Beleid, Docenten, OCW

Onderwijs 2032 een stip aan de horizon?

ondewrwijs2032_de_balie

“Voor leraren geldt: vandaag halen morgen gebruiken”

Door Jan Lepeltak

In aanwezigheid van onder andere de directeur en de voorzitter van de onderwijscoöperatie (OC) en enkele andere OC-medewerkers discussieerden ruim 30 personen vorige week in de Amsterdamse Balie over het advies van de commissie Schnabel.  Van die dertig was ongeveer de helft actief als docent. We weten het niet precies, want een verzoek van forumlid Frans van Haandel om dit door de hand op te steken bekend te maken werd door de voorzitter Hartger Wassink afgekapt. Bij het begin kregen de aanwezigen de garantie van een OC-medewerkster dat alle ingebrachte adviezen zullen worden gelezen en meegenomen in het eindadvies. De opmerking van wiskundedocent Swier Garst, “In plaats van een stip aan de horizon geldt voor leraren: vandaag halen morgen gebruiken”  gemaakt op de verdiepingsavond, verklaart wellicht de lage opkomst. Men had daarom gekozen voor de kleine, intieme salon van de Balie. Toch heb ik de grote zaal van de Balie vaak afgeladen gezien terwijl het over grote algemene onderwijszaken ging. Er was in ieder geval geen voetbal op tv die woensdag.

Onderwijs2032 doet niets aan de acute problemen, zoals  de werkdruk en het tekort aan tijd van leraren en het groeiende tekort aan bevoegde leraren.

Uitgezonderd bij po-leraar Menno Kolk was er bij de geïnterviewde leraren weinig enthousiasme te bespeuren voor het advies. Swier Garst, al meer dan 40 jaar leraar en voorzitter van Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren, formuleerde zijn mening over het Schnabel-advies als volgt: “Het is alsof je aan iemand in een gebouw vraagt waar is de uitgang is en hij wijst met zijn linkerhand naar links en met zijn rechterhand naar rechts. Kortom: je kunt er eigenlijk weinig mee.” De tekst is te vaag en te wollig. Dit was een algemeen gehoord bezwaar. Onderwijs2032 doet niets aan de acute problemen, zoals  de werkdruk en het tekort aan tijd van leraren en het groeiende tekort aan bevoegde leraren. Daar komt bij dat er de afgelopen jaren al veel aan curriculumvernieuwing is gedaan bij o.a. wiskunde en natuurkunde. Feitelijk is permanente vernieuwing noodzaak en niet een grote vernieuwing in de (verre)toekomst, stelde een docent. Terecht werd de vraag gesteld: wie heeft om Onderwijs2032 gevraagd? De beroepsgroep? Dat werd betwijfeld.

Na het lerareninterview werd er in groepen gediscussieerd op basis van een aantal vragen. Er werden vraagtekens gezet bij het nut van integratie van de traditionele vakken (wiskunde en Nederlands) in bijvoorbeeld themagericht onderwijs. Uit onderzoeken  blijkt dat er, hoe vervelend je het ook vindt, er nauwelijks sprake is van transfer, stelde een van de deelnemers.  Het naast de kernvakken (Nederlands en wiskunde) vrijlaten van het curriculum werd gezien als mogelijke verschraling die ten koste zou gaan van de algemene ontwikkeling van leraren (‘Bildung’).
Mark van der Veen, docent po, student onderwijskunde en blogger, bekritiseerde de wankele wetenschappelijke basis waarop het advies van de commissie Schnabel berust. Toch was het een nuttige avond, omdat bijvoorbeeld een leraar filosofie, een docent natuurkunde, oud-docent mens en maatschappij en een psycholoog discussieerden over onderwijsinhouden en het curriculum. Het stukje persoonsvorming in het voorgestelde curriculum werd met grote scepsis ontvangen. Meerdere malen werd gesteld dat de maatschappij vooral behoeft heeft aan mensen die hun vak goed verstaan.

Het aantal sceptici leek in de meerderheid. “Wat goed is dreig je kwijt te raken, terwijl het onduidelijk is wat je terugkrijgt.” Zei een filosofieleraar uit Haarlem.
Eén onderdeel kreeg duidelijk unaniem bijval. Het was de zogenoemde White Space zoals die voor leraren van scholen in Singapore bestaat. Uren waarin men niet hoeft les te geven maar die men kan gebruiken voor allerlei andere activiteiten.
Op het eind van de avond werd uit de groepjes gerapporteerd. Dat was lastig. De discussie waar ik bij was schoot nogal wat verschillende kanten op, al was hij zeker zinnig. Toen een van de rapporteurs aan moderator Wassink vroeg wat hij er zelf van vond stelde deze dat hij ondanks alle verschillen kon concluderen dat 80% van de aanwezigen  het wel grotendeels met de bevindingen van de commissie Schnabel eens was. Er steeg een zeker gegrom op uit de zaal. Het is wellicht een indicatie betreffende welke kant de reacties/conclusies op het Advies van Schnabel op zullen gaan.

