Afgelopen week verscheen in ‘Trouw’ een ingezonden brief van schoolleider po, Jan Akkerman, ‘Ik werk niet mee aan een afrekencultuur’. Hij uit daarin zijn ongenoegen over het schoolleidersregister. KomenskyPost vroeg Hanneke  de Frel, eveneens schoolleider po, om een reactie.

Door Hanneke de Frel

Beste Jan, beste meelezende onderwijs geïnteresseerden,

Wat goed om dit signaal af te geven. Goed om de keerzijde van alle registraties, transparantie en verantwoording of we wel goed genoeg zijn naar buiten te gooien. Ook ik ben het oneens met het systeem schoolleidersregister. Binnen mijn bestuur heb ik dit ook te kennen gegeven. Ik heb gesproken met Marja Creemers(directeur schoolleidersregister), Michel Rog (Tweede Kamer) en Pien van Willegen(van de PO-Raad). Wat jij ziet als wantrouwen, zie ik als demotiverend.

Ik wil iets recht zetten, wat jou misschien nog over de schreef kan trekken om juist wel die goede directeur van die goedlopende basisschool te blijven, zodat we kwaliteit kunnen behouden en dit niet met het badwater van een register laten wegspoelen. Zonde! Je stelt dat jouw bestuur de verplichting heeft om je te ontslaan, als je niet meedoet. Dit is niet terecht. Zij mogen uiteindelijk wel beslissen of ze je ontslaan of niet. Dat staat los van dit register, ook al wordt dit genoemd in de cao. Een bestuur zal toch wel gek zijn om een goede directeur te ontslaan? Ik hoop van harte dat je je nog bedenkt, want de kreet om te stoppen met alles vast te leggen hebben we in deze tijd hard nodig.

Die deskundigheidsbevordering zit – zoals je zelf ook terecht aangeeft – in allerlei zaken.

Wat beweegt mij om op jou te reageren? KomenskyPost nodigde mij uit om te reageren, maar ook het onderwerp intrigeert mij. Dat zal ik uitleggen. Ik ben van nature een nieuwsgierig, over het algemeen opgewekt mens met een sterk doorzettingsvermogen. Het brengt mij ook bij het halen en brengen van informatie over leiderschap, wat ik nodig heb om een school te leiden. De ene keer is dat wat meer, de andere keer is dat – om wat voor reden dan – wat minder. Die deskundigheidsbevordering zit – zoals je zelf ook terecht aangeeft – in allerlei zaken. In veranderingstrajecten op school, het bijhouden van je vakliteratuur, een korte of langere opleiding  of zelfs een master.

Nu stelt het schoolleidersregister – en dat strijkt tegen mijn haren in, en ik heb best een hele bos – dat de kwaliteit van een schoolleider/directeur omhoog gaat als hij aan bepaalde criteria voldoet, dit vastlegt, dit verantwoordt en die zich laat valideren. En daar gaat het fout. Waarom?

Ten eerste wordt iets dwangmatig opgelegd. Je moet ineens ergens aan voldoen, terwijl je hier al aan voldeed, anders was je geen schoolleider.

Ten tweede zijn er opleidingen en cursussen geaccrediteerd en anderen niet. De hele santekraam aan opleidingen zijn zich nu in allerlei bochten aan het wringen om maar aan bepaalde (en zijn dat de goede?) criteria te voldoen.

Ten derde moet je aan drie thema’s in vier jaar tijd hebben gewerkt en deze moeten zijn gevalideerd, anders verloopt je registratie. Je moet steeds opnieuw je capaciteiten en ontwikkelen verantwoorden. Nonsens natuurlijk. Alsof je de hele dag uit je neus zit te eten. Een school leiden vergt al ontwikkeling van je zelf, voortdurend anticiperen op de situatie, overzicht houden en de goede keuzes maken.

Ten vierde heb ik me laten vertellen dat 40% van de schoolleiders dit niet uit zichzelf doet en 60% wel. Waarom dan niet sturen op die 40 % en laat niet de andere 60%, waartoe ik mezelf reken, niet de dupe worden en letterlijk gedemotiveerd raken van deze dwangmatige keurslijf-strategie.

Ten vijfde kun je ook een master volgen. Let wel: Als 1 onderdeel van de drie thema’s. Met een master hoef je bij mij niet meer aan te komen. Ik heb er twee behaald, een hele klus, maar een derde volgen kost ook nog eens zo’n 15.000 euro, te duur dus voor een schoolbudget. Bovendien denk ik niet dat ik nu nog hele andere dingen ga leren met nog een master, een  onderzoek doen heb ik immers al twee keer gedaan.

Ten zesde zijn er altijd nog de besturen die moeten toezien op het functioneren van schoolleiders. Pak deze groep dan aan, als het daaraan schort.

