Karin Winters over het gebrek aan aandacht voor het mbo in verkiezingstijd.

Bij de aankondiging van een verkenner die onderzoek gaat doen naar het lerarentekort moest ik even grimassen. Vervolgens komt diezelfde politieke partij met een actieplan dat aankondigt dat leraren recht hebben op een 14e maand.
Bij het benoemen van de tekorten, de verkenningen en ook het PVDA actieplan, komt het woord mbo docent niet voor. Oh wacht, toch wel: ‘in het mbo is de gemiddelde leeftijd van docenten 56 jaar.’

Ik vind nog steeds moeilijk om ‘de leraar’ als één beroepsgroep te zien.

Zullen we even een denk-experimentje doen over docenten in het beroepsonderwijs (met name mbo)? Dit, omdat de meeste politieke partijen het niet de moeite vinden om aandacht aan hen te besteden.  Verder dan voorkomen van uitval, verhogen onderwijskwaliteit, hameren op bevoegdheid en financiële sigaren uit eigen doos komen ze niet.

Volgens mij is er een verschil tussen docenten in het beroepsonderwijs (ook vmbo en hbo) en leraren in de andere schoolsoorten. Wanneer we het hebben over de poten in de klei, dan hebben docenten in het beroepsonderwijs volgens mij vier poten in de klei nodig.

Zij moeten pedagogisch-didactisch stevig in hun schoenen staan om aan de slag te gaan met een, wat mij betreft, prachtige maar soms best weerbarstige doelgroep.
Als (vak)docent in het beroepsonderwijs moet je echter evenveel kaas gegeten hebben van het beroep waartoe je opleidt. Je moet goed op de hoogte zijn van die andere weerbarstige praktijk, die van de werkgevers/stagebedrijven.

Wanneer een jongere na de havo een tweedegraads opleiding volgt tot docent consumptieve technieken, vraag ik me dan ook af of hij/zij  een inhoudelijk vakbekwame docent is.
Misschien kan hij/zij heel goed uitleggen hoe je een sous vide bereiding doet, maar heeft hij/zij dat in een praktijk ook werkelijk toegepast? Kent deze man/vrouw de beroepspraktijk goed genoeg om daar straks jongeren in op te leiden? De hectiek in de keuken, de hiërarchie, de arbeidsomstandigheden? Dan is de man/vrouw dus tweedegraads bevoegd, maar wat mij betreft nog geen bekwaam vakdocent in het beroepsonderwijs.
Weten wat er speelt in het bedrijfsleven, daar ervaring hebben en beschikken over een netwerk is mijns inziens voor vakdocenten in het beroepsonderwijs cruciaal.

Daarom zouden we ook de zij-instromers in het beroepsonderwijs moeten koesteren.
Dat zijn veelal mensen uit de praktijk die jongeren een warm hart toedragen en een zeer bewuste keuze voor onderwijs gemaakt hebben.
Dat er nog geslepen kan worden aan didactische en pedagogische vaardigheden staat buiten kijf.

Op dit moment zie ik te vaak geringschattend gesproken worden over dezelfde zij-instromers. We parkeren ze in een (register)voorportaal en gaan vervolgens proberen hen op allerlei omslachtige manieren een bevoegdheid te laten verkrijgen. Dit, omdat er geen tweedegraads lerarenopleiding voor een aantal vakken is (uiterlijke verzorging bijvoorbeeld).

Los je daar een lerarentekort op de goede manier mee op?

Natuurlijk is de vakinhoudelijke theorie, het kunnen uitleggen en pedagogische tact van groot belang. Echter, zouden mensen die jarenlang werkzaam geweest zijn in het beroep waartoe zij gaan opleiden dat niet al ‘in zich’ hebben? Vaak zijn de zij-instromers praktijkopleiders of leermeesters geweest en het zijn dus ervaringsdeskundigen pur sang.

Ik vind het soms ook best lastig dat een zij-instromer in een tweedegraads opleiding iemand voor zich ziet staan die misschien een mooie theoretische master gevolgd heeft, maar van het mbo (en daar de doelgroep) weinig afweet. Hoogopgeleide universitaire masters hebben denk ik,  zelden een rondje mbo gedaan, laat staan daar een tijdje les gegeven.

Zullen we de politiek eens wat meer pushen dat ze op z’n minst in alle actieplannen, verkenningen en verkiezingsrethorieken ook eens aandacht besteden aan de positie van docenten in het beroepsonderwijs? Ze zouden niet alleen vanwege hun gemiddelde leeftijd tussen haakjes genoemd moeten worden.

karin bank2Karin Winters werkte 15 jaar in het mbo (waar haar hart nog steeds ligt). Zij was daarna o.a. consultant bij KPN. Na de master leren en innoveren waarin zij de Mediawijsheid van leraren met behulp van een bordspel onderzocht, besloot ze als zelfstandig ondernemer door te gaan. Als hoofdredacteur van Vives Magazine wil ze ook offline de leraren bereiken met alle ontwikkelingen in onderwijstechnologie. Dit schooljaar ondersteunt ze twee dagen per week, de Stichting Leerkracht. Bloggen en sociale media zijn of waren onlosmakelijk met haar verbonden.