Van september 2015 tot januari 2016 werd  voor het eerst de minor Creative Educational Design aan de Radboud universiteit aangeboden.

De minor laat studenten zien wat er allemaal komt kijken bij innovatieve taallessen, en reikt de instrumenten aan om zelf tot een innovatief educatief ontwerp te komen. Wat deze minor mede zo bijzonder maakt is de wisselwerking tussen theorie en praktijk, tussen de laatste didactische inzichten en de toepassing daarvan bij een eigen ontwerp.

Het educatieve ontwerp hebben studenten in samenspraak met de vaksectie op een middelbare school gemaakt. Ze liepen mee met een vakdocent, bezochten veel lessen, en voerden gesprekken over onderwijs. Op basis van de colleges, gesprekken, observaties én eigen kennis en creativiteit ontwikkelden de studenten innovatieve taallessen waar de school en de docent om zaten te springen.

De vakinhoud heeft altijd voorop gestaan.

In de minor is bewust ingezet op innovatief onderwijs met ICT. Niet vanuit de gedachte dat ICT een doel op zich is, maar vanuit de ervaring dat veel docenten wel ‘iets met ICT willen doen’ maar niet zo goed weten hoe, of de tijd niet hebben om bewust te ontwerpen en experimenteren. Vanuit de gedachte dat ICT iets zou kunnen toevoegen aan het onderwijs, maar alleen als we het niet als ‘extra erbij’ zien, maar als een van de mogelijkheden. De vakinhoud heeft altijd voorop gestaan.

Deze minor was voor alle betrokkenen hard werken, maar zeer zeker de moeite waard. Alle door de studenten gemaakte ontwerpen zijn hier te vinden.

In dit artikel lichten we er één ontwerp uit.  Het is het ontwerp voor literatuurgeschiedenis bij Nederlands.  Zoals iedereen zich wel kan herinneren wordt bij Nederlandse literatuurgeschiedenis van den vos Reynaerde behandeld. Literatuurgeschiedenis is voor leerlingen niet altijd even aansprekend. Er wordt gestart bij de Middeleeuwen, het staat ver van de leerlingen af en is wat minder toegankelijk. Lessen literatuurgeschiedenis worden over het algemeen saai, oninteressant en lastig gevonden. Doel werd een lesontwerp creëren waarin literatuurgeschiedenis toegankelijk en aantrekkelijk wordt gemaakt, waardoor de leerlingen het vak wel als leuk en interessant ervaren. Hierbij is het natuurlijk nog steeds de bedoeling dat de leerlingen de  tekst daadwerkelijk lezen, want interessanter maken door dingen weglaten is niet de bedoeling.

In de eerste fase behandelt de docent zelf de theorie die bij de literatuurgeschiedenis uit de middeleeuwen hoort. Bijvoorbeeld met een hoofdstuk uit Laagland, waarin de politieke, culturele en sociaaleconomische toestanden uit die tijd worden uitgelegd. In dit hoofdstuk wordt Van den vos Reynaerde ook kort behandeld. Zo krijgen de leerlingen een eerste indruk van de tekst en de bijbehorende achtergronden.
De tweede fase bestaat uit het behandelen van het verhaal zelf. Dit doen we aan de hand van een rap van Charlie May. Hij heeft de middeleeuwse tekst in een modern jasje gestoken door het om te zetten in een rap. Deze rap vat het verhaal begrijpelijk samen en de belangrijkste gebeurtenissen, personages en de moraal worden goed uitgelicht.

 Fakebook

De derde fase bestaat uit de opdracht met Fakebook. Fakebook is vergelijkbaar met het sociale medium Facebook, maar de tool is speciaal ontworpen voor educatieve doeleinden. Op Fakebook kun je een profiel aanmaken voor bijvoorbeeld een personage uit een roman en op die pagina kun je berichten, foto’s, reacties, etc. plaatsen.

Leerlingen worden in groepjes verdeeld, waarbij elk groepje zich gaat richten op een personage uit Van den vos Reynaerde. Zo zullen er leerlingen zijn die zich bezighouden met Reynaert, die zich bezighouden met Tibeert, Grimbeert, Bruun en die zich bezighouden met koning Nobel.
Het is de bedoeling dat ieder personagegroepje de volgende gebeurtenissen uit het verhaal in ieder geval moet beschrijven op het Fakebook-profiel:

  1. De gebeurtenissen rondom het begin van de hofdag.
  2. De gebeurtenissen rondom Bruun die Reinaart gaat halen.
  3. De gebeurtenissen rondom Tibeert die Reinaart gaat halen.
  4. De gebeurtenissen rondom Grimbeert die Reinaart gaat halen.
  5. De gebeurtenissen rondom Reinaart die bij koning Nobel komt.

