Burgerschap, Burgerschapskunde, Curriculum, Maatschappijleer, MBO, VMBO, VO

De cartoon op het Emmaus, en waarom het niet goed gaat met burgerschapsonderwijs

Trouw, vrijdag 6 november 2020

Huub Philippens was ruim 30 jaar leraar maatschappijleer op het Rotterdamse Emmauscollege. Hij gaat in op de bedreiging van zijn ex-collega. Oud-leerlingen reageerden ook op zijn vorige bijdrage naar aanleiding van de moord op Samuel Paty. Philippens stelt dat het helemaal de verkeerde kant op gaat met het vak burgerschap.

“Kijk, een Vlaamse Gaai!” zei ik tegen mijn vrouw op de wandeling gisteren. Zij ging ernaar toe en antwoordde dat het maar een specht was. Met teleurstellingen moet je leren leven.

Zo zag ik vorige week op Facebook hoe ex-leerlingen van mijn voormalige Emmausschool en onbekenden hun verontwaardiging spuiden over een cartoon. “Belediging van Mohammed!” riepen ze. En ook ik keek naar de foto op FB, een beetje vaag en schuin gefotografeerd en zag daar de Mohammed zoals die ook door Charly-Hebdo wordt getekend. Een oudere man met een zwarte tulband en een bebloed kromzwaard in de hand. En ik zag diezelfde dag dat ook Wilders twitterde dat hij de profeet herkend had. (Overigens weet ik dat Wilders een aardige man is).

Van welke leraar die prent kwam vroeg ik me af. Na wat zoeken bleek het een leraar Nederlands die – zoals we nu weten – die cartoon al vijf jaar in zijn lokaal had hangen. Het bleek de bekroonde prent van Joep Bertrams die de moorden op de Charly-redactie hekelde. Een oudere man met tulband symboliseert daarop de jonge jihadisten die die slachtpartij hadden aangericht. Het is dus onze profeet niet. Verwarrend dus. Het was de aanleiding voor misverstanden, zeker bij langslopende leerlingen die de leraar niet in zijn les had. 

De FB-leerlingen hadden erbij geschreven dat de leraar een sympathieke man was. Ik ken hem goed. We hadden veel gesprekken tot ik daar acht jaar geleden wegging en hij opperde een keer dat we ons samen voor Twee voor Twaalf zouden opgeven. Het is inderdaad een erudiete man die zijn lessen zorgvuldig voorbereidt en vriendelijk voor zijn leerlingen is. 

Overigens hadden andere leerlingen mijn artikel in KomenskyPost geliked en was er onder andere een levendige uitwisseling geweest. Ik citeer een mail: 

“Dag meneer Philippens, hoop dat het goed met u gaat! Wilde u laten weten dat ik uw stuk op de Komensky post over de moord op Samuel Paty erg sterk vond. Met name hoe belangrijk het is goede voorkennis op te doen alvorens een mening te vormen, iets wat vaak niet gebeurt. Een vriendin van het Emmauscollege deelde het in onze vriendengroep nav de facebook post van oud-klasgenoot over de spotprent op het Emmaus. Het triggerde een uitgebreide open discussie in onze vriendengroep (en vervolgens ook bij mij thuis). Uw artikel heeft waardevolle inzichten en gesprekken teweeggebracht!”

Het verwonderde me niet dat de prent niet in het maatschappijleerlokaal hing. Het ligt niet in de aard van mijn opvolger en ex-collega. Die weet dat een leraar rekening moet houden met de achtergronden van leerlingen en ze stap voor stap moet inwijden in de ingewikkelde wereld. Ik vermeldde al eerder dat ik met alle mentorleerlingen gesprekken voerde aan het begin van het jaar, ook om te weten wat hen bezighield. Wij zullen vertrekkend vanuit die achtergronden de leerlingen helpen hun positie en die van anderen te herkennen en te waarderen. En als het jaar vordert zullen we ze laten zien wat terrorisme is en bij welke vier soorten ideologieën en geloven ze voorkomen. Pas later in het jaar komt de Rechtsstaat aan bod, parallel met de Politieke Systemen. De Parlementaire Democratie, de twee soorten Presidentiele Democratieën, en dan ook de Theocratie. Dan is het tijd om in Bertrams prent een Iraanse ayatollah te herkennen als symbool voor de bloeddorstige jihadisten. En deze ayatollah is geen Mohammed.

“Er wordt in de ogen van die leerlingen met twee maten gemeten”

Bij het recht op vrije meningsuiting hoort ook het recht om verontwaardigd te zijn als heilige stokpaardjes in een kwaad daglicht te worden gezet. Moslimleerlingen zijn van huis uit gewend dat terrorisme en islam voortdurend op één hoop worden geveegd, dat in het westen bij iedere gruwelijke aanslag in die richting wordt gedacht (“O, gelukkig was het een dierenvriend die Pim vermoordde”) en dat er geen mensen de Dam opstromen als in Sebrenica duizenden moslims worden vermoord. En ook niet als ISIS moslims afslacht of drones en vliegtuigen vanuit het Westen talloze slachtoffers in die regio’s maken, in de regel islamitische burgers. Dan roept geen enkele minister op om een dag van bezinning te houden. Er wordt in de ogen van die leerlingen met twee maten gemeten.

