Beleid, Lerarenregister, OCW

Factcheck: 60.000 leraren in het register? Lees ook Sander Dekker’s reactie. Het gaat allemaal om vertrouwen.

factcheck

Frans van Haandel is ICTer, docent wiskunde en blogger.  Komenskypost heeft Annet Kil, de directeur van de Onderwijscoöperatie, twee dagen geleden om een reactie gevraagd maar zij reageert helaas niet.

Door Frans van Haandel

Bij het debat over de invoering van het lerarenregister zei Sander Dekker onder andere: “Laten we ook eerlijk zijn. Inmiddels hebben 60.000 leraren zich ingeschreven. Dat is bijna een kwart.” De bron die Sander Dekker gebruikte was waarschijnlijk het persbericht van de onderwijscoöperatie van 4 oktober 2016. Daarin staat: “62.000 leraren hebben zich vrijwillig in het Lerarenregister geregistreerd.

Met deze uitspraken is iets vreemds. Een kwart van de leraren vrijwillig ingeschreven? Ik ken best veel leraren, maar daarvan is maar zo’n 10% ingeschreven. De meesten vanwege de verplichting bij een lerarenbeurs. Tijd dus voor een factcheck!

Resultaten factcheck

In het lerarenregister stonden op 6 oktober 2016  33.023 leraren met totaal 35.742 inschrijvingen. Het aantal leraren is 2.719 kleiner dan het aantal inschrijvingen omdat een deel van de leraren meerdere inschrijvingen heeft.

Als je weet dat jaarlijks zo’n 10.000 leraren een lerarenbeurs krijgen waarbij inschrijving in het lerarenregister al jaren een vereiste is, dan zijn er dus waarschijnlijk maximaal zo’n 15.000 leraren die zich vrijwillig inschreven in het lerarenregister.

Werkwijze

Via registerleraar.nl kun je, via de knop “zoek leraar”, zien wie er in het register zit. Je kunt zoeken op leraar, school of plaatsnaam. Hoeveel leraren er in het register zitten, zie je niet direct. Maar de site heeft een handigheid: Als je zoekt op een deel van een naam, dan krijg je alle inschrijvingen die dat deel in de naam hebben. Zoek je bijvoorbeeld alleen op de letter ‘e’ bij “naam leraar”, dan zie je dat er 32.259 resultaten zijn voor leraren met de letter ‘e’ in de naam.

Vrijwel iedereen heeft blijkbaar de letter ‘e’ in zijn voluit geschreven naam. Je kunt vervolgens maximaal 100 resultaten tegelijk bekijken. Met de hand is het op die manier veel werk om alle resultaten te bekijken, maar met een computerprogramma is dat geen probleem. Om de inschrijvingen in het register te bekijken heb ik een computerprogramma gebruikt dat één voor één alle letters van het alfabet invoert en dan alle pagina’s met resultaten langs loopt en de resultaten eruit haalt. Dat levert dus 35.742 resultaten. Voor wie ze wil bekijken heb ik ze in een Excel-bestand geplaatst. Als je de dubbele inschrijvingen er uit haalt, blijven er 33.023 resultaten over.

Nog een factcheck

Nu ik toch bezig ben…

Sander Dekker zei bij zijn bewering dat er 60.000 leraren zich inschreven ook: “De Onderwijscoöperatie en de daarbij aangesloten organisaties hebben een dekkingsgraad van ongeveer 80%. 200.000 leraren worden vertegenwoordigd door deze bonden en vakorganisaties. Het zijn niet alleen maar de bestuurders, zoals even werd gesuggereerd in het debat, die het daar bepalen en voor het zeggen hebben. Het zijn veelal democratische organen, die hun standpunten bepalen in samenspraak en met zeggenschap, soms zelfs via een lerarenparlement, over de punten die zij inbrengen.

200.000 leraren? Even optellen: AOb 85.000; BON 4.000; CNVO 52.000; FvOv 30.000; Platform VVVO 19.000; telt op tot 190.000. Dat klopt bijna met 200.000. Maar… ikzelf ben hierin 3x meegeteld: ik ben lid van AOb, BON en, via mijn lidmaatschap van de vereniging van wiskundeleraren, geteld bij FvOv. Als je hier dubbeltellingen uithaalt, dan kom je op de ruwe schatting van 140.000 leraren vertegenwoordigd door deze bonden en vakorganisaties. Dat is toch zo’n 30% minder dan 200.000.

Wat ik nog belangrijker vind: Sander Dekker zegt impliciet dat het standpunt van de Onderwijscoöperatie via samenspraak en zeggenschap van de leraren tot stand is gekomen. Helaas… Geen van de lidorganisaties heeft de mening van hun leden gevraagd over het lerarenregister. Sterker nog: De onderwijscoöperatie heeft op dit moment 20 ‘ambassadeurs’ in dienst die scholen bezoeken om leraren zich te laten inschrijven in het lerarenregister. Dit systeem van schoolbezoeken om het register te promoten bestaat al sinds het begin van het register. Ik zou nog graag uitgelegd krijgen wat dit te maken heeft met democratie, samenspraak en zeggenschap.