Dat ‘beschrijven’ gebeurt door voor het personage een profiel aan te maken op Fakebook. Op deze Fakebook-pagina kunnen zij posts, reacties, foto’s, filmpjes, tekeningen, etc. die gerelateerd zijn aan de vijf gebeurtenissen plaatsen vanuit het perspectief van hun personage. Zo kunnen ze een post plaatsen vanuit hun eigen personage, maar ze kunnen ook op de Fakebook-pagina van hun personage een post plaatsen vanuit andere personages en daar eventueel op reageren vanuit hun eigen personage. Als het personage van een groepje bij een bepaalde gebeurtenis niet aanwezig is, is het de bedoeling dat er een post geplaatst wordt over wat dat personage zou vinden van de gebeurtenis. Het gaat er dus echt om dat de leerlingen in de huid van de personages proberen te kruipen. De Fakebook-pagina van het personage mag verder naar eigen smaak worden vormgegeven en ingericht, als het maar serieus gebeurt en als de leerlingen zich houden aan de opdracht.
Kortom: het gaat erom dat het verhaal gereconstrueerd wordt vanuit de visies van de vijf belangrijkste personages.

In het tweede deel van de opdracht zullen de groepjes gehusseld worden, waardoor er vijf nieuwe groepjes ontstaan, waarbij ieder groepje alle vijf de personages bevat. In elk nieuw groepje hebben de leerlingen dus beschikking over alle vijf de gecreëerde Fakebook-pagina’s. Dan is het de bedoeling dat de vijf verschillende pagina’s en personages binnen dat groepje met elkaar vergeleken worden. Hierbij is het de bedoeling dat de groepjes al discussiërend de volgende opdrachten uitvoeren:

– Vergelijk de vijf Fakebook-profielen. Noem per gebeurtenis verschillen in hoe de gebeurtenis is weergegeven vanuit de verschillende pagina’s.
– Geef per personage de belangrijkste karaktereigenschappen weer.
– Geef voorbeelden uit het verhaal waaruit die belangrijkste karaktereigenschappen duidelijk blijken.

Het mooie aan dit ontwerp vond ik het feit dat de vakinhoud nog steeds voorop staat, het verhaal wordt gelezen, en de karakters worden bestudeerd en het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven bekeken. Ik denk dat het een opdracht is die leerlingen wel vaker kregen bij van den Vos Reynaerde, maar die (zonder ICT)  niet altijd aansloeg. Leerlingen een Fakebookpagina te laten maken kan een manier zijn om de opdracht aansprekender te maken. Verandert de kern van de opdracht daarmee? Nee, ik denk het niet.  Maar het werk (je verdiepen in een verhaal en karakter) wordt op deze manier wel meteen zichtbaar gemaakt, en je kunt interactie aangaan met de andere karakters. Natuurlijk is het wel van belang dat het niet blijft bij ‘maak een Fakebook’ pagina, maar ook echt inhoudelijk eisen te stellen aan de pagina’s en de posts. Het is natuurlijk de bedoeling dat ze de literatuurgeschiedenis leren, en niet Fakebook. De docent speelt hier een cruciale rol in. Deze moet meekijken met de pagina’s, vragen stellen vanuit het doel, het verhaal laten koppelen aan de posts en leerlingen laten voelen hoe leuk zo’n middeleeuwse tekst is!

We gaan door!

De reacties van zowel scholen als studenten waren zeer positief. In september 2016  zijn we gestart met een nieuwe ronde. Ook nu gaan de studenten weer ontwerpen maken in samenwerking met vaksecties en docenten.

De minor is een kennismaking met onderwijs en docentschap, zonder de ‘stress’ van voor de klas staan. Alle facetten uit de praktijk komen langs: wisselende roosters, dat de les toch niet gegeven kan op het moment dat je gepland had vanwege uitval of vergadering, de eerlijke uitspraak van leerlingen als je om feedback vraagt, het feit dat een docent ook wel eens een les geeft die niet uitpakt zoals gepland, maar vooral hoe afwisselend en mooi het onderwijs is!

De minor bestond uit twee vakken: Taal- en Cultuurdidactiek en Educational Design. Het eerste vak gaf studenten handvatten om het vak dat ze studeren eens te doorgronden en te bekijken hoe dit vak zijn weerslag vindt, of zou kunnen vinden in het voortgezet onderwijs. Hoe ziet taalonderwijs eruit, welke didactische principes spelen een rol, welke visies zijn er op het schoolvak? Studenten maakten bijvoorbeeld kennis met de taxonomie van Bloom, RTTI, OBIT, maar ook met vormen van grammaticaonderwijs en literatuuronderwijs.
 In het tweede vak draaide om de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van een innovatief educatief ontwerp. Als handvat voor het ontwerp doorliepen studenten het ADDIE-model. Om de studenten te helpen bij hun ontwerp, maakten ze kennis met en gebruik van het curriculaire spinnenweb (SLO) , Technological Pedagogical Content Knowledge (TPACK, Koehler & Mishra, 2008) en het Substitution Augmentation Modification Redefinition Mode (SAMR, Puentedura, 2010;2013). Naast de bespreking van de theorie werden concrete voorbeelden gegeven van innovatief onderwijs. Centraal stonden steeds de onderwerpen materiaal, docent en leerlingen.

Amber Walraven, docent en onderzoeker Radboud universiteit