  1. Beste Jan,

    Dank je voor dit verslag. Sta me toe op twee punten een toelichting te geven. De avond was opgezet als dialoogavond. Als gespreksleider (voorzitter vind ik hier niet het goede woord) zag ik het als mijn verantwoordelijkheid er dan ook een dialoog van te maken, en geen debat. De vraag van Frans van Haandel hoeveel leraren in de zaal zaten, vond ik relevant, dus daar gaf ik ruimte voor. Ik kapte het af, toen er een debat ontstond over hoeveel uur je in de week nog werkzaam zou moeten zijn, om jezelf nog leraar te mogen noemen. Dat vond ik te veel buiten het thema van de avond.
    In de afronding werd mij inderdaad gevraagd wat ik er zelf van opgestoken had. Ik had die vraag net aan de panelleden gesteld namelijk. Inderdaad antwoordde ik toen dat ik voor 80% overeenstemming zag tussen de inhoud van de gesprekken aan tafel en de inhoud van het rapport-Schnabel. Dat had onder andere te maken met het mooie gesprek dat ik hoorde over de manier waarop je wiskunde, natuurkunde en filosofie op elkaar af zou kunnen stemmen, met behoud van de kern van de vakken. Die lijn herken ik uit het rapport. Ik heb er ook bijgezegd dat het puur mijn persoonlijke indruk was, en het zeker niet mijn bedoeling was om op die manier voor iedereen de avond samen te vatten.
    Succes met je mooie weblog, het is een welkome nieuwe stem, maar dat heb ik al eens gezegd geloof ik. Ik zou wel even de achternaam van Swier verbeteren in Garst.

  2. Het zou een mooie zaak zijn als je een discussie over zoiets als Onderwijs 2032 in een van de grotere Jaarbeurszalen zou kunnen houden met pakweg 500 aanwezigen. En dan met een at random selectie uit de docentenpopulatie. Hoe je dat dan logistiek voor elkaar krijgt, weet ik niet, maar er zijn mensen die daarvoor gestudeerd hebben. Nu vindt er een relatief beperkte discussie plaats in een kleinere ruimte van de Balie. Gezien het aantal participanten lijkt dit logisch. Maar de analyse van deze beperkte samenscholing is bloedserieus en dat is wat me irriteert. Je gaat dan nogal gauw op mens of functie (man en paard?) in en dat is niet alleen storend maar het is een quasi-benadering die ik liever niet zie. Zou je concluderen: er waren wat mij betreft te weinig mensen aanwezig om een betrouwbare uitspraak te doen, dan vind ik dat acceptabel. En nou maar hopen dat de vele discussieavonden die rond Onderwijs 2032 gehouden zijn, een betrouwbaar(der) beeld opleveren.

  3. Frans van Haandel

    René mist een belangrijk punt: de verdiepingsfase was om het standpunt van de leraar boven tafel te krijgen. Dan schiet je niet veel op met een bijeenkomst met 35 mensen waarbij zo’n 20 aanwezigen andere belangen hebben en geen leraar zijn.

  4. admin

    via Twitter: “Goed stuk overigens. Geeft aan wat ik zelf ook voel.”
    Mark van der Veen (aanwezige).

  5. admin

    Ben Wilbrink ‏@benwilbrink 12 okt.

    @JLepeltak Mooie blog, met een nuttige toelichting van Hartger Wassink op zijn uitspraak dat 80% het met ‘Schnabel’ eens zou zijn. Niet dus.

  6. Jan Jimkes

    Een prima beeld van sfeer en opbrengst van deze avond in de Balie.
    Als ik een schatting mag doen, levert een peiling onder docenten op:
    – 10 % ziet wel iets in Onderwijs 2032 en wil er meer door.
    – 25 % wil wel verandering, maar niet langs de Onderwijs 2032 route.
    – 65 % is druk met lesgeven , heeft totaal geen belangstelling voor Onderwijs 2032 en hoopt dat deze hype een stille dood zal sterven.
    Bij medewerkers van de Onderwijscoöperatie en vooral bij de onderwijsadviseurs is wel aardig wat animo om met Onderwijs 2032 door te gaan. Brood op de plank!

Leave a Reply

Thema door Anders Norén