Door Ankie Cuijpers

Het  schooljaar begint aan zijn laatste weken en wat de warmte betreft had het al vakantie mogen zijn.  Dan zes weken zomervakantie en die wordt door docenten verschillend ingevuld. Voor wie daar nog eens over wil lezen kan hier en hier zijn hart ophalen. Voor mij is dat alweer enige tijd geleden.

In september 2014 begon ik aan mijn laatste schooljaar voordat ik in januari met keuzepensioen zou gaan.  Via Twitter volgde ik regelmatig op welke manier docenten zich voorbereiden op hun leerlingen en hun lessen. Zelf was ik destijds enkele maanden actief betrokken bij een intervisiegroep op onze school. Deze groep collega’s was op initiatief van Carola, een jongere collega,  in het leven geroepen. Zij heeft een coachingstraject gevolgd en ontdekte daarbij dat ze behoefte had aan reflectie op haar lessen met collega’s. Elke twee weken bespraken we op vrijdag na school een uurtje met elkaar een casus uit de lespraktijk van een van ons. We volgden daarbij de werkwijze en vraagstelling zoals zij die van haar coach had meegekregen. Op deze manier werd het geleerde tijdens het coachingstraject ook gedeeld met collega’s. Tijdens de laatste bijeenkomst voor de zomervakantie vroeg een collega zich af hoe je je voorbereidt op het nieuwe schooljaar: de leerlingen en de lessen. De antwoorden gingen veelal over de lesstof.

Ik vond het interessanter om informatie te hebben over nieuwe leerlingen. Zodra ik toegang had tot mijn nieuwe klassen in het leerlingvolgsysteem las ik de notities over de leerlingen en maakte zo nodig een korte aantekening in mijn klapper. Mentoren werden geacht een overdrachtsnotitie te schrijven en gelukkig is daar een format voor,  hetgeen geleid heeft tot een geschakeerde beschrijving van de leerling. Toch viel mij op dat, ook al constateren verschillende docenten regelmatig hetzelfde ongewenste gedrag bij een leerling, men niet verder kwam dan het advies om de betreffende leerling hierop aan te spreken. Als ik dan notities over drie schooljaren las waarin het drukke gedrag genoemd werd dan dacht ik, wanneer zijn we de constatering voorbij en doen we met de signalen iets als docent?  Mogelijk valt daar nog iets te leren.

Een praktijkvoorbeeld

Met Ellen uit de vierde had ik een gesprek  na afloop van de les . Tijdens de eerste schoolweek ging ze samen met haar vriendinnetje achterin het lokaal zitten. Een voorkeursplek om te socializen. In de tweede schoolweek, positioneerde ik hen aan het begin van de les apart en had ik hun verteld dat ik na de les uit zou leggen waarom ik deze keuze gemaakt had. Het vriendinnetje heeft een gehoorprobleem en dat had ik in de notities gelezen. Vandaar dat ik het niet verstandig vond om haar achterin te laten zitten. Zij begreep het en nam vriendelijk afscheid en wenste mij een fijn weekend. Bij Ellen had ik een voorschotje genomen aan het begin van de les. Ik noemde, dat ik notities gelezen had en samen met haar daar naar wilde kijken. Dat maakte haar wel nieuwsgierig, want ze wist helemaal niet dat er notities over haar waren. Overigens was bekend bij alle collega’s, dat notities te allen tijde door leerlingen en ouders ter inzage kunnen worden opgevraagd en formuleringen met respect voor de leerling opgesteld dienden te zijn. Regelmatig kwam haar drukke gedrag voorbij, maar ook hele leuke en positieve opmerkingen. Heel goed van collega’s om niet alleen iets negatiefs te noteren van een leerling. Wat mij opviel was dat er niet echt met Ellen naar een oplossing gezocht werd voor haar drukke gedrag. Het advies om haar daarop aan te spreken haalde blijkbaar weinig uit.

Laten we dan ook ophouden met aanspreken op en beginnen met praten met. Ellen vertelde mij dat ze niet lang kan luisteren naar uitleg. Hooguit tien minuten en dat ze daarna aan het werk wil. Overigens was de tijdsduur van de uitleg een perceptie van Ellen. Zij beleefde waarschijnlijk al vrij snel dat uitleg veel te lang duurt. Voor de daaropvolgende les spraken we af dat ik hooguit tien minuten uitleg zou geven en Ellen beloofde dan goed te luisteren. Haar taak was de tijd bewaken. Daarna kon ze aan de opdracht beginnen. Het was hoe dan ook iets wat we samen hadden afgesproken. Ellen leek me echt een flippingkind en ik besloot met haar de optie van flipping the classroom te bespreken en daarmee was ik de constatering voorbij.