Gelukkig hebben leerlingen in de vierde of vijfde klas de gelegenheid om in lessen maatschappijleer orde in deze verwarrende, mooie en grimmige wereld te scheppen, Dat gebeurt dus in een langzaam, opbouwend proces en niet onverhoeds.

Hoe zit het dan bij dertienjarigen? Ik herinner me hoe ik op die leeftijd met vriendjes in onze straat de affiches afscheurde van de PvdA. Wij waren van een katholieke partij en dat was de enige die deugde. Het heeft veel jaren geduurd voor ik begreep hoe de wereld echt in elkaar zat. Dat beeld heeft me mee geïnspireerd om het vak maatschappijleer zo op te bouwen dat de generaties van nu wel de tolerantie kunnen opbouwen om met andere meningen om te gaan.

Ik begrijp dus het beeld dat ik nu gekregen heb van een groepje kwetterende leerlingen van de brugklas of de tweede klas die verontwaardigd het lokaal van de leraar binnenstormen omdat ze denken dat de prent die daar hangt beledigend is. In die tsunami is het ondoenlijk om de kinderen te vragen even te gaan zitten en ze duidelijk te maken dat het niet om hun profeet gaat, wat terrorisme is en hoe vrijheid van meningsuiting een van de kernwaarden is van onze Nederlandse samenleving.

En achteraf had er een briefje bij het lokaal Nederlands kunnen hangen met “Pas Op. In dit lokaal kunnen schokkende beelden voorkomen”. Overigens een waarschuwing die op Facebook juist triggert om het filmpje of de foto’s aan te klikken.

Maar dan zijn we er nog niet. Waarom wordt alleen de islam aangegrepen om die waarde uit te leggen als het vijf jaar geleden was toen (die kinderen waren nog maar zeven of acht waren) een stelletje meedogenloze moordenaars in Parijs hun bloederige slachtpartij uitvoerde? 

Als die leerlingen in de bovenbouw zitten en in Maatschappijleer les krijgen over de Europese Unie komen ze wel andere bedreigingen van die vrijheid van meningsuiting tegen. Dan zien ze hoe in enkele lidstaten, Polen en Hongarije met name, de Vrijheid van Meningsuiting, in een sluipend proces om zeep wordt gebracht door regeringsleiders die zich niets van deze democratische waarde aantrekken. Daar worden de oppositionele media stap voor stap het werken onmogelijk gemaakt. En daar loopt een leraar die een spotprent over Duda, Kaczynski, of Orbán ophangt een behoorlijk grote kans buiten de deur te worden gezet. En ook een spotprent over de paus en pedofilie zal niet getolereerd worden. (Overigens, in een sympathieke maar waarschijnlijk machteloze poging zal het Europees Parlement binnenkort een verordening aannemen waarin met sancties tegen die landen wordt gedreigd).

Daarom rijst de vraag waar het toe dient alleen een spotprent van Islamistische fanatici op te hangen om dat probleem aan de orde te stellen. Of is de halve muur behangen met prenten over allerlei bedreigingen van de vrijheid van meningsuiting?

Als ik vijf jaar geleden de prent in het lokaal zou hebben gezien, zou ik dat aan mijn goede collega gevraagd hebben.

Wat kan de bedoeling van zo’n prent in de klas zijn?

Koesteren we de hoop de jonge leerlingen met een shocktherapie van hun geloof te genezen? Zit daar een diepgaande analyse achter? Hoe wordt dat dan aangepakt? Er is weinig kans overigens, dat deze kinderen als ze Emmaus verlaten hebben, met een mes tussen de tanden zullen gaan rondsluipen en dat mes ook nog eens zullen gebruiken.

Maar het is ook een legitieme vraag omdat beelden uit de school zonder uitleg de social media ingaan en in kringen terechtkomen die geen idee hebben waar de leraar Nederlands op uit was. Facebook en twitter zijn contextloze media, met onheldere informatie (ik moet ‘data’ schrijven, maar dat woord past niet in mijn vocabulaire)  waar allerlei halve garen mee aan de haal kunnen gaan. In elk geval waarde collega, als je straks weer veilig terugbent omdat het tuig is opgepakt, dan heb je een case waarmee je je klas kunt uitleggen waarom serieuze media wel redacties hebben die de informatie kunnen duiden. En waarom het dom is je te verlaten op die voortdurend braakpartijen die uit de telefoontjes stromen. Daar zit het echte nepnieuws.

En dan roept Macron zijn collega’s in de Europese landen op om met Frankrijk op een maandag aandacht te geven aan deze soort Vrijheid van Meningsuiting die ook beledigend mag zijn. Begrijpelijk, er is in zijn land opnieuw een slachtoffer van, zoals hij het noemt, “islamistische”, dus niet “islamitische” terreur gevallen. En in dit geval een leraar geschiedenis die, zoals we kunnen lezen, de leerlingen die de prenten niet aankonden, adviseerde om het lokaal te verlaten. Alle leraren die hun leerlingen kennen en zo zorgvuldig te werk gaan, verdienen een hoge onderscheiding.

