Een reisverhaal
Jan Lepeltak
De Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein lijkt weer in de schijnwerpers te staan. Max Pam, een Nederlandse schrijver, wijdde onlangs een column aan hem in de Volkskrant. Martin Stokhof (Universiteit van Amsterdam) schreef een boek over Wittgenstein. Wittgenstein wordt ook genoemd in de moderne literatuur (waaronder Sally Rooney’s Intermezzo). Hij lijkt een comeback te maken. Deze opmerkelijke (taal)filosoof die volgens velen tot de grootsten van de vorige eeuw behoort.
Vorig jaar gaf een vriend me een prachtige biografie van Cheryl Misak over de briljante Engelse filosoof Frank Ramsey. Ramsey was een zeer goede vriend van Wittgenstein. Je zou hem de ontdekker van Wittgenstein kunnen noemen. Ramsey was wiskundige, logicus, filosoof en econoom en werd beschouwd als een genie. Hij was een goede vriend van de legendarische econoom Keynes. Hij stierf jong (26) aan een leverziekte en liet een vrouw en jonge kinderen achter. Hier begint mijn vakantieverhaal.
In 1973 reisden mijn vriendin (later mijn vrouw) en ik door het Verenigd Koninkrijk met een British Railpass. Ik was nog nooit eerder in Engeland geweest. Vliegen was nog te duur voor ons studenten, dus besloten we de nachtboot van Hoek van Holland naar Harwich te nemen. We bezochten Thurso, het noordelijkste station van Schotland, en reisden vervolgens per trein via Wales naar Cornwall. Er is niets mooiers dan reizen per trein en medereizigers ontmoeten. Onze eerste bestemming was echter Cambridge, met name Trinity College, waar de beroemde filosoof Ludwig Wittgenstein doceerde. Tijdens mijn studie was ik diep onder de indruk van deze opmerkelijke figuur. Ik volgde werkgroep de taalfilosofie als doctoraal bijvak bij professor Reichling. Ook het werk van W.F. Hermans maakte indruk. Wittgenstein geloofde dat hij alle filosofische problemen had opgelost in zijn beroemde werk, de Tractacus Logico-Philosophicus.

Hij vocht als jonge Oostenrijker aan de Oostenrijkse zijde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog, in 1918, werd hij krijgsgevangene. Mede door inspanningen van Ramsey en Bertrand Russell werd hij vrijgelaten. Hij gaf enige tijd les op een dorpsschool in de buurt van Wenen (wat geen succes bleek te zijn, en de ouders klaagden over zijn strenge aanpak).
Later herzag hij zijn ideeën in de Tractacus zoals is te lezen in zijn postuum gepubliceerde “Logische Untersuchungen” (Logische Onderzoekingen). Ondertussen gaf hij zijn volledige geërfde fortuin weg; zijn familie behoorde tot de rijksten van het vooroorlogse Oostenrijk.
Wittgenstein leidde later een ascetisch leven in Cambridge. De relatie tussen taal en werkelijkheid is een kernaspect van zijn werk. Filosofie was voor hem meer een activiteit (Tātigkeit) geworden, geen kant-en-klare theorie die geformuleerd moest worden. Hij ontwierp ook een villa voor zijn zus en haar man in Wenen aan de Kundmangasse, een modernistische villa in Rietveld-stijl. Het huisvest nu de Bulgaarse ambassade.
Tijdens ons verblijf in Cambridge stuitten we toevallig op een bijlage van de Observer, met daarin een artikel over Lettice Baker Ramsey, de vrouw en weduwe van het genie Frank Ramsey (29), die jong stierf aan een leverziekte. Om zichzelf te onderhouden met twee jonge dochters, opende de weduwe een fotostudio in Cambridge. Ramsey en Baker bewogen zich in zeer moderne kringen, zoals de Bloomsbury Group, waartoe prominente figuren behoorden zoals Virginia Woolf, Vanessa Bell, E.M. Forster en John Maynard Keynes. Ramsey was een fervent atheïst en, net als velen in die tijd, een voorstander van de vrije liefde.
Lettice Baker fotografeerde veel leden van de Bloomsbury Group en bekende Cambridge-professoren. Ze verhuurde ook kamers. De fotostudio werd ook genoemd in het artikel. We gingen op zoek in Cambridge en vonden de studio al snel. Als brutale jonge studenten van begin twintig openden we de studiodeur en een oudere dame van begin zeventig vroeg vriendelijk wat we kwamen doen waren. We waren verbaasd over de portretten van beroemdheden uit de wetenschap en literatuur aan de muur. “Kijk maar rustig rond,” zei ze vriendelijk. Ik kende haar naam, Ramsey, uit het boek van professor Nuchelmans, “Overzicht van de analytische filosofie” (Spectrum 1969). Misschien had mevrouw Baker-Ramsey Wittgenstein zelf ook ontmoet? “Natuurlijk kende ik hem goed,” antwoordde ze nonchalant. “Hij huurde een tijdje een kamer bij mij. Een vreemde man, soms best lastig. Hij maakte van alles een morele kwestie.” Ze vertelde ons dat toen een gezin met kinderen een kleinere kamer huurde dan de zijne, hij erop stond dat ze van kamer ruilden. Grappig dat ik deze anekdote ook tegenkwam in de prachtige biografie van Cheryl Misak. De gedachte om oog in oog te staan met iemand die deze legendarische Wittgenstein persoonlijk had gekend, riep een speciaal gevoel op. Hoe is het mogelijk? Ik maakte nog een paar foto’s van mevrouw Baker, die, hoewel wat onderbelicht, haar toch duidelijk laten zien. We namen afscheid en schudden haar hand, en beseften even dat we in zekere zin slechts een handdruk verwijderd waren van Ludwig Wittgenstein.
Amsterdam, augustus 2025
Geef een reactie