Door Jan Lepeltak

Men zou denken, gelet op de titel, dat de avond ging over Onderwijs2032. Dat was niet het geval. Aanleiding voor de avond, die vorige week door de Onderwijsraad (OR) in de Amsterdamse Balie was opgezet, zijn een drietal adviezen van de Onderwijsraad waarbij kwaliteit een centrale rol speelt.

Twee jaar na de schoolstrijd (1916), die leidde tot de gelijke behandeling van het bijzonder en openbaar onderwijs, werd de Onderwijsraad opgericht. De OR adviseert als een soort SER de overheid en het parlement gevraagd en ongevraagd over onderwijszaken. De regering benoemt de leden. Van de vijftien leden zijn er een aantal leraar en verder onderwijsbestuurder en enkele personen uit de academische wereld waaronder Gert Biesta en zijn uitgever, docent en medewerker van de Onderwijscoöperatie René Kneyber. De laatste twee zetten duidelijk hun stempel op de adviezen.
Voorzitter is hoogleraar onderwijs- en arbeidseconomie aan de UvA Henriëtte van Maassen van den Brink. Met haar nuchtere en heldere inleiding zette zij de toon van de avond. Zij ging nog even in op de door Biesta c.s. bepleite driedeling van het onderwijs. kwalificatie, socialisatie, persoonsvorming (door Biesta aangeduid als subjectificatie).
Over Biesta’s deels weinig heldere, mystificerende taalgebruik heb ik het al eens eerder gehad in het tijdschrift van 12-18) zie ook http://www.learningfocus.nl/2015/04/18/biesta-in-de-balie-zinvol-of-zinledig/ . Jammer dat een Biesta als lid van de Onderwijsraad het niet nodig vindt op serieuze kritiek te reageren en elk debat vermijdt. Dat de school bijdraagt aan persoonsvorming is een bijna gratuite opmerking. Uiteraard speelt de leraar (mede) een rol in de persoonsvorming van zijn leerlingen. Maar hoe doe je in de les aan subjectificatie volgens Biesta? Het voorbeeld van Kneyber (ook wiskundedocent) verduidelijkte weinig. In de wiskundeles moet je je dan bijvoorbeeld afvragen hoe je je als persoon verhoudt tot bepaalde wiskundeproblemen, stelde hij in zijn korte toelichting.
Als er een plek is waar persoonsvorming echt een plek heeft dan is dat wel in het literatuuronderwijs, dat trouwens onder druk staat en in het eindadvies Ons Onderwijs 2032 uitsluitend wordt gezien als kennismaking met kunstzinnige elementen. Hier lijkt voor Biesta c.s. en de OR een schone taak weggelegd.

OSG Lek en Linge: “Bij elkaar in de les kijken”

De presentatie van docente Nederlands Lotte Velthuizen (zie foto) was verfrissend. We zagen  een echte betrokken, jonge docent in het mbo die leuke, leerzame dingen doet met haar leerlingen. Ze organiseert een week van de poëzie, gaat op excursie naar de Tweede Kamer en is ook nog lid van de adviesraad van de Onderwijscoöperatie.

Locatiedirecteur Hanneke Schreuder van de school van Lotte (OSG Lek en Linge) gaf aan dat kwaliteit ontstaat door inspiratie en vertrouwen, ruimte geven en autonomie voor samenwerkende professionals. Speerpunten voor de school zijn: formatief toetsen, bij elkaar in de les kijken en coachend leiderschap. Ze vroeg zich wel af hoe maak je persoonsvorming en de ontwikkeling inzichtelijk?

Op de vraag van gespreksleider Rik Seveke of het bestuur ook als een ‘hitteschild’ werkt. Kwam er een opmerkelijk antwoord: “Nou het bestuur zorgt o.a. dat het lerarenregister goed op de school binnenkomt.” Daar heeft een bestuur toch weinig mee te maken? Het verbaasde Lotte ook een beetje. In ieder geval had ze er op haar school weinig van gemerkt.
Toch blijven al deze activiteiten op Lek en Linge keurig binnen de lijntjes getekend. Het bestuur en directie maken een strategisch plan, dat wordt verwerkt tot een locatieplan en uiteindelijk ingekleurd wordt door de teams als teamplan. Daar zijn in het Alternatief wel aardige voorstellen van te vinden  hoe je een school anders runt bijvoorbeeld in de bijdrage van Jelmer Evers. Veelzeggend was de terloopse opmerking van de OR-voorzitter Maassen van den Brink : “ Dat zou leiden tot lerarenzelfbestuur en dat is natuurlijk niet wat we willen..”

Paul van Meenen (D’66): stel kansen van het kind centraal
In de zaal was ook de Amsterdamse onderwijswethouder Kukenheim (D’66) die de gelegenheid kreeg het naar eigen zeggen succes van de Amsterdamse lerarenbeurs te presenteren. Het gaat om een subsidie die elke Amsterdamse leerkracht kan aanvragen voor zijn professionalisering, bijvoorbeeld door het volgen van leertrajecten/cursussen. Dit ontlokte een kritische vraag van mevr. Maassen van den Brink aan de wethouder, maar hoe voorkomt u dat er gekozen wordt voor een cursus macramé. Anders dan Lenin kwam het antwoord van de wethouder in dit geval neer op controle is goed maar vertrouwen is beter. We zullen naderhand zien hoe zorgvuldig er met publieke middelen is omgesprongen. Amsterdam heeft wat dat betreft niet zo’n best trackrecord.
Aan gedoodverfd D’66 onderwijsminister Paul van Meenen werd de vraag gesteld welke onvoorwaardelijke troefkaart hij bij een ministerschap zou inzetten. Paul van Meenen dacht na en kwam tot het volgende idee. Hij zou een grote bijeenkomst organiseren bij OCW met alle betrokken (bonden) docentenorganisaties etc. Daarbij zou de centrale vraag zijn:  Hoe kun je bijdragen aan de kansen van een kind, zodat de groeiende ongelijkheid in het onderwijs verdwijnt. Het woord kind en leerling komt in de discussie te weinig voor stelt van Meenen. Kansen is het centrale woord.

Komenskypost had het met Paul van Meenen nog even over het lerarenregister (LR) waar tot verrassing D’66 uiteindelijk tegenstemde in de Tweede Kamer. Is de behandeling in de Eerste Kamer een gelopen race? Zeker niet stelde van Meenen, ofschoon zijn partij voor een lerarenregister is, is dit niet het register, dat op deze wijze van bovenaf wordt opgelegd, dat men voor ogen had. De beraadslagingen over het LR worden in januari voortgezet en de sleutel lijkt daarbij in handen van het CDA.
Leraar wiskunde en lid van de OR Ferry Haan stelde in een herkenbaar slotbetoog dat ook hele goeie, ervaren docenten bezoek in de klas niet prettig vinden. Het doorbreekt een bepaalde intimiteit. Toch hebben collega’s van hem zich daar over heen gezet. Lijkt een  goede zaak.