Docenten, MBO, VO

Waardenbotsingen op school: “Holy Mo, kan het nog ingewikkelder?!”

Waardenbotsingen in het onderwijs

“Wanneer er ergens een aanslag heeft plaatsgevonden beginnen we de dag met een korte update-briefing en een factsheet voor de leraren. Voordat de lessen die dag beginnen geven we even kort de tijd om met hun eigen emoties om te gaan. Dit gebeurde bijvoorbeeld na de aanslagen in Parijs en na de Turkse staatsgreep.” Steven Tan, directeur van het Marcanti College (vmbo, havo en vwo) in Amsterdam-west, windt er geen doekjes om! Om te voorkomen dat gesprekken op school uit de hand lopen wordt van de leraren alert handelen verwacht. Wat zeker niet betekent dat gesprekken over bijvoorbeeld IS of de Israëlische nederzettingenpolitiek op zijn school worden vermeden. Juist niet.

Dit is ook de teneur van de eerste debatmiddag uit een reeks van vier over waardenbotsingen, georganiseerd door Diversion – een bureau voor maatschappelijke innovatie – en debatcentrum De Balie. Deze middag betreft het waardenbotsingen in het onderwijs. Later volgen nog andere debatmiddagen over waardenbotsingen in de zorg, de jeugd- en de veiligheidssector.

Reden om deze debatten te organiseren is dat de neutrale docent niet meer de norm is. Toch klinkt steeds vaker de roep om de docent als moreel kompas. Docenten hebben net als vroeger hun eigen mening, maar die mening kan net zo divers zijn als de ruim uiteenlopende en soms zelfs zorgwekkende meningen van leerlingen. In gesprekken in de klas kunnen vormen van vreemdelingenhaat, homofobie, antisemitisme en complotdenken aan de orde komen. Leerlingen putten uit andere kennisbronnen; stellen eerder de autoriteit van de leraar ter discussie; erkennen die minder snel. Taboes in de klas op het gebied van religieuze of seksuele voorkeur. Hoe gaan onderwijsprofessionals daar mee om? Botsende waarden. Hoe ga jij daar als leraar mee om? Wat doet je school of je bestuur op dat gebied? Ga je de discussie aan of ga je die juist uit de weg? Wat vinden wij als samenleving? Wat moeten de grenzen zijn? Moeten er grenzen zijn?

Steven Tan legt de zaal een casus voor uit zijn praktijk. Hoe zou jij dit afhandelen?

Een jonge wiskundedocent komt in conflict met een aantal streng-islamitische jongeren. De docent is vanwege zijn seksuele geaardheid en progressieve denkwijze gevlucht uit Iran. De leraar is vanwege zijn vlucht getraumatiseerd en zijn familie is vervolgd of omgekomen. Uit een analyse van het conflict blijkt ook dat de resultaten van de conflicterende leerlingen significant achterblijven bij die van de overige klasgenoten. Verder is van belang te weten dat de denkwijze van de jongeren ontstaat vanuit hun geloofsovertuiging en soms ook uit onwetendheid. De leerlingen hebben verder geen afwijking in hun gedrag ten opzichte van hun leeftijdsgenoten op school. De docent is open over zijn seksuele geaardheid en het conflict dreigt te escaleren. Hoe moet ik hier als schoolleider optreden?

Vanuit het publiek wordt nu om reacties gevraagd: Laat leerkracht en leerlingen in een begeleid gesprek hun argumenten voor hun standpunten goed naar elkaar verwoorden. Betrek hier eventueel een imam bij die de Nederlandse cultuur en samenleving onderschrijft. Ook wordt genoemd dat beide partijen voldoende inlevingsvermogen moeten tonen om de ander te begrijpen anders lijkt een oplossing onbereikbaar. Er zijn ook mensen die eerst willen weten wat de precieze oorzaak is van de slechte prestaties: ligt dit bij de docent of bij het gedrag van de betrokken leerlingen? Dat moet eerst helder voordat een oplossing aan de orde komt.

“Ook is van belang dat de schoolleiding een duidelijke visie en helder beleid uitdraagt.”

