Joek van Montfort neemt deze zomer weer weer deel aan de internationale Scratch-conferentie, een conferentie die hij zelf eerder ook organiseerde. Vorig jaar in Bordeaux en ditmaal bij het MIT in Cambridge, Massachusetts. Hij vertelt ook hoe hij als wiskundige bij het onderwijs en informatica betrokken raakte.

Mijn leeslijst voor deze zomer is als mijn leeslijst van de laatste jaren: veel boeken gerelateerd aan het vak waar ik in mijn studietijd mijn neus voor ophaalde: informatica. Informatica was al even toegepast als statistiek, een discipline waarin mijn vader zijn brood verdiende. Dat kon of mocht niet veel wezen.

Ik heb begin jaren tachtig wiskunde gestudeerd, mooiste vak Oneindig-dimensionale topologie, hoe minder toepasbaar hoe beter, maar ik sjeesde er wel mee. Op 31 augustus 1987, de dag voor die examens werden afgeschaft, haalde ik ’s ochtends mijn MO-A Wiskunde, dat toegang gaf tot een examen MO-B Wiskunde in de middag. Tezamen met een bescheiden bijvak didactiek was ik toch nog een 1e-graads bevoegd docent wiskunde geworden.

De stage, als 21-jarige in 3 HAVO, maakte duidelijk dat ik voorlopig niet aan lesgeven toe was. Jaren 80, no future, kraken, woonwerkpanden, ik bleef nog jaren actief als financiële man bij Staalplaat, uitgever van experimentele muziek en curieuzere zaken.

In die tijd las ik Primo Levi, Dostojevski en Grombowicz.

Eind vorige eeuw heb ik tien jaar bij de Nederlandse Spoorwegen gewerkt en aldaar langzaam de jeu ontdekt van computers en spoorwegen. Tussen 1995 en 1997 ben ik bij Lex Schrijver alsnog als wiskundige afgestudeerd. Dat afstuderen, dat oorspronkelijk bedoeld was als ondersteuning voor mijn werk bij de spoorwegen, werd het begin van het einde bij het spoor. De managementmode van dat moment schreef people management voor en de daarvoor benodigde sociale vaardigheden werden als vanzelfsprekend bij wiskundigen afwezig geacht.

Inmiddels gingen mijn kinderen naar de basisschool en daar arriveerden zonder enig plan ineens computers. De Nederlandse overheid stimuleerde bedrijven een nieuwe Tulip te kopen en hun oude computers met vermeende milleniumbug in te leveren voor hergebruik in het basisonderwijs. Het leek mij goed de school te helpen na te denken over hoe die apparaten creatief in te zetten.

Na nog een jaar te hebben nagedacht over wanneer halverwege de 21e eeuw de Betuwelijn aan spoorverdubbeling toe zou zijn heb ik ontslag genomen en ben me gaan bezighouden met computers en primair onderwijs. Als zelfstandige heb ik me tussen 2002 en 2017 in toenemende mate ingezet voor informatica als basisvak in primair onderwijs.

Onderwijsvernieuwing kende ik wel. Mijn middelbare school stond in Wageningen, waar Open Projektonderwijs, Wageningse Methode, Mondiale Vorming en meer hun oorsprong hadden.

Van informatica, de ideeën en concepten, wist ik vrijwel niets. Wel dat de computer een scheppend medium is, vooral dankzij mijn jaren in de muziekuitgeverij. Ik was fel gekant tegen het idee van het ministerie van onderwijs rond 2004 om jonge kinderen vertrouwd te maken met Windows en Office software, wat rond 2008 nog eens bijdetijds gemaakt werd met “ze moeten leren Googlen”. Mensen in de weer met mediawijsheid hadden rugwind.

