In onze serie ‘ongelijke kansen’ een voorbeeld waar het goed ging. Gelukkig zijn die er ook.

Rudo de Groot

Soms heb ik het idee dat ik opgegroeid ben in een Utopische wereld. Wat is het geval?

Ik ben naar de lagere school gegaan in de Bos en Lommerbuurt in Amsterdam. In mijn tijd (babyboomer) werd je op grond van de straat waarin je woonde door de gemeente verwezen naar een lagere school. Voor mij was dat de openbare lagere school genaamd: Ten Kateschool. Altijd verwarrend als de school een naam heeft die niets te maken heeft met de Ten Katebuurt. De laatste twee jaar kregen we les van meester Klesser. Hij zat achter zijn bureau met zijn pijp in zijn mond. De tabak zat in een blauw blikje, waarop Rinse Appelstroop stond.

Als leerling wisten we: de meesters en juffen hadden niet zoveel met elkaar. Soms ontstond er zelfs onenigheid over de plek waar hun klas mocht spelen op de speelplaats.

Meester Klesser was een gedegen onderwijzer. Hij had een verleden in Indonesië, maar meer wisten we niet van hem. Toch heb ik contact met hem gehouden tot zijn overlijden.

Van de 35 leerlingen in mijn klas kregen er 7 een advies om naar het Lyceum te gaan. Voor het zover was kregen we een soort voorbereiding, want we moesten 3 proefweken meedraaien op het Cartesius Lyceum in Geuzenveld. De voorbereiding op de lagere school (voor iedereen die dat wilde) bestond uit Taallessen (Ontleden, spelling) en rekenopgaven uit een boekje met een gele kaft. Ik heb nooit gemerkt dat er geadviseerd werd op afkomst of iets dergelijks. We woonden in een buurt waarin alle vaders arbeider waren of, zoals mijn vader, politieagent.

Toen het zover was dat de proefweken begonnen, kwam de mededeling: Als je naar het Pius X –lyceum gaat, word je aangenomen als je een positief advies van de lagere school hebt. 6 van de 7 leerlingen werden door hun ouders ingeschreven op het Pius X. Mijn vader stelde echter: Je gaat absoluut niet naar een bijzondere (RK red.) school en als je niet door de proefweken heen komt, hoor je er blijkbaar niet.

Ik ging dus de proefweken volgen, hetgeen betekende dat ik niet mee kon met het meerdaagse schoolreisje naar Oud Valkeveen (huize Erica). Ik kreeg na afloop wel een groepsfoto van de klas op schoolreis. Ik kwam door de proefweken en volgde HBS-B.

Cartesius Lyceum, Amsterdam Geuzeveld

Na 4 jaar stapte ik over naar de Kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen, de zogenaamde “arbeidersuniversiteit”. 

Als onderwijzer / hoofd der school / directeur heb ik nooit ervaren dat leerlingen lager geadviseerd werden omdat hun ouders niet het juiste niveau hadden. Wel hield je rekening met de achtergrond van de leerling. Hadden we twijfels over de steun die ze thuis zouden kunnen krijgen, dan adviseerden we ze om met hun huiswerk naar onze school te komen, hoewel we eigenlijk vonden dat dat een taak was van het voortgezet onderwijs. Ook hadden we te maken met “twijfelgevallen” die we een kans wilden geven, maar waar we dan vaak van het VO de reactie kregen: Daar kunnen we niet aan beginnen, want wij worden door de inspectie afgerekend op zogenaamde “Afstroom”.

Ik kijk dan ook als leerling en als leerkracht terug op een schoolperiode zonder hindernissen omdat er ondergeadviseerd is. Wel heb ik, als we een “objectief” advies gaven dat de ouders “te laag” vonden, vele malen het argument gehoord dat die of die neef, oom, … ook zo’n laag advies kreeg en uiteindelijk ingenieur, hoogleraar of nog zoiets ‘hoogs’ was geworden.

Mijn mooiste ervaring was echter met een oud-leerling (een meisje van allochtone afkomst) toen ze haar eigen dochtertje bij ons als leerling kwam aanmelden. Ze vroeg mij en de meester van haar groep 8 te mogen spreken. Ze vertelde ons: Jullie wilden me naar de havo hebben, mijn ouders (eigenlijk mijn broers) vonden dat ik naar de Nijverheidsschool moest. Na lang praten hebben jullie me op de mavo gekregen. En nu heb ik na mavo. Havo, HEAO een topbaan. Heel erg bedankt.

Rudo de Groot werkte als leraar en directeur in het primair onderwijs in Purmerend.