Docenten, MBO, Onderwijscoöperatie, PO, professionaliseren, VO

Gevalideerd door het lerarenregister

ResearchED Amsterdam

ResearchED Amsterdam

Gratis scholing versus dure scholing

Gaat het om de kwaliteit van een bijeenkomst of om de punten? Dat is mijn vraag als ik een  aankondiging van een scholingsactiviteit zie die begint met ‘Gevalideerd door het lerarenregister’. Alsof professionaliseren een kwestie van punten verzamelen is. Bovendien zet een dergelijke aankondiging docenten op het verkeerde been, namelijk dat alleen gevalideerde scholingsactiviteiten mogen worden toegevoegd. 

Door Ankie Cuijpers

Hoe besteden c.q. betalen docenten met name bij deelname aan ééndaagse conferenties zoals van Dyade (€478) de resterende scholingsuren? Er blijft weinig financiële ruimte om nog aan andere betaalde scholingsbijeenkomsten deel te nemen. De opbrengst voor de docent “Het is goed om op zo’n dag andere docenten uit het land te spreken. Ik heb een enorm gevoel van verbinding gevoeld” en “Inspirerende sprekers, leuke verhalen, we gaan weer als een bruistabletje naar huis na vandaag!”. [1] Een duur betaald gevoel van verbinding en bruistabletjes werken maar kort.

Ik heb de indruk dat het vooral de commercie is die bij deze evenementen garen spint. De waarde voor de praktijk van het lesgeven lijkt me gering. Het verdienen van registerpunten en zoals bij Dyade de  ‘gratis’ tablet en het ‘gratis’ literatuurpakket tellen ongetwijfeld mee. Extrinsieke motivatie heet dat in het onderwijs. Nemen deze docenten ook deel aan gratis bijeenkomsten zoals Meetups en Edcamps? Er is een ruim aanbod aan gratis scholing dan wel scholing  tegen geringe kosten waarbij de docent leert om beter te worden in de lespraktijk.

Het vrijwillige register, dat sinds 2012 bestaat, wordt een beroepsregister.  Vanaf 1 augustus 2019  is registratie door bevoegde leraren verplicht.  Het bijhouden van professionaliseringsactiviteiten, zowel formeel als informeel en nodig voor herregistratie, gaat in vanaf 1 augustus 2019. Op dit moment zijn de criteria voor herregistratie nog niet bekend, maar in ontwikkeling.

Wat willen leraren leren?

Monika Louws promoveerde (juli 2016) aan de universiteit Leiden op de vraag Wat leraren willen leren? Het doel van dit promotieonderzoek was te onderzoeken wat leraren in het vo zelf willen leren. De centrale onderzoeksvraag luidde: wat, hoe en waarom willen leraren leren? En hangt dit af van hun jaren leservaring en de school waarin ze werken?

Het wat docenten willen leren hangt altijd samen met het vak dat ze geven. Er is een onderscheid tussen beginnende en ervaren docenten. Beginnende leraren hebben onder andere behoefte aan ondersteuning bij klassenmanagement, terwijl ervaren docenten  leerdoelen hebben gericht op hun taken in school en gebruik van ICT .  Het hoe betreft het experimenteren in de les en samenwerken met collega’s. Het waarom van het leren richt zich op het ergens beter in willen worden of omdat ze iets altijd belangrijk vinden. Belangrijke aspecten zijn een gedeelde visie, een positieve leercultuur en ondersteuning van de schoolleider. Leerdoelen staan in alle gevallen in relatie tot het lesgeven. [2]

Een professionele dialoog is nodig om tot adequate leerdoelen te komen. Een voorwaarde hiervoor is de ruimte om met collega’s en schoolleiding in gesprek te gaan over de aansluiting van leerdoelen binnen de visie van school. De autonomie van leraren om het professionaliseringsbeleid te ontwikkelen zowel op lokaal als nationaal niveau moet gewaarborgd zijn. [3]  De voorwaarden om dit te realiseren valt onder de noemer professionele ruimte. Een  groep wetenschappers van de universiteiten van Leiden, Nijmegen en Utrecht hield zich de afgelopen twee jaar bezig met het onderzoek naar wat we verstaan onder professionele ruimte van docenten die deelnemen aan traineeships, promotiebeurzen of professionele leergemeenschappen. [4]

 De professionele ruimte

Professionele ruimte is volgens het onderzoek geen heilige graal.  Het belangrijkste is zinvol docentschap. Factoren die een rol spelen bij de professionele ruimte zijn: de intentie van de leraar om te willen scholen, het commitment van de sectie en de schoolleiding en het leerklimaat op school. De onlangs verschenen derde editie van ‘Staat van de leraar’ opent met een duiding van het begrip professionele ruimte als het handelingsvermogen. “Een vermogen dat ’pas reëel wordt in concrete situaties, die een bepaalde ruimte configureren waarbinnen gehandeld kan worden.”[5]

De factor tijd is volgens docenten het grote dilemma bij het volgen van scholing. Het budget speelt een minder belangrijke rol, al is hier een verschil tussen po, vo en met name mbo – docenten. Docenten in het vo krijgen een vrij te besteden jaarlijks basisbudget van €600  en 83 klokuren voor deskundigheidsbevordering en scholing. In het po is dat €500 per fte en 2 uren per week (parttimers naar rato). In het mbo komt men er bekaaid vanaf, 59 uur bij een normbetrekking en 50-70% vergoeding van de kosten als de scholing in het belang van de instelling is.

