KomenskyPost info

Over ‘Mannen in pakken’, MBO en de publiciteit

o

Het is een hardnekkig verschijnsel: klachten over het MBO.
Na de ROC-vorming aan het einde van de vorige eeuw wordt regelmatig in de pers aandacht besteed aan zaken die niet zouden kloppen. Groei, verandering en schaalvergroting gaan nu eenmaal niet altijd vanzelf. Vaak is die publiciteit terecht: bij Amarantis en ROC Leiden is veel misgegaan. Niet in de laatste plaats door verkeerde besluiten van bestuurders.
Maar soms vraagt die publiciteit om een reactie. Omdat deze gezocht wordt uit rancune, niet onderbouwd is en voorbij gaat aan hetgeen goed gaat. Het artikel Hoe mannen in pakken van het mbo een onderwijsfabriek maakten in Vrij Nederland is zo’n geval.
Vandaar dat Haye van der Werf, oud-bestuurder in het MBO, zich genoodzaakt voelt te reageren via onderstaand artikel. 

Na Ellie Lust heeft Amsterdam nog weer een medewerkster die ervoor kiest na vertrek ‘te bijten in de hand die haar voedde’ en/of ‘na de oorlog in het verzet te gaan’. Het betreft Evelien Polter, oud-medewerkster van ROC van Amsterdam die onder de titel ‘Hoe mannen in pakken van het mbo een onderwijsfabriek maakten’ haar voormalige werkgever in Vrij Nederland aan de schandpaal nagelt. Stijlvol is dat niet, maar natuurlijk: het mag. Het maakte me wel nieuwsgierig naar Evelien Polter, dus om te beginnen maar even ´gegoogled´. Zij blijkt ingeschreven te staan bij “ZijSpreekt”, een uitzendbureau voor vrouwelijke inleiders en dagvoorzitters. Quote: “Als beleidsontwikkelaar bij een grote school (het ROC van Amsterdam dus, HGH) heeft zij haar oog voor hoofdlijnen en het brede perspectief uitstekend kunnen ontwikkelen. In diverse besturen heeft zij bewezen als een verantwoordelijke collega op te treden die er niet voor terugdeinst de nodige knopen door te hakken.”

Zulke dingen begrijp ik nu weer niet: als je zo tekeer gaat tegen je voormalige werkgever en de context waarin je werkte – zoals hierna blijkt – wat heb je dan al die tijd in godsnaam zitten doen? Blijkbaar niet de hoofdlijnen en het brede perspectief kunnen invoeren. Laat staan de nodige, in haar ogen noodzakelijke, knopen kunnen doorhakken! Om nog maar te zwijgen over de verantwoordelijke solidariteit met haar (mannelijke) collega-leidinggevenden!

Na de oorlog in het verzet

Maar goed, zij heeft ervoor gekozen een boekje open te doen over de ontwikkelingen in het MBO in het algemeen en die in het ROC van Amsterdam in het bijzonder. Het is dan alleen wel zo sjiek om dat een beetje waarheidsgetrouw te doen, in een beetje mooi Nederlands (je bent immers docente geweest!), zonder herhalingen, al te persoonlijke aantijgingen of ongefundeerde generalisaties.

Eerst even de feiten:

– Anders dan Evelien Polter beweert veranderde niet alles in het MBO pas in de loop van de negentiger jaren. Feitelijk was de totstandkoming van het MDGO (Middelbaar Dienstverlenings- en GezondheidszorgOnderwijs) al de eerst vingeroefening voor schaalvergroting en onderwijsinhoudelijke verandering. Daarna volgde eind jaren ‘80 de SVM-operatie die onder meer leidde tot de samenvoeging van Streekscholen en MBO-instellingen. De Wet Educatie en Beroepsonderwijs trad in1995 in werking.

– In een haast seksistische zinsnede doet Evelien Polter het voorkomen alsof in die negentiger jaren ‘mannen in pakken’ het MBO binnenkwamen en vervolgens vanaf dat moment voor veel geld deze onderwijsvorm het ravijn in duwden. Zelf was ik – laat ik het nu maar bekennen – vanaf 1979 directeur in het MBO. Eerst drie jaar docent geweest en daarna – via het MSPO en MDGO – geëindigd als voorzitter Centrale Directie van een ROC avant-la-lettre met 12.000 studenten. Weliswaar soms ‘in pak’ maar, tegen het wettelijke vastgestelde salaris en omgeven door vrouwelijke mededirecteuren waarvan ik veel geleerd heb. Bovendien was ik elke dag met hart en ziel bezig om studenten kansen te bieden in plaats van hen deze te ontnemen.

