De telefoontas als eigentijds B&B voor de smartphone is in opmars. Opgeruimd staat netjes lijkt het devies en door met de les. De aanvankelijke euforie voor het gebruik van een mobieltje in de les wordt overstemd door een echo die eerder angst voor dan kennis van het gebruik doet vermoeden. Wat is (media)wijsheid in deze?

Door Ankie Cuijpers

Het experiment

Johannes Visser, docent en columnist in ‘De Correspondent’, experimenteerde vorig schooljaar met zijn mentorklas om een week geen mobiel te gebruiken op school.[1]  De trigger is de poging van Visser om een leerling de les uit te sturen vanwege het gamen tijdens de les. Het schoolreglement schrijft voor dat leerlingen tijdens de les hun mobieltje niet mogen gebruiken, tenzij  de docent dit nodig acht voor zijn les.  Overtreding betekent dat de telefoon ingenomen wordt tot het eind van de lesdag. Vervolgens blijkt dat docenten hier flexibel mee omgaan. Een eufemisme voor je niet aan afspraken houden met als gevolg dat leerlingen in discussie gaan met docenten die zich wel aan de afspraak houden.  “Ja maar, bij meneer Jansen mag het wel.” Een herkenbaar probleem.  Een artikel van docente Nederlands Michelle van Dijk, Maak de school smartphonevrij,[2]  waarin zij ageert tegen het gebruik van smartphones in de les vormt vervolgens de opmaat voor het experiment.  Van Dijk verwijst naar een studie onder smartphonegebruikers door  onderzoekers van de ‘London School of Economics’ [3] waaruit zou blijken dat de aandachtsspanne achteruit is gegaan.

Tegengas

Binnen no time wordt in de media de uitkomst van dit onderzoek gefileerd.  Zoals door Torsten Larbig, docent aan een gymnasium in Frankfurt am Main (D).  Larbig vermeldt in zijn blog Handyverbot verbessert Leistungen? – Anmerkungen zu einer Studie der London School of Economics [4] een tweetal standpunten die internationaal gedeeld worden, namelijk dat het vermoeden bestaat, dus geen zekerheid, dat zwakke leerlingen gemakkelijker afgeleid worden en dat een smartphoneverbod een goedkope oplossing is om verschillen in onderwijs op te lossen.

Zijn argumenten stemmen  tot nadenken.  Ten eerste leren leerlingen die zwak presteren door een algeheel smartphoneverbod niet om met een mobieltje om te gaan op een manier die hun leerprestaties gunstig beïnvloedt en ten tweede heeft het onderzoek van de ‘London School of Economics’ slechts betrekking op prestaties in het kader van formele toetsen. Ten derde wordt de pedagogische en didactische invloed of het ontbreken daarvan op deze prestaties niet onderzocht.  Dit onderzoek wekt de indruk alsof leerlingen met goede prestaties iets kunnen wat bij de zwakkere leerlingen ontbreekt: concentratie op het leren ondanks de afleiding van een smartphone.

De conclusie van Larbig: het onderzoek biedt een recept voor de korte termijn hoe te handelen ten aanzien van een verschijnsel (gebrek aan concentratie). Het onderzoek geeft geen redenen voor het verschijnsel zelf en biedt ook geen antwoord op de vraag hoe alle leerlingen zich de vaardigheid om zich te concentreren eigen kunnen maken.

Wat heb je dan aan zo’n onderzoek als van de ‘London School of Economics’? Het is koren op de molen van tegenstanders van een smartphone en een niche voor de commercie. Is het teveel gevraagd van docenten om leerlingen functioneel te leren omgaan met een smartphone, want hebben ze al niet veel op hun bordje dat ze moeten handelen?  Dat laatste is een veel gehoorde klacht. De commercie springt er handig op in en de smartphonetas wordt op de markt gebracht.  Opbergen die krengen en je hebt er geen last meer van.

Kan het ook anders of moet het zelfs anders? Larbig is van mening dat mediawijsheid een niet meer weg te denken begrip is voor alle leerjaren, onderwijssoorten en dat het vakoverstijgend dient te zijn. Een van de doelen zou moeten zijn dat men zelf in staat is om controle uit te oefenen over het gebruik van een smartphone en zelf in staat is om het gebruik dat storend of ongepast is te vermijden. Tenslotte noemt Larbig dat het leren gebruiken vanaf een bepaalde leeftijd ook een zekere mate van reflectie op de omgang met een smartphone mogelijk moet maken.

Wilfred Rubens, docent en ondernemer ICT, laat eveneens een kritisch geluid horen over het Engelse onderzoek in zijn blog Moeten we mobiele telefoons toch maar uit ons onderwijs bannen?[5] Hij stelt dat “…de onderzoekers niet gekeken hebben naar de mate waarin mobiele technologie op school wordt gebruikt en de relatie tussen de wijze waarop mobiele telefoons worden ingezet in het onderwijs en impact op leerresultaten. Als lerenden vooral instructies krijgen, dan leidt een mobiele telefoon wellicht eerder af dan bij een activerende didactiek waarbij de mobiele telefoon selectief en gericht wordt ingezet. Verder zijn veel andere factoren, zoals de kwaliteit van de docent, van invloed op leerprestaties.”

