Vrijdagmiddag 7 oktober bezocht ik het lerarencongres. Inmiddels voor de vierde keer op rij en ik moet zeggen, dat deze keer de slogan van, voor en door docenten ruimschoots waargemaakt werd. Het was heel moeilijk om een keuze te maken, want er was een ruim en gevarieerd aanbod. Alhoewel ik sinds 2012 geregistreerd ben in het lerarenregister en zelf ervaring hiermee heb opgedaan besloot ik toch om de workshop van een andere ervaringsdeskundige te gaan volgen.

Door Ankie Cuijpers

Bij het verlaten van station Amersfoort Schothorst zag ik, naar rechts kijkend, op nog geen 150 meter afstand als een baken de tenten van lerarencongres verschijnen . Een perfecte locatie dus. De ontvangst was ook uitstekend. Met dank aan de studenten van ROC Midden Nederland. Het programma bood volop keuze en de programmaonderdelen werden veelal door docenten gegeven. Ik was in feite illegaal aanwezig. Een toegangskaart had ik wel, maar bij aanmelding was je verplicht om een school op te geven. Ik ben met keuzepensioen en ben dus niet meer verbonden aan een school. Waarschijnlijk hoor je dan niet meer op dit congres rond te lopen. Ik had de indruk dat het minder druk was dan andere jaren toen het congres maar éen dag was. Nu was het een tweedaagse aangelegenheid: vrijdag 7 en zaterdag 8 oktober.

Het lerarenregister: ervaringen van een gebruiker.

Op 5 oktober, de dag van de leraar, was het debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Beroep Leraar en het lerarenregister. Het thema lerarenregister kreeg ook op het congres volop ruimte. Ik was benieuwd naar de workshop van docent André van Dijk (Sint-Maartenscollege Maastricht)  ‘Het lerarenregister: ervaringen van een gebruiker’. Alhoewel ik bij de naam workshop een andere associatie heb dan hoofdzakelijk een voordracht kwam er uiteindelijk enige interactie met het 20-koppige publiek, waarvan vier personen op enigerlei wijze verbonden waren aan de Onderwijscoöperatie. Van Dijk verzocht de deelnemers mee te denken over herregistratie. Hij had een lijst gemaakt met voorbeelden zoals collegiale consultatie, zelf intern workshops verzorgen, studiereizen met leerlingen, publicaties etc. Een vertegenwoordigster van de onderwijscoöperatie reageerde meteen en merkte enigszins verbolgen op: ”Maar dat kan toch al!”. Van Dijk reageerde met humor: ”Niet boos worden, het is een vraag en we zitten in een tipi, een teken van verzoening.” Maar ik begrijp de reactie van de OC-afvaardiging wel. Van Dijk had het kunnen weten, want op de site van het lerarenregister staat dit:

Je gaat zelf over jouw professionaliseringsactiviteiten. In vier jaar tijd moet je hier 160 uur aan besteden. Dat kunnen formele cursussen zijn maar ook informeel van elkaar leren hoort daarbij (zoals peer review en visitatie). De verplichting van 160 uur is tegelijkertijd een recht. Je werkgever moet daar tijd en ruimte voor bieden.

En in de bijlage ‘Beoordelingskader professionalisering leraren’ staan de activiteiten gespecificeerd. Ook die activiteiten die Van Dijk noemde. Maar goed, het staat hem vrij om daarover in gesprek te willen gaan.

”Dus als ik als docent een workshop geef, kan ik die niet laten valideren, tenzij ik ingeschreven sta bij de Kvk.”

Een blog werd ook genoemd en die staat niet vermeld in het beoordelingskader. Er werd  gevraagd wanneer deze zou kunnen voldoen aan de eisen voor herregistratie. Genoemd werden onder andere het aantal lezers en de hoeveelheid reacties. De enige echte duidelijkheid was dat er van de aanwezigen nauwelijks iemand een blog schreef. Als reden gaf iemand op, daarvoor geen tijd te hebben. Een vreemde gedachtegang volgens mij, want je krijgt 83 professionaliseringsuren per jaar en een deel daarvan zou je daar toch voor kunnen gebruiken, want je beslist zelf hoe je die uren inzet. Overigens was degene die zei daarvoor geen tijd te hebben bij de OC betrokken in het kader van het valideren. Hij zou beter moeten weten.

