We geven geen cijfers zolang we leren. Voor veel docenten moet zo’n visie het gevoel geven alsof een aardbeving de school op haar grondvesten schudt. Misschien maar goed, zo’n aardschok, want het heilige huisje dat cijfer heet, is aan vervanging toe. Dat althans is de mening van de aanwezigen op deze donderdagmiddag in Middelharnis. 

Door Ankie Cuijpers

“Ik was ervan overtuigd dat ik over was naar 6 gymnasium, maar ik kreeg een telefoontje dat ik was blijven zitten.” Dominique Sluijsmans, lector Professioneel  Beoordelen aan Hogeschool  Zuyd, vertelt met zichtbare verontwaardiging over die ene vijf voor biologie die haar jaren geleden de das omdeed. Een heel jaar overdoen en dan voor alle vakken, het is niet niks. Ze laat een afbeelding zien en vraagt wie deze man herkent. In haar linkerhand een boek met groene omslag en veel sleetse plekken.  Het is Adriaan de Groot, hoogleraar en bedenker van de Citotoets die in 1966 het boek Vijven en zessen schreef. Het is mij wel duidelijk waarom Dominique dit boek van harte aanbeveelt.  “Als er één gebied is waarop studenten en scholieren rechten kunnen doen gelden, en in de toekomst zullen doen gelden, dan is dat het gebied van de beoordeling.”[1] Minder toetsen, maar vooral anders toetsen. Minder cijfers en vooral meer procesbegeleiding: formatief evalueren dus. Dat is waar we volgens Dominique naar toe moeten.

Ze bundelden hun krachten,  docenten Martin Ringenaldus, Jörgen van Remoortere en Arjan Morée . Alle drie startten ze afzonderlijk met formatief evalueren. Via twitter kwamen ze met elkaar in contact. De vraag die zij enkele maanden geleden stelden: “Waarom niet een Facebookgroep oprichten om onze ervaringen en kennis te delen?”  Inmiddels telt de Facebookgroep ‘Actief leren zonder cijfers’ ruim 1200 leden.

De RGO  in Middelharnis, thuishaven van Martin Ringenaldus, is gastheer voor de eerste bijeenkomst van de Facebookleden  over formatief evalueren . Om vijf uur, na schooltijd dus, start de bijeenkomst met een pleidooi van Dominique voor de weg van een toetscultuur naar een feedbackcultuur. Of zoals zij het graag noemt “van vinken naar vonken”.

Haar eigen ervaring met zittenblijven, maar ook de ervaringen van haar kinderen met toetsen voedden haar interesse voor toetsen en feedback.  Als voorbeeld noemt ze dat bij haar oudste de normering van een toets naar beneden was bijgesteld. Volgens de docent, omdat die te goed was gemaakt. De Groot zegt hierover in  de paragraaf ‘Caesuur en differentiatie’ [2]“Als het goed is, dan moet iedere belangrijke caesuurbeslissing uitdrukking zijn van een grondige doordenking en systematische uitwerking van de doelstellingen van het onderwijs in kwestie en van een daarop gericht onderwijsbeleid van de school.” De oplossing zien de believers van formatief evalueren  in het ontstaan van een feedbackcultuur. Dominique verwijst hierbij naar het boek van Dylan Wiliam Cijfers geven werkt niet.

Feedback

Wat werkt dan wel? Martin, Arjan en Jörgen hebben het begrepen en maken in hun lespraktijk gebruik van drie vormen van feedback: feedup (wat zijn de doelen), feedback (waar sta je nu) en feedforward (hoe kom je een stap verder). Dit gaat zeker niet vanzelf en met vallen en opstaan en vooral van elkaar leren komt men een heel eind. Martin: “Dat dit niet direct perfect van de grond komt, ervaart de directie niet als falen, is ook geen aanleiding om ermee te stoppen. Men ziet het als een leerproces en men geeft mij de vrijheid om e.e.a. rustig op te bouwen. Men vertrouwt erop dat ik het voor elkaar krijg.” Martin vindt de software van BookWidgets ideaal voor zijn manier van werken.  Je kunt eenvoudig interactieve oefeningen maken en alle resultaten zien en deze gebruiken voor feedback.

“Wroeten in rituelen van onderwijs levert veel weerstand op”, aldus Dominique. Daarom is draagvlak zo belangrijk.  Hangt verandering van onderwijs af van een beperkt aantal bevlogen docenten dan staat de duurzaamheid van verandering op de helling. Dominique laat met behulp van  het curriculaire spinnenweb zien hoe elk spinrag van belang is bij het (plannen van) leren door leerlingen.  http://curriculumontwerp.slo.nl/spinnenweb

De zes bouwstenen

Gerdineke van Silfhout, vakexpert en curriculumontwikkelaar Taal bij SLO, legt in haar presentatie de link naar de praktijk.  Aan de hand van zes bouwstenen: visie, structuur, cultuur, mensen, middelen en resultaten neemt zij ons mee in de succesverhalen en mislukkingen van de implementatie van formatief evalueren. Zo is sturend leiderschap van een schoolleiding heel belangrijk. Hierdoor ervaren met name de pioniers ruggensteun. Volgens Gerdineke staan de mooiste visiedocumenten in één alinea.  Met een kritische blik naar het curriculum kijken en vooral schrappen levert tijdwinst op die vervolgens gebruikt kan worden voor feedback. Hier geldt dus: niet het vele is goed, maar het goede is veel.

Waarom veranderen als het goed gaat? Met deze vraag beargumenteren collega’s, die niets zien in het loslaten van cijfers,  hun weerstand. Na afloop van de presentaties is er de mogelijkheid om ervaringen uit te wisselen over diverse onderwerpen.  In de sessie over draagvlak creëren blijkt dat men moeite heeft met de afwijzende houding van collega’s, die verwijzen naar de resultaten van de Cito-toets. Maar dat is slechts één datapunt, zoals Dominique in haar uitleg memoreert.  Volgens haar is de weg naar het echte leren formatief evalueren:  het verzamelen van informatie van het leerproces van leerlingen die leerkrachten kunnen gebruiken voor onderwijsbeslissingen en die leerlingen kunnen gebruiken om hun leren te bevorderen maar hen ook motiveert.

Als de resultaten van de Cito-toets een reden zijn om op dezelfde weg door te gaan, dan kan men zich afvragen of de Cito-toets het echte leren juist tegenhoudt en dat is niet wat Adriaan de Groot beoogde.

Op 1 december verschijnt het boek Toetsrevolutie– Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs- door Dominique Sluijsmans en René Kneyber.

De blog van Jörgen van Remoortere

De blog van Arjan Moree 

[1] A.D. de Groot en W.H.F.W. Wijnen. 1983. Vijven en zessen. Groningen. Wolters Noordhoff. 152

[2] A.D. de Groot en W.H.F.W. Wijnen. 1983. Vijven en zessen. Groningen. Wolters Noordhoff. 40