– Docenten staan niet op de nullijn. Zij krijgen binnen 21 maanden meer dan 8,05 procent loonsverhoging. (Cao-Akkoord). Natuurlijk ken ik de vorm van nostalgie zoals Polter die beschrijft over de banketbakkersschool aan de Elandsstraat, haar eerste werkplek. Ik begon in een villa aan de rand van de duinen in Bergen NH en als de inspectrice op bezoek kwam lunchten we in het Huis met de Pilaren, een tafeltje naast Adriaan Roland Holst.
Stoere West-Friese meiden kwamen daar op de fiets naar de opleiding gezins- of bejaardenverzorgende en de conciërge verkocht vanuit zijn hokje roze glacékoeken. De docente gezondheidskunde droeg een witte outfit en de leidsters van de gezinsverzorging waren kind aan huis. Stagebegeleidsters golden haast als vertrouwenspersonen van de directies van de kleine instellingen gezinsverzorging.

Maar tijden veranderen. Studenten stellen andere eisen aan de school, de leeromgeving, het overblijflokaal en het parkeerterrein voor auto’s. De maatschappij stelt nieuwe en hoge eisen aan de opleidingen. Studentenaantallen, leerinhouden, beperkte financiële middelen en inventariseisen (computers, geavanceerde machines en instrumenten) vergen schaalvergroting, efficiency en betaalbare nieuwbouw.
Maar over schaalvergroting gesproken: voor de start van de ROC’s bestonden er al streekscholen met meer dan 5000 leerlingen. Vaak waren deze verspreid over een flink aantal (verouderde) gebouwen en lastig te organiseren met een kostbare logistiek en facilitaire bemensing.
Polter is haar ‘retrogevoel’ met betrekking tot gemoedelijkheid en ambachtelijkheid kwijt. Maar dat komt vooral omdat ze niet heeft opgelet. Als ik nu op ROC’s kom ontwaar ik daar nog steeds leraren en studenten in koksbuizen en aankomend monteurs in overalls en zie de bewoners van het belendend verzorgingshuis lunchen of dineren bij de afdeling horeca.
Haar suggestie dat de doelstellingen van Jo Ritzen in de ´Wet Educatie en Beroepsonderwijs
´ (onder meer over verminderde schooluitval en minder doorstroming naar vervolgonderwijs) niet zijn gehaald wordt niet beargumenteerd of onderbouwd met cijfers. Net zo min als de suggestie dat – vanwege de financiering – ROC’s zijn verworden tot ‘onderwijsfabrieken’.
Terzijde: menig ROC-gebouw is nog steeds kleiner dan de campus van een Hogeschool of een school voor Voortgezet Onderwijs!

roc-gevel2
Op de deels haast persoonlijke aantijgingen richting Edo de Jaeger (voorzitter College van Bestuur ROC van Amsterdam) ga ik maar even niet in. Ik ben zelf tegen exorbitante beloningen* voor leden van het College van Bestuur. Maar met zulke werknemers als Polter zou ik ook de neiging krijgen boven de Balkenendenorm te gaan zitten!
Natuurlijk wil ik ook erkennen dat er – in het proces van schaalvergroting en professionalisering – dingen zijn misgegaan. Ik weet maar al te zeer hoe sommigen van mijn oud-collega’s (Amarantis, Leiden) megalomane fouten hebben gemaakt.
Maar de generalisaties gekoppeld aan de stigmatisering van ‘mannen in pakken’ doet velen tekort en doet geen recht aan betrokken managers van beiderlei kunne die staan en werken voor goed onderwijs.

Het past mij ook niet in te gaan op de specifieke kritiek die mevrouw Polter spuit op de bedrijfsvoering in ‘haar ROC’ en situatie op de verschillende vestigingen. In deze volstaat de verwijzing naar de website van het ROC van Amsterdam en de daarin opgenomen ´Kerncijfers 2017: Tevredenheid personeel: in de periode 2013-2017 gegroeid van 6.4 naar 7.3.

