Beleid, Curriculum, KomenskyPost info, Politiek

Curriculum punt nu, kent u dat?

heather-curriculum

Hoe zit het ook alweer met Onderwijs2032, was dat niet afgeschoten door de Tweede Kamer, na twee rondetafelgesprekken? Tijdens deze rondetafel zijn moties aangenomen, onder andere, over geen ontwikkelteams inrichten die gericht zijn op persoonsvorming of vakoverstijgende vaardigheden (31293, nr. 362). Misschien is deze tekst dubbelzinnig, maar mijns inziens betekent het dat een ontwikkelteam wiskunde zich richt op wiskunde, niets anders.

– Motie 31293, nr. 365 van Bruins c.s. over het in de curriculumherziening expliciet nastreven dat toekomstige kerndoelen helder maken wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Interessante tekst die  nadrukkelijk het (mede) toetsen op intelligentie of creativiteit lijkt uit te sluiten.

– Motie 366 van Bruins roept de regering op om, “in de curriculumherziening expliciet na te streven dat toekomstige kerndoelen helder maken wat leerlingen moeten kennen en kunnen, en zich daar strikt toe te beperken, en ook in de nadere uitwerking van die kerndoelen in leerlijnen te voorkómen dat leerstijlen, pedagogische visies of leermethoden worden voorgeschreven, in het bijzonder in het rekenonderwijs, …”. Pikant, want het betekent: niet voorschrijven van realistisch rekenen, en dat realistisch rekenen zit nu wel in de kerndoelen basisonderwijs en in de Wet op de referentieniveaus Nederlandse taal en  rekenen.

Motie nr 367 van Van Meenen: “over concrete bouwstenen voor kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus op een aantal onderdelen (31293, nr. 367)”.  Die ‘concrete bouwstenen’ zijn nog raadselachtig. Ik zag zaterdag een eerste tekst: kennis en gepsychologiseer, helaas.

Wie zich het geneuzel nog herinnert in het Eindadvies van het Platform Onderwijs2032 kan uit deze waterval van moties tot de conclusie komen dat de herziening van het curriculum effectief gereduceerd is tot aanscherpen van kerndoelen door vakverenigingen. Maar https://curriculum.nu lijkt toch een voortzetting te zijn van het gedachtegoed van Onderwijs2032, dus mogelijk in strijd met de aangenomen moties van april 2017.

Vakoverstijgend lesgeven is wel gesneuveld, maar vreemd genoeg lijkt de Onderwijsraad met een reanimatie van dit concept bezig (advies uitgebracht op 8 november).

Curriculum.nu moet wel regelmatig een Dijsselbloem-rapportage van de voortgang doen. Dat toetsingskader van Dijsselbloem is interessant, zo te zien voldoet curriculum.nu er in de verste verte niet aan, zie de eerste  drie punten, en punt zes. Wie zijn geschiedenis niet kent ……

Toetsingskader

Voorwaarden voor een zorgvuldig beleidsproces:

– De probleemanalyse is helder, wetenschappelijk onderbouwd en wordt breed gedragen door betrokkenen.

– Er is overtuigend aangetoond dat overheidsinterventie noodzakelijk is.

– Er is een evaluatie beschikbaar van voorafgaand beleid.

– Er is verantwoord welke beleidsalternatieven zijn overwogen en gekozen.

– Neveneffecten en samenhang met overig beleid zijn in beeld gebracht en betrokken bij de verdere uitwerking van het beleid.

– De gekozen beleidsoptie is wetenschappelijk gevalideerd. Zo niet, dan wordt de beleidsvernieuwing onder wetenschappelijke begeleiding eerst kleinschalig in pilots (met controlegroep) uitgeprobeerd.

– De resultaten van deze pilots zijn adequaat geëvalueerd en zichtbaar verwerkt in het beleid.

– Aan de voorwaarden voor een goede implementatie, waaronder geld, expertise en tijd is voldaan.

– De uitvoeringsorganisatie is helder gepositioneerd.

– Diegene die geacht worden de vernieuwing in de praktijk uit te voeren zijn actief betrokken geweest bij de totstandkoming van de vernieuwing en hebben zich een helder beeld kunnen vormen over de consequenties voor hun eigen werk.