De reactie van Sander Dekker:

U heeft mij gevraagd om een reactie op de blog ╘Factcheck: 60.000 leraren in het register? ╨ Onderwijzerblog╒ van 7 oktober jongstleden. Met deze brief ga ik hier op in.

Zoals ik in het debat al aangaf, zijn inmiddels 60.000 leraren ingeschreven. In de blog wordt het beeld neergezet dat slechts 33.000 mensen in het register staan. Waar de heer Van Haandel refereert aan leraren die het volledige registerproces hebben doorlopen, is het aantal van 60.000 zowel op deze groep gebaseerd als op de groep die momenteel nog in dat proces actief is. Het verschil tussen deze groepen in het vrijwillige register is dat de geregistreerden alle stappen in het systeem voor volwaardige registratie hebben doorlopen. Degenen die zijn ingeschreven werken hier nog aan. Overigens ondervangt de komst van het wettelijke register dit onderscheid, omdat registratie dan plaatsvindt op basis van het ╘belastingdienstmodel╒. Hierdoor staan de gegevens van leraren al klaar in het systeem, waardoor ze zich niet eerst hoeven in te schrijven via het aanmaken van een account. Met zijn DigiD haalt de leraar zijn gegevens op en kan hij zich zo direct registreren.

Ten aanzien van de vraagtekens die de blog bij het draagvlak voor het register stelt, merk ik op dat bij de totstandkoming van het wetsvoorstel veel organisaties betrokken zijn geweest, zoals vakbonden, leraren- en vakverenigingen, alle besluitvorming langs democratische weg. Het beeld uit de blog doet onvoldoende recht aan dit proces.

Het is van belang dat we de beroepsgroep het vertrouwen geven om zelf verantwoordelijk te zijn voor de eigen professionele ontwikkeling. Dat is ook dekern van dit wetsvoorstel. Het gaat er niet alleen om dat alle leraren zichregistreren. De essentie is juist dat leraren het eigenaarschap krijgen om de kwaliteitsstandaard voor het beroep te zetten. Met dit wetsvoorstel wordt een fundamentele bijdrage geleverd aan de versterking van de beroepsgroep.

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Sander Dekker

 

 

 

 

  1. Joel Ulfman

    Ik ben erg blij met dit artikel. Ik loop steeds tegen arrogante cijfersmijterij aan en ben persoonlijk als docent nog nooit gevraagd naar mijn mening, evenmin als de collega’s die ik hierover spreek.
    Bovendien komt meneer (“snotneus” ??) Dekker behoorlijk vaak uit de hoek met een toon alsof hij wéét wat goed is en vooral dat hij námens mij zou spreken….

  2. Frans wil ik nog even meedelen dat de NVvW ook aangesloten is bij het Platform VVVO. Dus dat maakt het nog dramatischer. Maar what’s in a number? Het gaat over de inhoud. Het register is na tientallen jaren vrijblijvendheid in het op niveau houden van je vak, een grote noodzaak. Er liepen/lopen onderwijsmensen rond die na het ooit behaald hebben van hun diploma en onderwijsbevoegdheid, nooit meer iets gedaan hebben aan het bijhouden van hun vak en vakbekwaamheid. Over Onderwijs 2032 kun je een heleboel van mening verschillen, maar docenten die het register als een kwalijk verschijnsel beschouwen, zouden eens goed moeten nagaan of ze daar geldige motieven voor kunnen vinden. En nogmaals: het gaat over de inhoud en niet over de hoeveelheid.

    • Beste René,

      Het gaat uiteraard in de eerste plaats om de inhoud. En die inhoud is belabberd: Veel gevalideerde cursussen voegen niets toe aan bekwaamheid. Wat heb je aan een theatervoorstelling Superschool of trampolinespringen? Een bezoek aan de NOT? 8 registeruren. 40 registeruren per jaar? Dat is geen professionalisering maar gedwongen winkelnering. Professionalisering krijg je door te faciliteren. Zolang de lesopslag voor voorbereiding van een les 15 minuten is per les van 50 minuten is er geen reden om te denken dat je het onderwijs verbetert met een bureaucratisch dwingmiddel voor tijdvulling als het register.
      Oh ja, voor degenen die zeggen dat het register ‘het recht om te professionaliseren geeft’: bekijk eens wat er in de CAO staat. Dan zie je dat een docent een individueel recht heeft op minimaal 86 uren per jaar. En dat 10% van de lumpsum besteed moet worden aan professionaliseren/deskundigheidsbevordering. Het register voegt daar niets aan toe, in tegendeel.

Leave a Reply

Thema door Anders Norén