De rol van de leraar

Johannes Visser liet de leerlingen ervaren wat het is om hun smartphone NIET meer te gebruiken in de les, maar of dat mediawijs is, valt te betwijfelen. De insteek van Larbig, dat je leerlingen moet leren hoe je in de les functioneel met een smartphone om moet gaan, komt overeen met wat de onderzoekers Schuit, Vrieze en Sleegers in hun onderzoek  naar de rol van de leraar bij het motiveren van leerlingen vaststelden. [6] Voor hun onderzoek gaven zij een definitie van  motivatie.

‘Motivatie is een innerlijk proces dat een persoon aanzet tot bepaald gedrag, richting geeft aan dat gedrag en ervoor zorgt dat dit gedrag in stand gehouden wordt. Motivatie verwijst in belangrijke mate naar de wil van kinderen en jongeren om te leren .’

Het verbod op smartphones is zeker niet wat de onderzoekers voor ogen hadden bij de vijf handreikingen die zij tot slot van hun onderzoek formuleerden: kies voor procesgeoriënteerde instructie, differentiatie, verbinding met de leefwereld van leerlingen, coöperatief leren en stel je zelf op als een onderzoekende, lerende professional. Dit is een docent die “stelselmatig werkt aan het verbeteren van de eigen lespraktijk in dienst van de motivatie en leeropbrengsten van de aan hem toevertrouwde leerlingen”. Dit doet deze docent zowel binnen als buiten de klas. Johannes Visser betrok het experiment alleen op bevindingen binnen zijn klas en ‘indoctrineerde’ de leerlingen met een tekst van Michelle van Dijk, die zich baseerde op een onderzoek waarbij men de nodige vraagtekens kan plaatsen zoals Larbig en ook Rubens stellen. Dat Michelle van Dijk wellicht tot de fine fleur van schrijvende docenten behoort vanwege haar vlotte pen, betekent nog niet dat een blog van haar hand als een onderwijsbijbel gelezen moet worden. In diverse Facebookgroepen voor docenten viert het thema  ‘ban de smartphone’ hoogtij met een verwijzing naar haar blog als zou daarmee gelden: wetenschappelijk bewezen.

Een professionele docent kijkt ook buiten de school “door eigen inzichten en praktijken – indien nodig – bij te stellen op grond van de inzichten van collega’s, schoolleiding, wetenschappers, enzovoorts”.

Hoe het ook kan

Frans Droog, docent biologie aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek, pleit in zijn blog ‘Mobieltjes moeten mogen’ [7] voor het gebruik ervan. Hij beschrijft enkele toepassingen en geeft tips over afspraken met leerlingen. De kern van zijn verhaal:
“Zolang het voor de leerlingen duidelijk is hoe mobieltjes wel en niet gebruikt mogen worden vormen zij een grote toegevoegde waarde binnen de les.” Droog noemt als voordeel van een mobieltje dat zaken sneller en directer gaan en daarmee effectiever.

Michelle van Dijk oppert dat laptops of pc’s een goede vervanger kunnen zijn van mobieltjes, maar zij noemt niet de organisatorische rompslomp van het innemen en uitdelen en ook daar horen afspraken bij. Ook met collega’s over de correcte registratie. Bijvoorbeeld over welke leerling welke laptop heeft, is mijn ervaring.

moonhotelOp Effent mavo in Oosterhout is een ontwikkeling in gang gezet om als team met elkaar te ontdekken hoe de smartphone in de les gebruikt kan worden. In elk lokaal staat een smartphonehotel, maar de tendens is niet om het mobieltje te verbannen, maar om gezamenlijk een weg te vinden om er op de juiste manier mee om te gaan.  Judith van Sprundel, docente Frans en Tim Ovington, docent Engels op deze school,  zijn enthousiast over de mogelijkheden van tools zoals Quizizz en Nearpod in combinatie met een mobieltje. Volgens hen biedt een smartphone juist kansen: je kunt bij het gebruik van bepaalde tools als docent meteen de resultaten zien van alle leerlingen en je hoeft geen tijd te besteden aan het uitdelen en innemen zoals bij laptops van school. En het smartphonehotel? Dat is handig bij toetsen en voor incidentele gevallen. “Ja, soms moet je een mobieltje gewoon innemen”, aldus Judith. Haar derdeklasser Thomas vindt dat je juist meer aandacht bij de les hebt dan met alleen een boek.  (Een artikel over het gebruik van mobieltjes in de les op Effent mavo schreef ik voor het maartnummer 2017 Van twaalf tot achttien)

Verder onderzoek naar het juiste gebruik van smartphones is beslist nodig en zeker naar de rol van de docent daarbij. Het verbieden van mobieltjes is zo’n onderzoek dwarsbomen.

[1] https://decorrespondent.nl/4688/dit-leerden-mijn-leerlingen-en-ik-van-een-week-zonder-mobieltje-op-school/372475664-8d81e891

[2] https://michellevandijkschrijft.nl/2016/05/05/maak-de-school-smartphonevrij/

[3] https://www.theguardian.com/education/2015/may/16/schools-mobile-phones-academic-results

[4] http://herrlarbig.de/2015/05/19/handyverbot-verbessert-leistungen-anmerkungen-zu-einer-studie-der-london-school-of-economics/

[5] http://www.te-learning.nl/blog/moeten-we-mobiele-telefoons-toch-maar-uit-ons-onderwijs-bannen/

[6] https://www.ou.nl/documents/14300/fee4dbdd-7213-4daf-8b77-2ebd346ca1cd

[7] https://fdroog.wordpress.com/2014/05/09/mobieltjes-moeten-mogen/