Geen lerarenregister, wel meteen theorie en praktijk verbinden bij de lerarenopleiding

Door Ankie Cuijpers

Elke week verschijnt er een video van de Duitse Stifterverband.  Het Stifterverband für die Deutsche Wissenschaft bestaat inmiddels 60 jaar. In het Stifterverband zijn grote bedragen bijeengebracht door invloedrijke personen uit het bedrijfsleven en private weldoeners. Momenteel heeft het Stifterverband meer dan 640 stichtingen met een gezamenlijk vermogen van meer dan 2,7 miljard Euro onder zijn hoede

Onlangs ging het over de lerarenopleiding en wat mij erg aansprak waren de kenmerken van het docentschap genoemd door professor Sabine Doff, docent didactiek mvt aan de universiteit van Bremen:

Der Lehrerberuf ist der Beruf mit dem man am stärksten Gesellschaft heute und morgen gestalten kann.

In Duitsland heeft het Stifterverband het project Bildungsinitiative 2020 geïnitieerd. Het Stifterverband maakt zich sterk  voor kwaliteit en diversiteit van de lerarenopleiding. Het streven is om 4% meer buitenlandse studenten voor de docentenopleiding aan te trekken. Bovendien wil men 22% meer mannelijke basisschoolleraren opleiden en men wil 36% meer studenten die een opleiding volgen tot docent in de zogenaamde MINTvakken (wiskunde, informatica, bètavakken en techniek).

Men worstelt net als in Nederland met het imago van het lerarenberoep. Volgens Sabine Doff kenmerkt het beroep zich door een grote verantwoordelijkheid, maar ook door macht. Zij vindt dat door het duidelijker zichtbaar maken hiervan de vraag over het aanzien en de waardering van het lerarenberoep overbodig zou zijn. Het ligt zeker niet aan het systeem van de lerarenopleiding. Dat is in Duitsland goed. Ook in vergelijking met het buitenland. Volgens haar zou de verbinding tussen school en opleiding beter ontwikkeld moeten worden, ofschoon er momenteel al veel gebeurt.  Doff stelt dat men reeds vroeg in de opleiding praktijk en theorie met elkaar moet verbinden. Dit kan men zien als kruisbestuiving. Docenten weten hoe iets in de praktijk werkt en studenten hebben meer tijd om opgavenformats te ontwikkelen. Kritiek heeft zij op de onderwijspolitiek met zijn vele hervormingen. Zij vindt het volstrekt onverantwoord dat scholen als een soort proeflaboratorium als het ware meegetrokken worden in de vernieuwingsdrang.

Dat we de beste mensen als lerarenopleider voor dit beroep nodig hebben daarvoor pleit Wolf-Rüdiger Feldmann, voorzitter van het adviescollege van de Cornelsenstiftung* lehren und lernen. Hij  omschrijft de lerarenopleiding als een afvalproduct van de verschillende faculteiten. Dit is volgens hem de afgelopen drie decennia zo ontstaan. De oorzaak ligt volgens hem in de betere voorwaarden van andere beroepen. Hetzij door betere salarissen of meer maatschappelijke waardering. Zo lang dit blijft bestaan zullen de besten niet kiezen voor een lerarenopleiding. Volgens Feldmann begint de waardering voor leraren op de universiteit. Zij zijn momenteel niet de doelgroep die daar de meeste waardering krijgt. Feldmann uit kritiek op het opleidingssysteem in Duitsland. Hij vraagt zich af waarom er geen overkoepelende standaard is voor de lerarenopleiding voor alle deelstaten.

*De Cornelsenstiftung zet zich in voor betere onderwijskwaliteit in Duitsland. De stichting is een non-profitorganisatie die de kennisuitwisseling tussen praktijk en wetenschap stimuleert. Momenteel zijn er twee projecten: de zomeruniversiteit en de Cornelsenstiftungsprijs. De zomeruniversiteit stelt docenten in staat om een vierdaags seminar aan de universiteit in Berlijn te volgen tegen een geringe vergoeding van €60,- inclusief overnachting en maaltijden.  De Cornelsenstiftungsprijs is in 2005 in het leven geroepen om het onderwijs nieuwe impulsen te geven en ter versterking van het lerarenberoep. Dit jaar ligt de nadruk op samenwerken en actuele thema’s. Waarbij innovatief en overdraagbaar belangrijke criteria zijn. De jury bestaat enkel uit professoren van verschillende universiteiten. Oprichter van de stichting is Franz Cornelsen, uitgever.