Panellid Imane Bentaher, leraar Hogeschool van Amsterdam (HvA) : Markant is hier de positie van de leraar. Niet alleen als bron van kennisoverdracht, maar ook gewoon een mens. En hoe verhouden we ons tot elkaar? De basis is daarbij de grondwet. De leraar, de leerling, ze moeten er zorg voor dragen zich binnen die grenzen naar elkaar op te stellen. Vrijheid ligt daarin – tot op zekere hoogte – ook besloten. Goed van de school dat er een homoseksuele leraar is aangesteld. Daarmee geeft de school het signaal aan leerlingen dat er ruimte is voor diversiteit op dit gebied. Ook is van belang dat de schoolleiding een duidelijke visie en helder beleid uitdraagt. Op school moet ook aandacht gegeven worden aan hoe je met elkaar over verschillende meningen spreekt. Er moet actief naar elkaar geluisterd worden.

Margalith Kleijwegt, auteur en journalist – publiceerde in 2016 in opdracht van het ministerie van OCW de rapportage “Twee werelden, twee werkelijkheden” over polarisatie in het onderwijs – zit ook in het panel. Kleijwegt vindt, als niet werkend in het onderwijs, reageren op de casus heel moeilijk: “Holy Mo, kan het nog ingewikkelder?!” Vanwege haar onderzoek heeft ze wel gemerkt hoe belangrijk het is dat schoolleiders zich actief bezighouden met deze problematiek en zich hierover ook uitspreken. Wel kwam ze op een school een enigszins vergelijkbare situatie tegen, waarbij een Turkse lerares tijdens een situatie in de klas die ging over het Palestijnse conflict (“moet je nooit doen!” mk) waarbij een islamitisch meisje opstond die verkondigde dat alle joden dood moesten en een beweging maakte alsof ze met een Kalasjnikov in het rond schoot. Anderen in de klas waren het met haar eens. De lerares probeerde met: ja, maar als een van de mensen die je wilt doden nu een lief klein joods meisje is dat hier in Nederland woont. Wat doe je dan? Dan nog! Alle joden moeten dood! was het antwoord. De lerares raakte hiervan in paniek en wist niet hoe hiermee om te gaan. Collega’s zeiden haar later: dit had je ook niet zo moeten doen. Een manier van ermee omgaan hadden ze echter niet. Er is toen uitgebreid door schoolleiding en leraren hierover gesproken en er werd ook beleid over geformuleerd. Het is inderdaad heel belangrijk dat de schoolleiding hierin het voortouw neemt en de leraren een basis geeft hoe hiermee om te gaan.

Steven Tan meldt dat bij hem op school inderdaad een protocol bestaat dat richtlijnen geeft voor situaties als deze. Hij benadrukt dat we deel uitmaken van een open democratie en dat we dus binnen elk vak het gesprek moeten kunnen voeren. Hij memoreert de briefings na grote religieus getinte geweldsmomenten, waarbij hij benadrukt dat docenten vooraf van de juiste feiten voorzien moeten worden en op de hoogte gebracht moeten zijn van andere meningen die binnen de school zouden kunnen voorkomen. Pas dan kan de lesdag starten. Los daarvan hebben leraren natuurlijk ook hun eigen opvattingen.

In het geval van mijn casus, waar ik me persoonlijk mee heb beziggehouden, was het zo dat de leerachterstanden alleen in dit vak voorkwamen en dat de docent de betrokken jongens niet de ruimte gaf om hun mening met hem te bespreken, omdat hij vond dat ze zich negatief hadden uitgelaten over zijn geaardheid. Tan heeft zowel de leerlingen als de docent duidelijk gemaakt dat we uit moeten gaan van de Nederlandse democratische waarden. In dit licht bezien ging de docent hier ook in de fout.

“De leerresultaten van de leerlingen zijn belangrijker dan het realiseren van de doelen van de open Nederlandse democratie.” 