In die 15 jaar zelfstandigheid heb ik veel onderzocht, geprobeerd en voorgesteld, zonder blijvend resultaat. Onderweg kwam ik erachter dat mijn logische bondgenoot het bij MIT ontwikkelde Logo was, ontwikkeld vanaf 1967 met een glorietijd in jaren 80 en daarna weggevaagd door de opkomst van … , kantoorautomatisering? de PC? Geen idee.

Ik heb met veel plezier boeken gelezen uit de jaren ’60, ’70, ’80 over kinderen, leren, denken en computers. Over de moeite die het gekost heeft om een computer van een beeldscherm te voorzien, wie wil er nu kijken naar een apparaat dat rekent? Dit is fantastisch beschreven in de Dream Machine van Mitchel Waldrop.

Nu is er een zekere revival gaande dankzij de opvolger van Logo: Scratch. Hoewel de onderwijskundigen er niet aan willen (programmeren zou geen transferabele vaardigheid leren, noch van zichzelf de moeite van het leren waard zijn) en de IT-industrie ziet het vooral als opstapje naar zogenaamd echt programmeren (hetgeen net zo’n treurig doel is als twaalfjarigen vertrouwd maken met Powerpoint of Google).

Er is meer, en daar werd en wordt over geschreven. En dat bepaalt nu vooral wat ik lees.

In mijn geval is ook belangrijk dat ik het basisonderwijs even links laat liggen en me als Trojaans paard het voortgezte onderwijs heb ingerold. Dertig jaar na het behalen van mijn onderwijsakte ben ik docent informatica geworden. Nu nog uitsluitend te geven in bovenbouw HAVO/VWO maar ik broed op plannen om “af te zakken”.

Dit voorjaar las ik:

  1. Girl Code- Gaming Going Viral and Getting it Done (Andrea Gonzales & Sophia Houser)

Feel good reading over twee meiden uit New York die vanuit een codeclub de wereld veroverden met hun awareness game Tamponrun.

  1. Understanding the Digital World (Brian W. Kernighan)
    Nog geen €25 bij Scheltema, zeer degelijk actueel boek over de gevolgen van digitalisering
  2. A Mathematician’s Lament (Paul Lockhart)
    Ook in de wiskunde wordt geworsteld met wat te onderwijzen. De schoonheid van het vak, samengevat als mathematical thinking, is zorgvuldig uit de curricula gesloopt. Dat heeft een pendant bij computational thinking. Voorbereiden op toekomstige arbeidsmarkt.
  3. Homo Deus: A Brief History of Tomorrow (Yuval Noah Harari)

Iets te dik boek met absoluut interessante ideeën. Nu de mens grosso modo honger, ziekte en oorlog overwonnen heeft is onsterfelijkheid een volgend doel …

  1. The Power Of Computational Thinking (Paul Curzon & Peter McOwan)

Super toegankelijk boek met veel bruikbare voorbeelden zoals online al gepubliceerd bij cs4fn.org en teachinglondoncomputing.org. Ik zou het graag naar het Nederlands (laten) vertalen.

En mee op reis gaan:

  1. The Turing Omnibus – 61 Excursions in Computer Science (A.K. Dewdney)
    Mij aangeraden door Tim Bell van CSunplugged. Een klassieker die je koopt voor $ 2,50 met $ 15 verzendkosten.
  2. Programming the BBC micro:bit – Getting started with MicroPython (Simon Monk)
    Ik verwacht er inspiratie te vinden voor bovenbouw Havo/Vwo lesmateriaal.
  3. The Computer and the Child – A Montessori Approach (Peter G. Gebhardt-Seele)

Herlezen! Het voorwoord meldt:
Our children are growing up in a society and environment of fast change. Which is the best way to help them now and prepare them for their future? Shall we confront them with the latest trends of our technological environment, which may well be obsolete by the time today’s children are adults, or should we rather focus on ‘unchangeable’, ‘basic’ facts of nature and mind?
The computer in education is part of this discussion …
En dat in 1987!

joek-van-montfoort

Joek van Montfort is wiskundige, Scratch-specialist, informaticus en leraar