Dat de werkdruk in het onderwijs hoog is, behoeft inmiddels geen discussie meer. Al jaren geven docenten op allerlei verschillende manieren aan dat het water hen aan de lippen staat. Over oplossingen wordt ook al heel lang gesproken. Wat kunnen we in het onderwijs nu toch doen aan die enorme werkdruk?

Door Mark van der Veen

De Tweede Kamer voerde op 10 mei een debat over de werkdruk in het onderwijs. Deze bijeenkomst werd bijgewoond door vele leerkrachten, die massaal gehoor gaven aan de oproep van PO in actie. Mijn complimenten richting deze groep. De werkdruk en het salaris zijn duidelijk op de kaart gezet! Helaas, maar niet geheel onverwacht, kwamen er geen echte oplossingen naar voren tijdens het debat. We moesten het doen met veel ‘waardering’ en de opmerking van staatssecretaris Dekker dat werken in het VO zwaarder is. Voor zover we ons al gewaardeerd voelden door de mooie ‘waarderende’ woorden, werd dat in ieder geval snel de kop ingedrukt en kregen we dus nog eens een schop na.
Ook werden er verschillende ‘oplossingen’ genoemd. De vizieren van de politiek richtten zich tijdens het debat vooral op de grote administratieve last en het salaris. De loonsverhoging staat samen met de werkdruk hoog op het lijstje van onderwijzers.

Maar wat is nu toch die werkdruk?

Is dat alleen de hoeveelheid administratie? Tijdens het debat in de Tweede Kamer lag hier een enorme nadruk op. OCW-commissielid Bente Becker kwam met een motie om ‘Operatie Regels Ruimen’ verder te trekken naar ‘Operatie Regels Ruimen 2.0’, zodat scholen kunnen leren van goede voorbeelden. Ook werd toegezegd dat de onderwijsinspectie met een folder zou komen, waarin wordt beschreven wat nu écht moet en wat vooral niet. Maar we laten ons niet meer afleiden door de zoveelste poging om een rookgordijn op te trekken. Eerder schreef Marjolein Zwik over de werkdruk als bliksemafleider. Ik ben het volledig met haar eens; door vooral nadruk te leggen op de administratieve last, missen we aspecten van werkdruk die minstens zo belangrijk zijn.

Drie factoren beïnvloeden werkdruk: namelijk werkeisen, werkbronnen en individuele verschillen.

Al jaren wordt door wetenschappers nagedacht over werkdruk. Mark en Smith (2008) brachten deze modellen in kaart en kwamen met een model dat voortkwam uit de modellen die al bestonden. De mate van werkdruk uit zich volgens deze onderzoekers in gezondheidsuitkomsten. Denk hierbij aan angst en stress, maar ook aan positieve uitkomsten als gedrevenheid en werkvoldoening. Drie factoren beïnvloeden werkdruk: namelijk werkeisen, werkbronnen en individuele verschillen. Werkdruk is deels dus ook een persoonlijke ervaring. De mate waarin iemand zich kan aanpassen, zijn of haar eigen gedrag ter discussie wil stellen, persoonlijke verwachtingen, persoonlijke voorkeuren, enzovoorts…het speelt allemaal een rol.

Neem de beroepsgroep serieus

Toch wil ook ik hier direct af van het idee dat werkdruk dus een beleving is. Werkdruk kent meetbare aspecten en het is veel meer dan een beleving alleen. Daarbij kunnen we prima de zware werkdrukbeleving van een paar personen negeren, maar niet die van een grote groep mensen. Wanneer PO in actie afgelopen woensdag heel veel leerkrachten op de been krijgt, dan kan je als jezelf respecterende politicus werkdruk niet meer afdoen als een beleving en met schijnoplossingen komen. Gebeurt dat toch, dan geef je daarmee alleen een signaal af dat je de beroepsgroep niet serieus neemt. Ik vraag me af of veel leerkrachten zich serieus genomen voelen met ‘Operatie Regels Ruimen 2.0’ en een folder van de inspectie. Ik in ieder geval niet.

Het verschil tussen werkeis en werkbron

In een eerdere blog ging ik al in op de werkeisen en werkbronnen. Werkeisen vragen energie, Werkbronnen geven ons energie. Die bronnen stellen ons onder meer in staat om ons werk goed te kunnen doen. Ik ga het nog maar eens herhalen: aan eisen geen gebrek. Heel veel partijen draaien om het onderwijs heen. Iedereen mag over het onderwijs roepen wat hij of zij wil. Overheid, raden, ouders en leerlingen…allemaal hebben ze een mening over hoe het onderwijs eruit moet zien. Er wordt vooral óver het onderwijs gesproken, zelden mét de personen die het allemaal doen: de leerkrachten. Waarom accepteren we het toch altijd dat iedereen op de stoel van de leraar gaat zitten? Als leerkracht weten we maar al te goed hoe we het onderwijs in kunnen richten. En heb je een suggestie? Dat mag! Maar bespreek die ideeën dan ook met ons. Dat zou me veel meer een gevoel van waardering geven dan af en toe die aai over de bol van het ministerie. Verder hebben onder meer Passend Onderwijs en de overvolle klassen veel van leerkrachten gevraagd de afgelopen jaren. Ook hebben we een verplicht register gekregen waarvoor het draagvlak volledig ontbreekt en waarin professionaliteit continu bewezen moet worden op straffe van rechtspositionele gevolgen. Kortom, aan eisen geen gebrek.
Ook ging ik eerder al in op de werkbronnen die we kregen, of eerder gezegd vooral niét kregen. De laatste salarisverhoging betaalden we deels zelf, en we horen net iets te vaak de loze kreet ‘dat we het verschil maken’. Bente Becker van de VVD begon haar pleidooi afgelopen woensdag dus wederom door te vertellen hoeveel waardering ze wel niet had voor ons beroep.

Advies aan OCW

Aan welke bronnen ik zelf zit te denken? Aan een hoger salaris! Inkoppertje, natuurlijk. Maar ik zou misschien weer het idee krijgen dat die ‘waardering’ ook echt is. Voor de rest zou ik zeggen: praat niet alleen méér met de ‘beroepsgroep’, maar luister ook naar de werkvloer. Niet door middel van allerlei commissies en coöperaties, want die hebben weer allerlei duurbetaalde besturen die mij als leerkracht niet vertegenwoordigen. Niet door middel van sectorraden als de PO-Raad en de VO-Raad die gewoon werkgeversorganisaties en doorgeefluiken zijn van vooral ideologisch redeneren. Ik daag het komende ministerie uit om eens over de laag van bestuurders, commissies en coöperaties heen te stappen en daadwerkelijk te luisteren naar de expertise in het onderwijsveld. Dat zou mij nu echt een gevoel geven dat het ministerie het onderwijsveld serieus neemt. Ik zou het gevoel hebben dat de visies en kunde van mijn collega’s en mijzelf ertoe doen. Misschien wordt de afstand tussen de politiek en het veld dan ook weer eens wat kleiner. Ik zou zeggen, aankomend ministerie van onderwijs: doe het eens anders!