Door Jan Lepeltak

Hij is 77, zonder academische opleiding, en promoveert op een onderzoek naar onder andere de voorgeschiedenis van ICT in het onderwijs, dat dwingt respect en bewondering af.

Loek Hermans parachuteerde hem tijdens zijn ministerschap als ‘projectdirecteur’ verantwoordelijk voor ICT en het onderwijs. “Ik ben maar een eenvoudige projectenboer”, stelde hij in zijn dankwoord. Hans Boom was een vreemde eend in de bijt als projectleider afkomstig van de Betuwelijn en dan het onderwijs in. Boom was niet direct iemand die in onderwijskringen meteen makkelijk vrienden maakte. Werken met bouwers, civiel ingenieurs, spoorbouwers die letterlijk in de klei stonden, ging hem kennelijk goed af. Op zijn promotie eind oktober was de zaal dan ook voor het overgrote deel gevuld met mensen die uit de bouwwereld afkomstig waren, aangevuld met een hand vol ICT-veteranen (zie foto onder aan de tekst). Hans ging in het begin een beetje als een olifant door de (onderwijs)porseleinkast. Dat had wel iets. Een zware aanvaring met Hans naar aanleiding van een interview dat ik indertijd met hem als programmadirecteur had, kon dan ook niet uitblijven. Maar zand daarover.  Zie ook http://komenskypost.nl/?p=174

Overigens bleek Hans tijdens de verdediging van zijn proefschrift niet de houwdegen die ik meende te kennen. Toen hij zijn echtgenote in zijn dankwoord noemde, schoot hij vol.

ICT archeoloog

Zijn bestuurskundige proefschrift gaat over de besluitvorming van de Betuweroute en ICT in het onderwijs. Het is getiteld Archeologie van besluitvorming.  Als een archeoloog verzamelde hij de overgebleven stukken en had hij gesprekken met beleidsmatig betrokkenen. Lastig is natuurlijk dat hijzelf de ‘archeologisch’ onderzoeker is, maar feitelijk ook deel van het archeologisch object. Iets wat op het laatste door een van de vragenstellers, prof. van Twist, werd opgemerkt.
Ik zal en kan niet op de wetenschappelijke merites van de gevolgde methodologie ingaan. Daar ontbreekt mij de bestuurskundige kennis voor. Maar een van zijn hoofdconclusies, daar waar  het de invoering van I(C)T betreft, kan ik zeker onderschrijven. Politici maken plannen en hebben daarbij een centraal doel voor ogen. Naarmate de tijd vordert en de plannen worden uitgevoerd verdwijnt dat hoofddoel steeds meer naar de achtergrond. Het project krijgt zijn eigen dynamiek. Het hoofddoel wordt praktisch vergeten. De rol van een minister lijkt van minder belang. Hij wordt door veel ambtenaren gezien als een passant.

Het is prettig dat de tijdlijnen en beleidsstukken over de invoering van ICT in het onderwijs vanaf de ‘oertijd’ onder minister Pais tot nu zijn vastgelegd, hoewel het deel dat de periode van minister Hermans beslaat het meest accuraat is. Bij beleidsambtenaren zie je vaak een zekere mate van dweepzucht met ‘hun’ minister. Sommigen schrijven er zelfs een boekje over. Boom verwijt veel onderwijsministers een gebrek aan visie. Boom noemt Hermans een van de weinige ministers met visie. Het merkwaardige is dat dit volgens mij juist niet geldt voor onderwijsminister Hermans met de eerdere staatssecretaris Tineke Netelenbos als goede tweede. Het ontbreken van kennis en visie (hangt dit soms met elkaar samen?) is een dodelijke combinatie. Wat betreft onderwijs en ICT heb ik een visie hieromtrent bij onderwijsminister Hermans nooit kunnen ontdekken. Hij was het die vond dat voordat de scholen op internet zouden moeten worden aangesloten er een onderzoek moest komen naar nut en noodzaak. Zo stelde Hermans in een interview dat ik in de tweede helft van de jaren ’90 met hem had.

Het duurde nog jaren voor ICT een reguliere plek in het onderwijs kreeg

Terecht stelt Boom ook dat we van grote projecten uit het verleden moeten leren. Ofschoon hij meent dat alle betrokkenen bij een groot project ook echt dienen te worden betrokken, doet hij daar voor ICT weinig mee. Want het grote manco aan de ICT-invoering in het onderwijs was de te geringe directe betrokkenheid van de docent. Alleen in het mbo landde ICT redelijk goed. Maar daar was dan ook een groot (na)scholings- en professionaliseringsproject opgezet. De benadering in het po en vo schoot schromelijk te kort. Het duurde daarom nog jaren voor ICT werkelijk een reguliere plek in het onderwijs kreeg.

Het is vreemd dat er niemand precies kan aangeven hoeveel er al die jaren aan ICT voor het onderwijs is uitgegeven en wat daar precies mee is gedaan. Boom komt op een bedrag van 1,5 miljard. Een bedrag dat mij eerder aan de lage kant lijkt. Vreemd dat de rekenkamer nooit enig onderzoek heeft gedaan naar de omvang van het totaalbudget en de besteding daarvan. Vreemd ook dat na de externe evaluatie van de commissie Zegveld (eind jaren ’80), die overigens niet in de bibliografie wordt genoemd, er nooit enige externe impact-analyse heeft plaatsgevonden waarin doelen en resultaten worden vergeleken.

In het proefschrift staat ook een afbeelding van de volstrekt onbegrijpelijke, legendarische en megalomane poster/infogram/mindmap met de titel Van informatietrechter naar kenniswaaier. Deze kostbare poster hing bij de kamer van Hans Boom en leidde tot veel heimelijk gegiechel.

Toch maakt het ICT-deel van het proefschrift, als het gaat om de weergave van de feiten in het voortraject in het algemeen, een degelijke indruk. Soms echter laat ‘archeoloog’ Boon zich wat leidden door zijn eigen subjectieve beleving. Zo stelt hij dat sinds Kennisnet op eigen benen staat en op afstand van het ministerie, dit doorslaggevend is geweest voor het huidige succes van Kennisnet als aanbieder van onderwijsinstrumenten (p.212).

Op deze causaliteit van een en ander en de mate van succes van Kennisnet valt nog wel wat af te dingen. In ieder geval ontbreekt een onderbouwing voor deze constatering.

 Jos de Groen (voormalig hoofd beleidsafdeling, directie ICT Min.OCW) Ferry de Rijcke (oud-ICT-beleidsadviseur van onderwijsminister Ritzen) Pieter Hogenbirk (voormalig procesmanager ICT bij OCW) Rob Rapmund (oud-directeur Kennisnet) Ype Akkerman (oud senior beleidsadviseur Min. OCW) Alfons ten Brummelhuis (onderzoeker bij Kennisnet)

ICT-veteranen: vlnr: Jos de Groen (voormalig hoofd beleidsafdeling, directie ICT Min.OCW)
Ferry de Rijcke (oud-ICT-beleidsadviseur van onderwijsminister Ritzen)
Pieter Hogenbirk (voormalig procesmanager ICT bij OCW)
Rob Rapmund (oud-directeur Kennisnet)
Ype Akkerman (oud senior beleidsadviseur Min. OCW)
Alfons ten Brummelhuis (onderzoeker bij Kennisnet)