral over de vluchtelingencrisis. Een jaar geleden staken vluchtelingen op gammele bootjes de Middellandse Zee over, met alle slachtoffers die dat tot gevolg had. De krant (#vk), ging uitgebreid in op de achtergronden. Eén van de thema’s was: hoe gaan deze vluchtelingen integreren in de Westerse, democratische samenleving van Nederland. Hoe voorkomen we radicalisering.

De Amerikaan Fathali Moghaddam krijgt in de Volkskrant het woord over de wijze waarop radicalisering zich ontwikkeld en hoe dat tegemoet getreden kan worden. Nu werk ik in de onderbouw op een grotendeels witte school met een grotendeels welgesteld christelijke achtergrond, dus niet echt risico gebied, maar wel de moeite waard om hier toch met hen stil bij te staan. Want elke puber radicaliseert wel een keer. Al was het maar over het (niet) opruimen van de kamer. Langs welke weg ga je met pubers, ongeacht de achtergrond, het gesprek over radicalisering en democratie aan. Met hun rechtlijnige manier van denken willen pubers nog wel eens ad absurdum doorredeneren en daarbij het belang van de minderheid of de gehele samenleving uit het oog verliezen. Waarmee het bruggetje naar de ontwikkelingen in Turkije zo gelegd is. Dit artikel, van 2-12-2015, is ruim voor de democratische staatsgreep (?!) van Erdogan , geeft argumenten om duidelijk te maken dat het door Erdogan gebruikte bijvoeglijk naamwoord onterecht is.

Dit artikel leeslijst werd vervolgens aangevuld door een artikel in het FD, van 6-8-2016 (helaas nu achter een betaalmuur). Rechtsgeleerde en filosoof Paul Cliteur krijgt het woord over de relatie tussen de staat, de islam en de democratie. Los van alle andere dingen die hij, legt Cliteur een bodem onder de democratie, die weliswaar volgt uit de cirkel van Moghaddam, maar daar niet expliciet in staat: een democratisch besluit kan niet inhouden dat de democratie wordt afgeschaft. Een basis-aanname, een startpunt, dat ik zelden expliciet geformuleerd zag. Net zo min dat je regelmatig ziet dat nogmaals vastgesteld wordt dat 1+1=2 nog steeds geldt. Cliteur beweert impliciet dat deze grondgedachte over democratie expliciet door de staat en de overheid verdedigd moet worden. Een doorwrochte analyse van het betoog van Cliteur vind je op het blog Nieuwewij.nl

Bij elkaar geven deze twee artikelen voldoende basis onder een gesprek met leerlingen over wat er in Turkije voorvalt.

Dat gesprek over Turkije zal dus niet voor alle deelnemers de gewenste uitkomst krijgen. In een boekbespreking van het boek van Jeffrey Edward Green, The Shadow of Unfairness, komt op 13 augustus 2016 naar voren dat een meritocratische democratie, gewone burgers uitsluit. Kennis is macht, macht compromitteert en vervreemd: de gekozen bestuurder werkt zich in materie in, weet dan véél van een thema en komt daarmee los van, op zijn best, de Common Sense. Omdat de huidige samenleving ingewikkeld is. Omdat er altijd valkuilen en bijeffecten zijn. Waarmee degenen die minder geïnformeerd zijn, al dan niet vrijwillig, uit gebrek aan belangstelling of, laat ik het maar benoemen, intelligentie, vervreemd worden van de politiek. Green maakt hiermee duidelijk dat het wij-zij denken van burgers ten opzichte van de politiek, de hoge heren, de pluchezitters, onvermijdelijk is.

Voor de zomervakantie ben ik begonnen met het lezen, bestuderen en bespreken van de didactische technieken aangereikt door Dough Lemov in “Teaching like a Champion”. In de inleiding verantwoordt hij zijn focus op goede docenten. In mijn woorden komt het er op neer, dat volgens hem een functionerende democratie opgeleide burgers nodig heeft, waarvoor goede docenten nodig zijn. Les over, les in, maar vooral onderwijs, zijn nodig voor onze democratische samenleving. En om het eerste segment in de Democratiecirkel te citeren: “Ik kan het bij het verkeerde eind hebben”, maar het is wel een krachtige boodschap die het onderzoeken waard is, vooral met onze leerlingen.