Ten zevende is het vertrouwen in de schoolleider hierdoor geschaad. Hij werkt niet meer autonoom, moet zich richten tot een steeds terugkerend valideringssysteem, waarvan ik me afvraag of de “substantiële ontwikkeling” – waar het schoolleidersregister zo prat op gaat – steeds in zo’n  grote mate aanwezig is. Hij moet zich voortdurend bewijzen.

Toch heb ik een kleine ommekeer gemaakt, door in het hol van de leeuw te stappen en met het hele circus mee te doen.

Er zijn ongetwijfeld nog meer redenen te bedenken, waarom het hele verplichte karakter van een register geen goed plan is. Ik begrijp niet welke schoolleiders hiermee akkoord zijn gegaan. Toch heb ik een kleine ommekeer gemaakt, door in het hol van de leeuw te stappen en met het hele circus mee te doen.

Dat begon in 2014 met de registratie. Dat heeft al met al negen maanden geduurd, voordat ik überhaupt geregistreerd kon worden. De opleiding die ik had genoten stond namelijk niet in het systeem en moest nog gecontroleerd worden. Uiteindelijk werd ik in november 2014 geregistreerd. Achteraf heb ik daar natuurlijk spijt van, van de verplichte registratie is pas sprake vanaf 1 januari 2018, in dat jaar moet ik me alweer herregistreren en heb ik een extra cyclus doorlopen ten opzichte van veel collega’s. Daar moeten ze sowieso maar een coulanceregeling voor treffen en dit rekken tot 2022.De starters blijven zich toch wel ontwikkelen, daar hoeven ze in Den Haag niet bang voor te zijn.

Omdat ik al wat opleidingen achter de rug had, besloot ik het traject “Informeel leren” te doorlopen. Dit heb ik nu twee keer gedaan. De tweede keer is een stuk beter bevallen dan de eerste keer. Er kon meer doorgevraagd worden. Het leuke van dit traject is het gesprek met twee collega-directeuren uit een heel andere regio in Nederland (wat de reistijd wel weer lang en duur maakt, maar dat terzijde), die met hele andere trajecten bezig zijn. Te luisteren naar het soort school, de dingen waar ze tegenaan lopen en de veranderingstrajecten waar ze mee bezig zijn, zijn mooie verhalen met een brok ervaring die je kunt meenemen naar je eigen school.  Ook de feedback die je krijgt van je collega’s, de vragen die je krijgt en je aan het denken zetten, zijn waardevolle momenten.

Intussen doe ik zelf nog een coachingstraject om mijn eigen persoonlijkheid en rol als schoolleider te versterken, maar dit komt niet terug in mijn validering. Een cursus “Lead like a champion” (gaaf om te doen trouwens) leert mij om weer anders tegen data aan te kijken, maar ook dit is slechts een onderdeel van een nieuw thema, en ook deze moet weer worden uitgewerkt tot een validering. Misschien kan ik deze niet eens gebruiken, want het onderwerp “Persoonlijk leiderschap” heb ik al afgerond. We gaan het zien. Vakliteratuur komt nergens als losstaand iets terug, maar moet ook weer bij een ontwikkeling worden gevoegd. Wat heb je ermee gedaan? Verantwoording, wantrouwen misschien, maar vooral bereik je hiermee die 40% die niets doen? Ik geloof het niet. Die bedenken namelijk wel weer wat om hier gemakkelijk vanaf te komen. Het gaat mijns inziens om de intrinsieke motivatie waarom je een bepaalde cursus of een bepaalde ontwikkeling doorloopt. Wanneer ik intrinsiek gemotiveerd ergens mee aan de slag ga, ga ik ervoor, wil ik er dolgraag van leren, staan alle luiken open om informatie en feedback binnen te halen.

Conclusie:

Ik zie wel degelijk pluspunten in het schoolleidersregister, leren van elkaar, net als in een school, waarbij een team van elkaar moet leren. Het lijkt me ook leuk om op bezoek te gaan bij andere scholen dan die van mijn eigen bestuur. Kijken bij een school die in een bepaalde ontwikkeling al verder is. Mooi.

Wat niet goed is, is de dwang, het registreren, het valideren, het accrediteren van opleidingen, het moeten voldoen ergens aan. Laat dat gewoon aan het bestuur over. Pak de rotte aardappel aan bij de bron, waar het desnoods niet goed zit. Laat de schoolleiders die, in alle vertrouwen en autonomie van zichzelf, zich verder ontwikkelen lekker hun werk doen. Intrinsieke motivatie zorgt ervoor dat iemand veel verder komt dan dat iets van buitenaf wordt opgelegd. Zij kunnen dondersgoed reflecteren op zichzelf.

HannekeHanneke de Frel is directeur en ICT coördinator van een basisschool in de Randstad. Inmiddels telt de school 245 leerlingen.