Bovendien laat het verslag van de financiële positie (balans 2017) zien dat mevrouw Polter van balanslezen niet al teveel kaas heeft gegeten! Ik verbaas me wel over het feit dat zij, tegen heug en meug, het daar zo lang heeft uitgehouden! Blijkens haar cv heeft ze gewerkt in het vermaledijde ‘bestuursgebouw’, tegen haar zin uren doorgebracht in stafruimtes onder HEMA-reproducties van de New Yorker skyline en les gegeven in ‘kale en onpersoonlijke lokalen’. Ik zou met zo’n gemoed van burn-out naar burn-out zijn gestrompeld! Waarom heeft iemand met zoveel oog ‘voor de hoofdlijnen en het brede perspectief’ niet ijlings en succesvol naar een betrekking elders uitgekeken?

In het laatste deel van haar betoog wordt vooral ingegaan op de schier onmogelijkheid van docenten om hun professie op verantwoorde wijze uit te voeren. Ze zouden dat graag willen maar alles zit tegen: de regelgeving, geldgebrek, het management de minister en het curriculum**. In teams is geen sprake van werkverdeling, er zijn teveel onbevoegden (vaak juist vakmensen) en docenten worden voortdurend overvraagd. Dit soort opmerkingen getuigt mijns inziens vooral van een dedain ten opzichte van docenten dat ik wel vaker bespeur bij mensen die wat verder afstaan van het primaire proces. “Kom op”, zou ik zeggen ”laat docenten in hun waarde en behandel ze niet als willoze slachtoffers*** die door het management naar de slachtbank worden geleid.” Nooit gehoord van ‘zelfsturende teams’ en resultaatgerichte werkwijze waarbij gebruikt gemaakt wordt van de onderscheiden kwaliteiten in een opleiding?

En als er al sprake is van zo’n wantoestand op opleidingsniveau, dan had mevrouw Polter, nota bene ‘medewerker Kwaliteitszorg’, daar haar energie in moeten steken in plaats van in verwoede pogingen de door haar gepercipieerde vuile was van het ROC buiten te hangen.

Maar gelukkig, aan het einde komt ze tot inkeer: “Het mbo is door de grootschaligheid en de bedrijfsmatige aanpak grondig veranderd. Maar het blijft prachtig onderwijs. De buitenwereld is er, anders dan in het voortgezet onderwijs, altijd aanwezig.”

Recent verscheen van Ton van Haperen, ook al zo’n zuurpruim, het boek “Het bezwaar van de leraar”. Net zo’n pessimistische analyse, maar dan over het Voortgezet Onderwijs. Ik stel voor dat hij en Evelien Polter eens bij elkaar gaan zitten om te klagen, dan kunnen anderen onderhand enthousiast werken aan goed en steeds beter (beroeps-}onderwijs.

Haye G.H. van der Werf

voorheen Voorzitter Centrale Directie Alkwaard College
Sectormanager BVE, Directie ICT OC & W

*      Over de beloning van de voorzitter College van Bestuur heeft de heer Beertema (PVV) inmiddels vragen gesteld aan de Minister van OC&W.
**    Polter is nogal kritisch over burgerschapsvorming in het MBO.
Oordeel Onderwijsinspectie: “Volgens een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs steekt het mbo goed af bij het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs als het gaat om burgerschapsvorming. (zie VN-artikel Anja Vink)
*** Op het gevaar af zelf te stigmatiseren hier toch de opmerking dat ik vele docenten van dit Amsterdamse ROC ken en regelmatig spreek. ‘Amsterdamse mondigheid’, ‘geen blad voor de mond’ en beslist geen makke schapen.

  1. P. Bergen

    De heer Van der Werf leeft in een heel andere wereld met een heel andere perceptie op het mbo waar voortdurend het mantra geldt: ‘’ de wereld verandert, studenten hebben andere eisen ect. etc. en docenten hadden hun mond moeten opendoen”. Hoewel ik niet geloof dat bestuurders niet met met de beste intenties hun werk doen, zijn velen van hen ( er bestaan gelukkig nog uitmuntende bestuurders die overigens het verhaal van deze docenten herkennen) van God losgezongen en zien hun docenten als lopendebandwerknemers die niet mogen en kunnen nadenken. De goede man heeft drie jaar lesgegeven, nou dan weet je wel wat doceren is. Aan zijn reactie te zien, snapt hij er werkelijk geen bal van en bevestigt hij juist het verhaal van de docenten.
    Ik herken , niet uit eigen ervaring overigens, maar uit hoofde van een andere maatschappelijke functie een op een het verhaal van deze docenten. Er is geen woord gelogen. Zoals zij, zijn er tienduizenden met zo’n verhaal. Het lerarentekort , hoe zou fat toch komen?

Leave a Reply

Thema door Anders Norén