Toen het onderwerp zelfstudie door Van Dijk genoemd werd, gaf ik aan dat MOOCS daarvoor zeer geschikt zijn. Het is momenteel mogelijk om bijvoorbeeld de MOOC ‘Het puberbrein’ en ‘Toetsen om te leren’ te volgen. De laatste is zelfs gevalideerd. Dit was meteen een bruggetje naar validering en toen werd het spannend. Op mijn vraag aan de OC-delegatie of je alleen validatie aan kunt vragen als je ingeschreven staat in de Kamer van Koophandel (KvK) kreeg ik een volmondig ja als antwoord. Mijn reactie: ”Dus als ik als docent een workshop geef, kan ik die niet laten valideren, tenzij ik ingeschreven sta.” Waarop dezelfde persoon enigszins ontstemd antwoordde: “U vraagt toch ook geld voor zo’n workshop!” Is dit dus de gedachtegang achter valideren en nee, ik vraag geen geld. Het gebeurt al, dat docenten minder uren gaan werken en voor een deel zzp’er worden. Geen gewenste ontwikkeling met het oog op het lerarentekort. Een gevalideerde workshop zou kwaliteit moeten garanderen, maar het lijkt eerder op een goede neus hebben voor hoe kennis in klinkende munt om te zetten. Weg is het idealisme om te delen en samen te werken. Gelukkig zijn er nog de Facebookgroepen en allerlei andere professionaliseringsinitiatieven van docenten zoals Meetups en TheCrowd. Maar ja, de Kamer van Koophandel is een drempel wat betreft validering en voor mijn gevoel ook in strijd met de waardering voor wat docenten vanuit hun professionele houding doen: delen en samenwerken. Als je tijdens een ‘conferentie’ van  een commerciële organisatie je workshop geeft dan kan die organisatie wel registerpunten aanvragen. Vreemd toch.  Als docent ontvang je dan  een vrijwilligersvergoeding van €150,– .
Wat veel  docenten niet weten is dat men over nevenwerkzaamheden de werkgever op de hoogte moet stellen. De cao vo bijvoorbeeld zegt dit hierover “De werknemer stelt de werkgever in kennis van het aanvaarden van een dienstverband, dan wel van alle andere werkzaamheden waarvoor hij salaris, dan wel anderszins inkomen uit arbeid ontvangt. “En “als de werkzaamheden naar het oordeel van de werkgever redelijkerwijs in strijd zijn met de belangen van de instelling, zijn zij niet toegestaan.“ De werkgever is dus aan zet of een docent zich kan laten inschrijven bij de KvK en niet de docent. Ik vind dan ook dat de eis van inschrijving bij de KvK losgelaten moet worden bij een aanvraag voor validering als het een docent betreft. Het gaat toch om de kwaliteit van een aangeboden activiteit en niet of het een commerciële activiteit is.
De workshop was niet wat je noemt verhelderend en gaf eerder een beeld van de docent die zich niet voldoende op de hoogte stelt met op de voorste rij de bewakers van de OC. Wat ik wel weet is dat “Na vier jaar, aan het eind van de herregistratietermijn, wordt bekeken of je voldoende aan bekwaamheidsonderhoud hebt gedaan. De maatlat hiervoor wordt door de beroepsgroep zelf bepaald.” En die maatlat ken ik nog niet, die is vast nog in ontwikkeling zoals wel meer in het register. Een gevalideerde activiteit levert sowieso geen probleem op voor herregistratie, maar dat wist ik al.
Tot slot zei een van de aanwezigen van de OC dat er vertrouwen moet zijn vanuit de docenten en geen wantrouwen. Wat deden dan de medewerkers van de OC bij de workshop? Men kende de workshopgever niet, vandaar. Over vertrouwen gesproken.
Volgens mij kan vertrouwen alleen als er duidelijkheid is en daar is nog onvoldoende sprake van. Met de mededeling dat het lerarenregister nog in ontwikkeling is, zoals op de site te lezen valt, zou een organisatie die daar miljoenen voor krijgt op het moment dat er een verplichting geldt niet mee weg mogen komen.