ICT, Programmeren

Van hoelahoep tot Pokémon GO

pokémon1

“Een rage gebruiken als argument voor onderwijsvernieuwing lijkt me niet zo’n goed idee.”

Wie heeft er eind jaren ’50 nog gehoelahoept? Of in de jaren ’60-’70 met een jojo rondgelopen. Velen kennen alleen nog het begrip jojoën na jaren strijd tegen de overtollige kilo’s. Een rage die enigszins doet denken aan Pokémon GO was die van de Tamagotchi (midden jaren ’90). Deze vinding (ook uit Japan) betrof een virtueel diertje op een horlogeachtig display dat verzorgd en gevoed moest worden. Nog herinner ik me mijn nichtje dat op een vakantie in Polen de hele dag met een viertal Tamagotchi’s liep te sjouwen. Ik kan mij niets herinneren van educatieve toepassingen (biologie, voedselkunde?). Het had gekund. Maar typisch voor rages is  dat ze komen opzetten als een onweer op een zomerse namiddag. Ze zijn hevig maar de volgende dag schijnt de zon weer en zijn we alles vergeten.
Het gebruiken van elektronische devices met augmented reality is niet nieuw. In Nederland werd tien jaar geleden voor het eerst een educatief Pokémon GOachtig idee gerealiseerd. Het gaat om het spel Veenquest dat ontwikkeld werd voor het Nationaal Park De Alde Feanen in Friesland.  Met een personal digital assistant (pda) in de hand gingen kinderen het natuurpark in. Een pda was eigenlijk een smartphone zonder belmogelijkheden. Op diverse plekken (hotspots) in het natuurgebied kreeg de gebruiker opdrachten via zijn pda. Gps en een gescande landkaart maakten een en ander mogelijk.
Alles draaide om een verhaal waarbij een raket met een buitenaardse bewoner in het natuurpark was neergestort. Hij was op zoek naar een plek voor de bewoners van zijn verontreinigde planeet. Natuurlijk speelde het milieu een belangrijke rol. (Zie ook het door studenten van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden gemaakte filmpje). Veenquest was een mooi voorbeeld van samenwerking van studenten mediadesign en leraren in opleiding.

Het leek ons (ja, ik was betrokken) leuk om kinderen eens niet met een stapel stencils een natuurpark in te sturen, maar met een modern device. De toegangspunten bij de realisatie waren educatief van aard en de technologie faciliteerde dat. Niet helemaal zoals met Pokémon GO dus.

Geloof me, over enige tijd horen we niets meer over Pokémon GO. Is dat erg? Nee, natuurlijk niet. Dat hoort zo. Dat is eigen aan een echte rage. Een rage gebruiken als argument voor onderwijsvernieuwing lijkt me niet zo’n goed idee. De rage verdwijnt, de school blijft, al zal deze zich net zoals elke organisatie telkens dienen te vernieuwen.  Dat dit laatste in het onderwijs nog onvoldoende gebeurt, is helaas een feit.

“Ik eis van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt. Ik eis van het kind dat het zich inleeft in de leraar, dat het klimt.
Bint van Bordewijk p.99-100 .

Nou dat gaat wat ver en met Bint loopt het slecht af, maar moeten we als docent op onze knieën voor de leerling? Bij alles de belevingswereld van het kind als uitgangspunt nemen? Ik dacht het niet.
Vreselijk die jeugdjournaalpresentatoren die denken dat je je vooral vlot als een kind moet voordoen. Ik haatte ook dat soort leraren. Daarom vind ik de presentator van de taart van Abel (Siemon de Jong) zo goed. Hij doet dat niet. Hij blijft zichzelf, maar neemt de kinderen in zijn tv-programma heel serieus. Terecht die zilveren Nipkowschijf.

Onderwijs moet wel als betekenisvol worden ervaren, maar dat is wat anders dan aansluiten bij de belevingswereld.

Ik heb het nut van algebra op de middelbare school nooit ingezien (nog steeds niet eerlijk gezegd) en ik was er slecht in. Ik was redelijk goed in verzamelingenleer (zit niet meer in het curriculum), meetkunde en natuurkunde. Tijdens mijn studie taalwetenschap had ik wiskunde nodig om de theorie van formele talen te begrijpen. Dat vond ik heerlijk al was het soms zweten. Maar het was voor mij betekenisvol.

“Pokémon GO roept op tot onderwijsvernieuwing. Pokémon GO is meer dan een rage.”

“Het succes van het spel maakt voor de zoveelste keer duidelijk dat het onderwijs is verouderd en verrijkt dient te worden met nieuwe digitale mogelijkheden.” Dat schreef Wouter Siebers leraar van het jaar primair onderwijs in de Volkskrant van 14 juli 2016. Waarom het meer is dan rage wordt me niet echt duidelijk of het zijn de voorbeelden die erbij gesleept worden van kinderen die de stad ‘ontdekken’. Dat deed De Waag ook tien jaar geleden met een spel.
Maar dat is de verkeerde weg. Liever zo: Je hebt een probleem. Bijvoorbeeld: Hoe kan ik kinderen meer betrekken bij wat er op een natuurpark gebeurt? Welke middelen heb ik tot mijn beschikking en hoe kan ik ze gebruiken?  Zo begin je.
Als Pokémon GO een bijdrage kan leveren aan een reële onderwijskundige uitdaging dan zeg ik: “Prima”.  Al heb ik zo mijn twijfels. Maar doe het niet omdat het een rage is.

Door Jan Lepeltak

Leave a Reply

Thema door Anders Norén