– Er is voldoende draagvlak onder alle betrokkenen maar in ieder geval onder de professionals die de vernieuwing in de praktijk moeten brengen.

– Er is voorzien in (tussentijdse) evaluaties. Er zal niet worden overgegaan tot overhaaste bijstellingen dan nadat eerst nut en noodzaak zijn onderzocht.

Afwijken van dit toetsingskader kan alleen wanneer dit nadrukkelijk en adequaat wordt gemotiveerd richting parlement.

Dijsselbloem: ‘De gekozen beleidsoptie is wetenschappelijk gevalideerd’. Voor Onderwijs2032 is dat dus volstrekt niet het geval, zie deze Science Check over hoe het Eindadvies van het Platform Onderwijs2032 (voorzitter: Paul Schnabel) juist onwetenschappelijk is. Hoe zit dat dan met curriculum.nu?  Het is fysiek bijna onmogelijk om dat curriculum.nu in zijn geheel te overzien, het is opgedeeld in een groot aantal ontwikkelgroepen. Ik beperk me tot wiskunde a (in Freudenthal-jargon ‘rekenen & wiskunde’ genoemd).

Het derde tussenproduct is zo geschreven dat het lastig is om er vat op te krijgen: wat betekenen de gebezigde algemeenheden precies?  Gelukkig is er een bronnenlijst (blz. 20-21) aan toegevoegd, met de literatuur waarop deze ontwikkelgroep zich baseert. Deze lijst moet dus vooral wetenschappelijke bronnen betreffen, zoals Dijsselbloem vraagt. Is dat ook zo? Ik dacht het niet, en heb dat hier geanalyseerd. Hoe valt dat te duiden, behalve dat het niet spoort met het toetsingskader van Dijsselbloem?

Een onwetenschappelijke benadering hoeft niet strijdig te zijn met wetenschap. Maar ja, wetenschap is er nu juist omdat gezond verstand niet altijd een goede leidsman blijkt, of omdat gewoon uitproberen niet altijd een toereikende aanpak is. Zeker niet bij zoiets belangrijks als ons wiskundeonderwijs. Kijk dus niet vreemd op dat de cognitieve psychologie leert dat sommige didactieken van het realistisch rekenen niet realistisch zijn, bijvoorbeeld omdat ze het werkgeheugen overladen (onder andere Gilmore e.a.</a> ‘An introduction to mathematical cognition’).

De literatuur waar veel hervormers zich op baseren (en dat is internationaal, onder aanvoering van de onderwijsafdeling van de OESO), ook Onderwijs2032 en curriculum.nu, ook de ontwikkelgroep wiskunde, is vooral een andere dan die van de cognitieve wetenschappen. Dat is ernstig.

Dat moet ik uitleggen.  Hervormers hebben voortdurend de mond vol van hogere cognitieve vaardigheden zoals probleemoplossen, creativiteit, en kritisch denken: de ‘vaardigheden van de 21e eeuw’. Maar dat is psychologie, geen wiskunde! Wat zegt de psychologie over dergelijke generieke vaardigheden? Weinig of zelfs niets, want ze bestaan niet, behalve contingent op specifieke kennis. Zie: het hoofdstuk over probleemoplossen van mijn eigen hand (1983, met aanvullingen anno nu) — Stellan Ohlsson’s 2011 ‘cutting edge’ boek over onder andere creativiteit — Daniel Willigham’s blog over kritisch denken — en voor wie de weg kwijt dreigt te raken in de literatuur: Daniel T. Willingham ‘When can you trust the experts? How to tell good science from bad in education’.

