Verontrustende berichten over jonge docenten die voortijdig het onderwijs verlaten, leiden niet meteen tot actie van het onderwijsveld zoals ook docent  Martin Bootsma recent in een kritische blog[1] aangaf. Dat het anders kan en hoe dit in zijn werk gaat vertellen twee jonge docenten van het Mondriaan College in Oss.

“De sfeer hier op school is open en prettig. Je kijkt naar elkaar om”, aldus Ton van der Loop (28 jaar), docent economie en afgestudeerd aan de Radboud universiteit in Nijmegen.  Hij is zij-instromer en via het OnderwijsTraineeShip (OTS)  (http://www.onderwijstraineeship.nl/)  vindt hij zijn weg naar het onderwijs. Na zijn afstuderen werkt hij bij een bank, maar merkt dan al snel dat dit niet iets is wat hij wil. “Ik wil iets kunnen betekenen voor mensen. De weg naar docentschap was een lang denkproces. Als ik met pensioen ben dan stel ik mij de vraag: wat heb ik bereikt. Het antwoord vind ik niet bij de bank.” Hij volgt dan ook de universitaire lerarenopleiding, die hij samen met het OTS na anderhalf jaar afrondt.

Twee  jaar geleden, nog tijdens de lerarenopleiding, start hij op het Mondriaan College als economie docent. “Ik werd meteen in het diepe gegooid. Meteen een eindexamenklas havo met schoolexamens en alles wat daarbij komt kijken. De eerste weken stond ik in de crashmodus. Er komt dan zoveel op je af.” Gelukkig pakt de school het goed op. Ton neemt een keer per week deel aan een intervisiegroep met beginnende docenten. Een ervaren docent begeleidt de groep het eerste jaar. Behalve moeilijke lessituaties bespreekt men ook een algemene casus en dat kan ook individueel met collega Jolanda van der Ven (Nederlands) en tevens docentbegeleider. Zij volgde de opleiding schoolopleider en School video-interactiebegeleider/Beeldbegeleider. Vragen als ‘Waar loop je tegenaan, hoe werkt dit of dat, komen aan bod. Aanvankelijk is vakcollega Gerda van der Doelen zijn buddy en behalve dat hij met alle vragen bij haar terecht kan, bezoekt zij ook zijn lessen. Zij merkt het perfectionisme van Ton en probeert hem daarin te remmen. Met name zijn grote verantwoordelijkheidsgevoel speelt hem parten. Hij wil het goed doen, maar beseft dat docent worden tijd nodig heeft. Niet alles kan in een keer. Jolanda van der Ven neemt de rol van Gerda over als blijkt dat de begeleiding niet meer lukt wat roostertijd betreft. Behalve lesbezoeken is er ook beeldbegeleiding en wordt de opname van een les besproken. Een waardevolle toevoeging vindt Ton.

Sayra van Duren

Sayra van Duren

Ook Sayra van Duren  (27), docente Frans, vindt de beeldbegeleiding zinvol. Zij volgde de vierjarige lerarenopleiding in Tilburg en heeft dan ook al heel wat praktijkervaring opgedaan tijdens stages. Het laatste jaar was zelfs een volledig praktijkjaar. Tijdens zo’n stage hoort ze dat ze weinig expressie toont, het zogenaamde pokerface. Nu ziet zij na de opname, die men tijdens de intervisie bespreekt, hoe dit anders kan. Gebaren kunnen een aanvulling zijn en dat werkt prima volgens haar. Sayra geeft nu voor het vierde jaar les waarvan de laatste twee jaar op het Mondriaan. Momenteel is haar betrekkingsomvang 19 lesuren. De waarde van intervisie voor beginnende docenten is voor haar wisselend. Soms zijn er onderwerpen die voor haar ‘oud nieuws’ zijn en merkt ze dat haar behoefte aan begeleiding geringer is dan bij een collega die van de universiteit komt. Ook zij heeft het eerste jaar een buddy die op lesbezoek komt en waarvan ze feedback krijgt.  Verder leert Sayra van een andere collega bijvoorbeeld een manier om een les te starten. Leerlingen komen luidruchtig binnen en zij heeft moeite om er dan bovenuit te komen. ‘Leer de leerlingen om bijvoorbeeld stil te zijn als jij je hand opsteekt’ een tip die goed werkt, aldus Sayra. Zo krijgt ze  de tip om bij collega’s op lesbezoek te gaan en ervaringen uit te wisselen. Dit jaar, haar tweede jaar op het Mondriaan, is de intervisie vrij en ben je niet verplicht om deel te nemen. “Ik heb nog moeite om die vrijheid te handelen. Het is met name de tijd of ruimte die in de weg staan. Roosters die bijvoorbeeld niet  passen en buiten de lessen om ben  je vaak andere zaken aan het regelen.  Zoals een leerling die wat komt inhalen of waarmee je een gesprekje moet voeren, of die bijles wil.” Met alleen stage-ervaring ben je er niet. “De begeleiding heeft zeker toegevoegde waarde, want anders word je in het diepe gegooid.”

Oprechte belangstelling in de begeleiding van jonge docenten

Volgens Ton is de universitaire opleiding vooral veel theorie. “De lerarenopleiding is bij lange na niet genoeg. Ik ben van mening dat je het vak alleen kunt leren door te doen.” Hij is hij erg tevreden over de begeleiding op het Mondriaan. Jolanda van der Ven neemt hem aan de hand tijdens zijn stage. Dat betekent concreet dat ze samen ook de lesplanning bespreken en welke info  belangrijk is voor de rapportbespreking en de teamvergadering. En dan een mail van een ouder. “Hoe moet ik daarop reageren?” vraagt hij zich af. Hij kiest nu liever voor een gesprek dan een uitgebreide schriftelijke reactie. Als beginnend docent twijfelt Ton nog vaak “Duidelijkheid en consequent zijn heb ik moeten leren. Niet vaak zeggen: dat mag niet. Leerlingen hebben dat door en doen het dan toch.” Als iets niet lukte dan ervoer hij dat als falen. Nu niet meer. Hoe kwam die omslag? “Je maakt nog jaren fouten als je er maar van leert.” Dat zijn de wijze woorden van Jolanda.. “Superprettig”, noemt hij de manier van begeleiden. “Je krijgt ruimte om zelf te ontdekken. Zo stelt Jolanda vragen die hem tot zelfreflectie aanzetten. Na een lesbezoek vraagt ze bijvoorbeeld:” Je werd boos, op welke acht momenten had je dit kunnen voorkomen?” Net als Ton ervaart ook Sayra dat teamafspraken voor een klas waar het niet zo goed loopt efficiënt zijn. Met name de mentor is dan een prima steun. Nu Sayra zelf mentor is, merkt ze dat niet elke docent zich aan de afspraken houdt. Zoals bijvoorbeeld het huiswerk vijf minuten voor het einde van de les opgeven.  Soms werkt haar eigen regel goed, maar zij houdt zich dan toch  aan de teamafspraak. Aanvankelijk heeft Ton nog moeite met het consequent doorvoeren van een teamregel. Lesbezoeken bij doorgewinterde docenten zoals Jos de Louw en het bezoek aan zijn lessen door coach en docentbegeleider Peter Flint zijn daarbij dan ook zeer behulpzaam. Het is vooral de oprechte belangstelling van begeleidende docenten wat Ton zo waardeert en voegt eraan toe: “De momenten dat ik dacht ongeschikt te zijn voor het onderwijs zijn voorbij.”

Ankie Cuijpers

[1]  https://meesterlezer.blogspot.nl/2017/10/ritmes-en-routines.html