Hierna krijgen mensen uit de zaal nogmaals de gelegenheid te reageren: Waarom gaan we hier zo moeilijk mee om? Kunnen we niet gewoon zeggen: deze leerlingen vertonen probleemgedrag, schelden een leraar uit, en dan volgen stappen 2, 3 en 4!? Tan zegt dat het probleemgedrag van pubers bij de leraar vanuit zijn normen en waarden ook tot een ander gedrag leidde. De leerresultaten van de betrokken leerlingen werden hierdoor ook negatief beïnvloed en ontstond er voor de school het dilemma: zijn de waarden en normen van de leraar nu dominant of zijn de leerresultaten het belangrijkst? Waar kies je dan voor en hoe intervenieer je dan? Tan wil wel een nieuwe stelling naar voren brengen: “De leerresultaten van de leerlingen zijn belangrijker dan het realiseren van de doelen van de open Nederlandse democratie.”  Onmiddellijk ontstaat er onrust in de zaal. De zaal kleurt rood. Men steekt de kaart op met de rode tekstkaarten “Helemaal oneens”. Tan reageert op het rumoer van de zaal en zegt dat hij de reacties begrijpt, maar dat de lerarenopleidingen en het onderwijstoezicht in Nederland de prioriteiten leggen bij leerresultaten! Tan maakt zich zorgen over het ontbreken van inzicht hierover bij bestuurders.

Andere reacties wijzen ook op het belang van de docent. Die moet zich veilig voelen in de klas. Is dat niet het geval dan functioneert hij minder en zullen de resultaten achterblijven. Iemand merkt ook op dat voor de betrokken jongens duidelijk moet zijn dat deze situatie met een anders geaard iemand zich ook later in hun werksituatie kan voordoen en dat zij dan op het werk hierdoor ook minder zullen functioneren. Je mag best dènken over wat je vindt van iemand die homo is, maar het gaat ook over hoe gedraag je je vervolgens?

Bij het Marcanti College gaat de leraar met een maatschappelijk medewerker op huisbezoek en wordt vaak vastgesteld dat er een enorm verschil zit in de kennis en opvattingen over burgerschap van de ouders ten opzichte van het met zorg samengestelde lerarencorps. De school krijgt echter geen extra geld om aan dit verschil te werken. Er komt geen geld om doelen voor het sociale domein te realiseren. Dat gaat scheef lopen!

Op de vraag aan Steven Tan hoe de casus afliep vertelt hij dat hij als schoolleider kenbaar heeft gemaakt welke positie de school in het conflict heeft ingenomen; de jongens zijn aangesproken op hun gedrag dat zij hadden getoond naar hun docent; wij verwachten op school gedrag dat past bij onze normen en waarden. De regels bij ons op school zijn helder en kort. We hebben er maar drie: je hebt respect voor elkaar, voor de mensen die op school werken en voor je omgeving. Zo simpel is het. En op het tweede aspect ging het fout en daarop zijn ze uiteindelijk aangesproken. Met de docent gingen de gesprekken dieper. Er bleek dat zijn normen en waarden, ook vanwege traumatische ervaringen, niet overeenkomstig waren te maken met die van de school. Dat kwam vooral naar voren bij het geven van ruimte aan meningen van leerlingen. Dit had uiteindelijk tot gevolg dat deze leraar nu niet meer bij de school werkzaam is. Tan vindt deze afloop treurig voor de docent, maar de normen en waarden van de school staan voor hem voorop.

Margalith Kleijwegt zegt stil te worden van het relaas van Steven Tan, maar benadrukt dat er de laatste twintig jaar wel meer ruimte is ontstaan om deze moeilijke onderwerpen binnen school bespreekbaar te maken. Toch moet er vooral tijdens de opleiding veel meer aandacht voor burgerschap komen. Ook bespeurt Kleijwegt in het oosten en zuiden andere zorgelijke signalen: leerlingen die asielzoekers vreselijke dingen willen aandoen. Een directeur van een vwo-school die op het journaal docenten van zijn school aan de hekken van het azc ziet protesteren. De kern van de beperkte kennis en vaardigheden rond burgerschap is geen typisch Amsterdams probleem. Er is in het onderwijs nog een hele weg te gaan, voordat vorming rond burgerschap de beoogde doelen realiseert.

www.diversion.nl

www.debalie.nl

www.marcanti.espritscholen.nl

Door Gerard Wegman

 

Geef een reactie

84 − 79 =

Translate »