Willekeur en de commercie de lachende derde?

Gaat het bij de zoektocht naar scholing om het verzamelen van registerpunten of om invulling te geven aan zinvol docentschap?  De commercie laat de wind niet door de hekken waaien. Zo heeft de CEDgroep een speciaal geselecteerd aanbod met enkel scholing waarbij registerpunten te behalen zijn. Men kan bij vroegboeking korting krijgen. Zou een docent denken, als ik met korting reserveer houd ik scholingsgeld over voor een volgende cursus?

Zoals Monika Louws in haar onderzoek aantoont, is er een verschil in scholingsbehoefte tussen ervaren en beginnende docenten. Voor deze laatste groep bestaan er passende en redelijk geprijsde (soms ook gratis) bijeenkomsten zoals over klassenmanagement. Een voorbeeld is ‘De sterke school’. Ook hier met de vermelding dat er registerpunten te behalen zijn.  Het  Onderwijsmuseum biedt regelmatig lezingen en workshops aan tegen een geringe vergoeding. Geen registerpunten deze keer. De docent met 40 jaar ervaring die de workshop geeft, zal wellicht niet ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel. Een voorwaarde om in aanmerking te komen voor validatie.  Tijdens de Onderzoeksconferentie op woensdag 28 juni presenteren wetenschappers hun recente onderzoeken op het gebied van onderwijs en ict.  Geen registerpunten voor de docent, wat op een vorm van betutteling lijkt, wel voor de schoolleider po als bron voor informeel leren. Zover is het lerarenregister nog niet.  Je kunt deze activiteit wel registreren, maar het is afwachten of die meetelt. ] Ik verzamel op een website een aanbod van gratis scholing. Zelden met registerpunten, hetgeen niets zegt over de kwaliteit van de aangeboden bijeenkomsten. De docent die met een tablet en twee boeken onder zijn arm, veel inspiratie en een gevoel van verbinding, zegt geen geld meer te hebben voor verdere scholing, kan hier een keuze maken.

[1] https://www.lerarenmakenhetverschil.nl/

[2] https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksoutput/iclon/louws-proefschrift?q=docenten

3] https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2016/06/promotie-monika-louws-wat-willen-leraren-leren

[4] http://www.professioneleruimte.info/

[5] https://onderwijscooperatie.nl/nieuws/gepubliceerd-aanbevelingen-leraren-staat-leraar-2017/

  1. M. van Dijke

    In VO is budget peroonlijk opeisbaar, bij PO niet, daar is 500 eu per 1,0 fte over een team verdeeld.

  2. Beste Ankie, Bedankt voor je interessante stuk! Je start met de vraag : “Gaat het om de kwaliteit van een bijeenkomst of om de punten?” Dit geldt niet alleen voor de leerkrachten en docenten, maar voor het totale Nederlandse onderwijs. Gaat het om de kwaliteit van het onderwijs? Of gaat het om de punten? Is het niet vreemd dat er allemaal kerndoelen zijn en dat er dan uiteindelijk een rapport uitkomt met allemaal eindcijfers erop? Wat zegt dit over het behalen van de kerndoelen?! En zijn de meeste leerlingen – en de docenten lopen daarbij voorop – vaak niet alleen bezig om cijfers te halen in plaats van inhoudelijk met een vak bezig te zijn? Wat kennen en kunnen ze nu écht?

  3. Oja, wat ik nog toe wilde voegen, aansluitend op het promotieonderzoek naar wat leraren willen leren. Begin met de waarom-vraag : “Start with why” (Een bijzonder interessant boek van Simon Sinek, eigenlijk voor het bedrijfsleven geschreven, maar voor iedereen interessant, ook zeker voor het onderwijs): waarom doen we wat we doen? Daaruit volgen dan ook het ‘wat’ en het ‘hoe’. Op veel scholen mist een échte visie, mist écht inspirerend leiderschap. Dat heeft allemaal te maken met de ‘waarom- vraag’: een heel existentiële vraag! Als het antwoord daarop duidelijk is voor het team, dan is ook helder waarin je wilt/moet/kunt gaan nascholen. Het zal ook zorgen voor een heel andere relatie met leerlingen; deze vragen regelmatig aan hun docenten: “waarom moeten we dat doen?” Een hele legitieme en terechte vraag! Blijkbaar is dat niet duidelijk voor hen; het is geen onwil of luiheid, maar zij zien het verband niet… Als binnen een school het ‘waarom’ duidelijk is voor het team van docenten/leerkrachten, dan kunnen zij dit ook uitdragen in hun lessen en hoeven de leerlingen die vraag niet te stellen… En dat heeft allemaal weer te maken met: wat kennen en kunnen leerlingen uiteindelijk nu écht? Dekt de cijfervlag de kennis- en kunde lading? En niet alleen bij de leerlingen, maar dus ook bij zich bij- en nascholende docenten/leerkrachten…

Leave a Reply

Thema door Anders Norén