De overstap van vmbo naar havo kan problematisch zijn of zelfs onmogelijk.  Erik Jan Bakker, locatiedirecteur van het Mondriaan College in Oss,  legt uit hoe door een andere aanpak de overstap  van vmbo naar havo kansrijk is. 

Door Erik Jan Bakker

Op het Mondriaancollege in Oss hanteren we de stelling dat leerlingen de kans moeten krijgen om te kunnen groeien. Kansen krijgen is vaak hetzelfde als tijd krijgen. Dus je start dan bijvoorbeeld op het vmbo-t en na vier jaar is het dan in een aantal gevallen inderdaad  ‘al’ zo ver dat je de kans krijgt op de havo. Deze overstap na het examen vmbo-t naar havo -4 is het standaardvoorbeeld waar het nu in het land over gaat. Al dan niet mag een leerling, meestal door te voldoen aan extra voorwaarden (6.8 gemiddeld, advies afleverende school/afdeling; intakegesprek: en diverse variaties hierop), bij de gratie Gods een poging wagen op de havo. Geen wonder dat de politiek zich daar van tijd tot tijd druk over maakt, zeker nu kansengelijkheid in het onderwijs (terecht wel) een punt van zorg is.

Het kan ook anders. In de variant die hierboven wordt beschreven gaat het over de situatie dat een leerling veel tijd krijgt, en blijkbaar ook veel tijd nodig heeft. Als dat de enige variant zou zijn, past het m.i. niet meer zo in deze tijd van gepersonaliseerd leren. Als ik dan ook zeg,  dat in het afgelopen jaar op onze vmbo-4 slechts zes leerlingen in beeld kwamen voor deze overstap, betekent dit niet dat wij er streng in zijn, of dat het succes bij ons gering is. Integendeel: het wijst juist op het succes van een ándere aanpak.

Uitgaand van een growth mindset denken wij dat het op de juiste manier prikkelen van de groeipotentie van een leerling nog wel eens eerder tot een overstap zou kunnen leiden.

Wij geven onze brugklassers met een t-advies (eventueel gekoppeld aan een plaatsingsadvies voor een t/h-klas) al veel eerder de kans om de havo te bereiken, al is het maar omdat zij dat graag willen. Uitgaand van een growth mindset denken wij dat het op de juiste manier prikkelen van de groeipotentie van een leerling nog wel eens eerder tot een overstap zou kunnen leiden. Daarom is er een instapprogramma rondom de kernvakken en studievaardigheden dat in de eerste helft van het jaar verplicht is voor alle leerlingen en in de tweede helft facultatief voor leerlingen die het goed oppakken. Op basis van de daar behaalde resultaten bieden we de groep leerlingen, die ook deze tweede helft volmaakt, de mogelijkheid al na de 1ste,  klas door te gaan in 2 havo. Onze brugperiode is flexibel in die zin dat hij twee jaar duurt. Leerlingen kunnen daarin niet doubleren, maar zijn bezig te ontdekken (samen met ons) op welk niveau zij het beste gedijen. Zo kan het dus in het tweede jaar op dezelfde manier: ook daar hebben zij via het instapprogramma wederom mogelijkheden om op havo 3 niveau te eindigen en dus aan het einde van dit tweede jaar op te stromen. Lukt dat nog niet is de mavoroute natuurlijk verder prima.

 De uit het vmbo eerder opgestroomde havisten zijn door de bank genomen behoorlijk succesvol in het behalen van het diploma.

De groep die zo na vier jaar het mavodiploma in handen heeft, is dus al aardig uitgedund als het gaat om havo-potentie (en belangstelling!), vandaar dat aantal van zes leerlingen die zich dan pas melden voor de overstap. Er zijn er die alsnog opstromen, maar wie dat niet wil,  heeft vaak een stevig onderbouwde keuze voor het mbo of zit op dat moment van de ontwikkeling eventjes écht aan de grenzen van zijn of haar kunnen. De uit het vmbo eerder opgestroomde havisten zijn door de bank genomen behoorlijk succesvol in het behalen van het diploma. Of in elk geval zijn ze niet minder succesvol dan de groep die van meet af aan in de havo kon starten. Maar de opstromers hebben wel een mooie succeservaring die kan helpen bij elke volgende stap in hun leven.

Dat is een manier waarop het Mondriaan kansenonderwijs gestalte geeft. Het kost wat extra, in tijd, in energie van docenten en in geld (ook aan de maatschappij), en je neemt ook best een risico (voor de examenresultaten bijvoorbeeld). Maar voor een flink deel van deze leerlingen zit een havo diploma er dus zonder extra jaar gewoon in. Als je uitgaat van goede wil van mensen en als je het motto van de school (De mens is de maat) ook echt probeert waar te maken, is er kennelijk veel mogelijk. Omdat we onze havoleerlingen écht klaar willen stomen voor het hbo, met nadrukkelijk veel aandacht voor hbo-vaardigheden en ‘future skills’, zoals creativiteit, ondernemerschap en presentatievaardigheden, hanteert het Mondriaan de leus dat we ons willen zien als ‘springplank naar het hbo’.  In dit verhaal zit echter nog een –wat mij betreft ook behoorlijk sympathieke- springplank: onze mavo-havo als springplank naar het havo!

O ja, en natuurlijk wordt er ook hard gewerkt aan formatief evalueren, peerassessment en leerlingen eigenaar maken van het eigen leerproces. Er is immers nog veel meer bruikbaars in onderwijs waar je goed in wilt zijn en goed in wilt doen.