De insteek in de cognitieve psychologie is probleemoplossen enzovoort tot in de kleinste details te willen begrijpen, verklaren, voorspellen, modelleren. Allen Newell legt het hier uit. Het volstaat niet om ‘creativiteit’ te roepen, en dan maar wat aan te modderen. Of ‘probleemoplossen’, een onderwerp waarop Newell, samen met Herbert Simon, cruciale research heeft gedaan (Nobelprijs economie voor Simon voor onder andere zijn psychologisch onderzoek, want die prijs bestaat niet voor psychologie. Newel was overleden)

Fascinerend om in Hirsch 2016 ‘Why knowledge matters. Rescuing our children from failed educational theories’  te lezen dat Dewey in 1910 in ‘How we think’ diezelfde ‘21e-eeuwse vaardigheden’ nadrukkelijk als generieke vaardigheden lanceert in zijn onderwijs-concept. In zijn progressivistische curriculum gaat het alleen maar om kennis voorzover die nodig is als springplank om deze generieke vaardigheden probleemoplossen, kritisch denken en creativiteit te onderwijzen. Er valt meer over te zeggen, maar dat vergt een boeklengte.

Er bestaat dus een wereld van wetenschap waar hervormers zoals bij curriculum.nu kennelijk geen weet van hebben, gezien een bronnenlijst zoals bij de ontwikkelgroep wiskunde, zoals ook bij Onderwjs2032. Maar dat ontslaat de rapporteurs niet van de dure plicht om de lezer, de minister en de Tweede Kamer op die kloof tussen eigen (on)wetenschap en cognitieve wetenschappen te wijzen. Dijsselbloem schrijft dat ook voor: ‘De gekozen beleidsoptie is wetenschappelijk gevalideerd’. Een andere optie is/was immers om de cognitieve psychologie te volgen.

Leraren kunnen dit allemaal uiteraard niet weten, maar SLO is het expertisecentrum dat het hoort te weten. Ik heb begrepen dat SLO de ontwikkelteams stevig in de greep heeft (zelfde formats overal gebruikt, bijvoorbeeld). Laat SLO eens in zijn wetenschappelijke spiegel kijken. Het voelt ongemakkelijk, maar er komt een moment dat iedereen de werkelijkheid onder ogen moet zien: dat het onderwijsveld, inclusief de instituties van de onderwijsverzorging, vooral met de rug naar de wetenschap staan. Curriculum.nu stelt ons onderwijs in de waagschaal.

Een klein voorbeeld: de kwaliteit van het breukenonderwijs heeft waarschijnlijk een behoorlijke uitwerking op de mate waarin later voor exacte profielen wordt gekozen, en op de prestaties in die profielen: Siegler c.s. 2012 ‘Early predictors of high school mathematics achievement’.

De kwaliteit van het wiskundeonderwijs doet er enorm toe, zowel individueel als maatschappelijk (menselijk kapitaal).  De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren schrijft in antwoord op een vraag van de Onderwijsraad:  ‘ …. dat curriculum.nu, zoals nu wordt uitgevoerd, de verwachtingen niet waarmaakt’. Ik schreef er eerder al een draadje over, nu in een leesbaar bestand.

Wat valt er nog meer te zeggen?  Eindeloos veel. Stoppen dus maar. Bij curriculum.nu wacht men in spanning op commentaren op de derde tussenrapportage, tot woensdag 14 november (reageer hier).  Deze blog ga ik als mijn bijdrage indienen. Het staat iedereen vrij hetzelfde te doen, of delen uit deze blog over te nemen.

Deze blog heeft een voorloper gehad op Twitter.

Ben Wilbrink

  1. Al is de schrijver nog zo snel, de actualiteit verslaat hem wel. Vandaag komt OCW met het bericht (kamerbrief) dat rekenen toch deel uit gaat maken van de eindexamens, van het schoolexamen om precies te zijn, voor vo en mbo. Er komt dus maar geen eind aan de gekkigheid, want hoeveel scholen zullen het lef hebben om op een zuivere manier rekenen te toetsen, dus zonder al die contexten waar de hele onderwijsverzorgingsstructuur maar in blijft geloven? https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/11/09/kamerbrief-over-toekomst-rekenen-in-vo-en-mbo

  2. In schril contrast met de lichtvoetigheid waarmee de mensen achter/in curriculum punt nu het onderwijs denken te mogen hervormen schrijft Paul Kirschner (11 november 2018). ‘Mag je experimenteren met kinderen?’ blog

Leave a Reply

Thema door Anders Norén