Coaching, KomenskyPost info, PO, Schoolleider

Het Stand-by-your-teacher-principe

Judith Porcelijn

In het verleden ben ik een paar jaar schoolleider geweest van een kleine basisschool. Toen ik begon had ik geen flauw idee of die job bij mij paste, maar als Pippi-aanhanger was – en is – mijn motto: ‘Ik heb dat nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik dat wel kan.’ Aldus geschiedde. 

Achteraf denk ik dat ik een redelijk slechte schoolleider was, maar toch heb ik er geen spijt van. Ik heb ook dingen goed gedaan – vooral voor de leerlingen – en ik heb in die periode inzichten gekregen waar ik vandaag de dag nog steeds plezier van heb.

Eén van de dingen die aan mij zijn blijven plakken is het Stand-by-your-teacher-principe. Dat betekent dat je ten alle tijden als directie achter je team staat, wat er ook gebeurt. En als je team het onderling oneens is, dan doe je daar iets structureels mee. Als schoolleider wist ik niet hoe ik dat moest doen – nu weet ik dat wel. 

Twee voorbeelden

Vandaag las ik een draadje op Twitter. Ik zet één zin centraal:

Vreemd om vaardigheid nieuwe docenten als uitgangspunt te nemen voor regelgeving. (David Dijkman).

De discussie ging over mobieltjes. We weten dat we startende leraren kunnen behouden door als school één lijn te trekken voor wat betreft regels en afspraken. Ervaren collega-leraren die zich niet aan de regels houden ondermijnen het gezag van startende leraren, omdat zij die regel dan steeds opnieuw moeten bevechten met hun klassen. Zoals bijvoorbeeld bij de veel voorkomende geen-mobieltjes-in-de-klas-regel. Het excuus is: ik heb geen last van mobieltjes in de klas, dus ik vind het goed, ík kan er mee omgaan.

We weten allemaal dat een directeur of teamleider deze ervaren collega niet gaat aanspreken op zijn gedrag. Men is blij met deze docent en wil graag dat deze tot na zijn pensioen aan de school verbonden blijft. Terecht waarschijnlijk.

In gesprekken met de startende leraar wordt iets gezegd als Het is een kwestie van volhouden en Over vijf jaar heb je voldoende ervaring om dit te kunnen. Ik weet – en begrijp heel goed dat de helft van de starters die vijf jaar niet gaat uitzitten. 

Een tweede draadje, uit mijn eigen begeleidingspraktijk:

Wij gaan op deze school niet in discussie met ouders, want wij willen niet dat ouders hun kind van school halen. Het bestuur heeft daar duidelijke richtlijnen voor aangegeven. (Quote directeur tegen een startende leraar).

Eigenlijk is het heel simpel

Ik coach de startende juf, niet de directeur. En het is niet aan mij om deze directeur te laten inzien dat hij met zijn houding naar deze ouders toe het gezag van de nieuwe juf ondermijnt. Mijn taak is om de starter te leren hoe zij moet omgaan met:

  1. De leerling, die in de klas luidkeels laat merken dat hij kan doen wat hij wil, omdat zijn moeder achter hem staat;
  2. De moeder, die zegt dat de juf moet doen wat haar zoon wil, omdat zij anders haar kind van school zal halen;
  3. De directeur, die tegen de juf zegt dat hij haar steunt, maar met de moeder meepraat zonder stelling te nemen.

En ja, ik weet hoe ik dat moet doen. Ik ga dat leren aan deze juf – in een paar weken zelfs. 

Maar laten we eerlijk zijn. Het is toch een stuk makkelijker als alle leraren en al hun leidinggevenden zich aan het Stand-by-your-teacher-principe houden? Het zorgt ook voor meer rust op school en in de klassen. En het wordt nóg makkelijker als de besturen gewoon hun kop houden en op hun handen gaan zitten.

Judith Porcelijn is redactielid van KomenskyPost en leerkrachtbegeleider

Geef een reactie

− 6 = 3

Translate »