PO-raad kritisch over bedrijvenlobby voor coding op school

Op woensdag 25 mei is in Utrecht de leerlijn programmeren PO met een symposium Computational Thinking gelanceerd. Scratch en codingexpert Joek van Montfort doet verslag en geeft op verzoek van KomenskyPost een eerste analyse van het materiaal.

De tijd is er rijp voor getuige de 75 aanwezigen met een zeer gevarieerde achtergrond (leerkrachten, bestuurders, PABO, kenniscentra, ontwikkelaars leermateriaal etc.). Simone Walvisch, vice-voorzitter van de PO-raad, karakteriseerde de bijeenkomst zelfs als een “historische bijeenkomst”. In het vervolg van haar openingsrede betoonde Walvisch zich kritisch ten opzichte van de lobby van het bedrijfsleven (die programmeren als verplicht vak zou wensen) en enthousiast over het advies Onderwijs2032 met de daarin genoemde aandacht voor digitale vaardigheden (“U leest in de krant over een ontbrekend draagvlak, maar dat is voornamelijk een VO verhaal”).
De gepresenteerde leerlijn is de neerslag van een van de door de PO-raad omarmde en georganiseerde versnellingsvragen. Feitelijk zijn twee vraagstellers (FIER Onderwijsgroep uit Friesland en OPONOA uit de Achterhoek) gekoppeld aan de SLO en Kennisnet met de vraag een concrete leerlijn uit te werken.
De eerste presentaties voor deze leerlijn werden verzorgd door betrokken leerkrachten.

Teun Meijer van FIER ging in op het proces en Sandra Legters van Oponoa op het feitelijke product. Ter plekke kregen we niet heel veel te zien, de feitelijke leerlijn kregen we mee als huiswerk via http://maken.wikiwijs.nl/74282/Programmeren_in_het_PO

Qua structuur is gekozen voor tien begrippen die tezamen het veld van programmeren behandelen: algoritmes, patronen, herhaling, foutenanalyse (debugging), voorwaarden, abstractie, functie, variabele en representaties.
In principe zijn voor deze tien begrippen op drie niveaus activiteiten beschreven, voor onder-, midden- en bovenbouw. Door herhaling en verdieping over de jaren heen kunnen leerlingen zich de begrippen goed eigen maken.

Bescheiden opzet is pluspunt

Voor de activiteiten is in de huidige opzet voornamelijk gekozen voor zogenaamde unplugged activiteiten. Er is ambitie om in een latere fase ook activiteiten met robots (bijvoorbeeld BeeBot) toe te voegen alsmede activiteiten die wel achter het scherm plaats vinden (bijvoorbeeld Scratch). In alle gevallen weer rondom genoemde basisbegrippen en op drie leeftijdsgroepen.
Ik vind het een enorm pluspunt dat de eerste opzet bescheiden is. Niet alleen is het vakgebied complex genoeg om alle initiatieven van type “hiermee is alles geregeld” te wantrouwen. Er is ook expliciet rekening gehouden met de praktische uitgangssituatie voor leerkrachten nu: lang niet overal is voldoende infrastructuur om alle kinderen met computers te laten leren én lang niet alle leerkrachten zijn vertrouwd met het geven van les over programmeren. De makers van de leerlijn waren verheugd te kunnen berichten dat leerkrachten aangaven sommige activiteiten al te doen (maar zich niet te realiseren dat het met programmeren van doen had), aansluiting met het werkveld dus.
Bij bestudering van de leerlijn, en dat kan iedereen nu online doen, valt me wel op dat her en der nog puntjes op de i moeten. Maar dat is natuurlijk in de geest van de iteratie die computeraars eigen is: herhaal (bedenk, maak, probeer, verbeter). Bijvoorbeeld vind ik dat decompositie sterker gebracht kan worden dan uitsplitsen tot losse stappen, en dat voor patronen een dans of liedtekst aansprekender is dan een rij getallen 1, 2, 4, 7, 11, 16, … Bij de verdiepingsopdracht middenbouw, bijvoorbeeld https://studio.code.org/s/course4/stage/9/puzzle/11 vraag ik me sterk af of het zin heeft voor meer kinderen dan de rekenkundig geïnteresseerden. Eigenlijk is dat een inwijding in een programmeerfoefje dat lang niet iedereen waardeert: “voor teller is 7 tot 1 met stapgrootte 2 doe iets”.
Maar goed. Het begin is er. Simone Walvisch had als ijzersterke afsluiting dat de leerlijn de leerkracht de baas maakt van hoe de materie te onderwijzen. Zelf de leermiddelen kunnen kiezen is alles behalve slaaf van een methode. Tot zover de leerlijn. Het symposium had meer, waarover hierna in het kort.
In bijna alle verhalen kwam het model 21e eeuwse vaardigheden aan bod. Mij was ontgaan dat er 1 januari 2016 door Kennisnet en SLO een nieuwe versie was gelanceerd. https://www.kennisnet.nl/artikel/nieuw-model-21e-eeuwse-vaardigheden/
Remco Pijpers van Kennisnet deelde mee dat Kennisnet simultaan een online workshop voor leerkrachten gepubliceerd heeft: http://maken.wikiwijs.nl/70012/Workshop_Computational_thinking#!page-1652293

Pieter-Paul Eppings van de Vlissingse schoolvereniging gaf aan hoe hun scholen, geïnspireerd door de Britten (welke Britten precies is mij ontgaan) een leerlijn vanuit “tools & toys” hebben ontwikkeld. Eerder genoemde BeeBot (geschikt voor onderbouw) heeft familieleden Bluebot (middenbouw) en Probot (bovenbouw).
Allard Strijker is bij SLO de expert op het gebied van Computational Thinking. De term door Papert in 1980 geïntroduceerd en door Wing in 2006 groot gemaakt roept nog altijd de nodige vragen op. Transfereert die kennis Computationeel thinking wel. Het antwoord werd gezocht in inbedding in een groter geheel. Ik begreep het niet helemaal, maar gelukkig is daar een toegewijde website curriculumvandetoekomst.slo.nl waar op http://curriculumvandetoekomst.slo.nl/21e-eeuwse-vaardigheden/computational-thinking een “voorbeeldmatig leerplankader” geschetst wordt.
Mark Vrolijk van Onderwijsgroep Fier vertelde meer over hoe hun scholengroep in de weer is met digitale vaardigheden. Naast mede-initiator van de versnellingsvraag betreft dat het op orde hebben van de infrastructuur (“en nu die snelweg er ligt willen we daar op gaan rijden met leuke gadgets”). En het ombouwen van een inmiddels leegstaand schoolgebouw tot community learning centre (een idee geleend van iXperium). In dat gebouw konden leerlingen, leerkrachten en buitenstaanders via de Fier Academy leren over en met moderniteit.
Laatste spreker was Theo Douma van O2G2, een Groningse scholengroep die niet wilde wachten op “Den Haag” en zelf aan de slag is gegaan met de leerlijn. De komende twee jaar moet die werkenderwijs gestalte krijgen met deelname van vijf scholen PO en drie scholen VO uit hun scholengroep. Opmerkelijke woordkeuze was het zorgdragen voor een betonnen vloer van competenties, hetgeen ik opvatte als funderend onderwijs :-).

Joek van Montfort