Maar dan gaat het verhaal verder.

Terwijl in Frankrijk de scholen een minuut stilte houden en de “J’accuse” van Zola in ieder lokaal wordt voorgelezen, om er verder in het jaar, op het moment dat dat geëigend, is er verder op in te gaan, bombarderen Slob en van Engelshoven de scholen met een voorgeprogrammeerde maandag. De scholen krijgen een “lesbrief”.

Nou, die heb ik gelezen. Een mengelmoes van oefeningen om aardig te doen tegen elkaar, van thema’s die leraren aansporen om van alles en nog wat uit te kast te trekken. En het versterkt het misverstand dat Vrijheid van Meningsuiting puur op het Islamistisch terrorisme moet worden gericht.

Dat zal wat worden. Veel leraren zullen hun schouders optrekken bij deze lawine aan informatie. Andere die al na hun opleiding of door hun ongelukkige methode op het spoor zijn gezet van themaatjesonderwijs, zullen te hooi en te gras aan het werk gaan met dat materiaal. 

“Een gewezen leraar maatschappijleer als Slob zou beter moeten weten”

 Een gewezen leraar maatschappijleer als Slob zou beter moeten weten. Zoals ik in mijn vorige bijdrage in KomenskyPost en hier weer al betoogde, bouwt een leraar zijn cursus zorgvuldig op. Die brief van Slob laat zien dat hij dat besef niet heeft. Ik vraag me af welke godvergeten opleiding de bewindsman achter de rug heeft.

Want laten we bekijken waar het werkelijk aan schort. En wat ook vergeten wordt in de recente kamerbrief van 4 november over burgerschapsonderwijs.

Het kernvak waar deze democratische waarde aan bod zal komen, is maatschappijleer. 

Vijftig jaar geleden verscheen dat vak op school. Ik was bij de eerste lichting leraren die daarmee aan de slag gingen. Bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 waren Commissies Modernisering ingesteld. Wij kregen dus cursussen van de Commissie Modernisering Maatschappijleer, een vak dat nog uitgevonden moest worden. Flutcursussen, allerlei spelletjes waren uit de managerskast getrokken en we moesten dus flappen invullen. Bij mijn aankomst op mijn eerste school, voerde de conrector me naar een kast waar naast allerlei tikmachines een stencilmachine stond. Een andere conrector had me een rooster gegeven waarin stond dat ik op vrijdag eerst les gaf in Dordrecht, daarna op de dependance in Zwijndrecht, en vervolgens weer in de late middag in Dordrecht. Ik schafte meteen een fiets aan, nam tussendoor de pont, at daar mijn lunch op, en ontdekte bij terugkeer dat ik te laat was. De rest van de school was verlaten. De klas had de deur gebarricadeerd. Dus riep ik dat de eerste les in een belendend lokaal werd gegeven.

Ik begreep al snel dat ik mijn eigen lessen uit het niets moest ontwikkelen.

Dat heb ik gedaan. Het resulteerde in vijf achtereenvolgende methoden die ik steeds verder ontwikkelde. De zoon van Lubbers en prins Constantijn hebben er les mee gehad.

Ik begreep ook dat ik zo snel mogelijk moest zorgen voor continuïteit, dat er dus minstens twee lessen per week nodig waren. En vervolgens dat het vak niet weggedrukt mocht worden door de vakken voor de streep, de eindexamenvakken. Na een lang en vermoeiende strijd is dat gelukt. Eerst werden mijn cijfers nog gekoppeld aan levensbeschouwing, waar alle leerlingen een 8 voor kregen. Dat was rampzalig. “Meneer, het spijt me, ik heb het niet geleerd. Maar als ik een 3,5 haal, heb ik toch nog een voldoende”. Een verstandige schoolleiding zag tenslotte in dat het vak realistische beoordelingen opleverde en normaal moest meetellen.

Ik werd gelukkig ook al vroeg gevraagd om vakdidacticus te worden aan de Universiteit van Amsterdam, daarna volgden de ErasmusUniversiteit en de Vrije Universiteit. Daar werkte ik de helft van de week. Dat is mijn redding geweest.

Nu, na vijftig jaar, verkeren leraren maatschappijleer, nog vaak in dezelfde belabberde omstandigheden. Een of anderhalf uur betekent dat de leraren de leerlingen nauwelijks leren kennen omdat ze bij een volledige baan rond de 500 leerlingen per week zullen aantreffen. Dat is niet te doen. Dat ze een vak hebben dat niet meetelt of gekoppeld wordt aan een ander of allerlei ander werk. Ook dat is niet te doen.

En waarbij opgeleide leraren met vakkennis worden weggedrukt door kortzichtige schoolleidingen die het vak toebedelen aan wie er maar beschikbaar komt. Bevoegdheid? Wie maalt erom?

Is het een wonder dat het vak maatschappijleer daar tot een houtjes-touwtjesvak degenereert? 

En dat Slob met zijn lesbrief vol themaatjes het signaal afgeeft dat die positie legitiem is.

Dezelfde Slob die via curriculum.nu een nieuw vak zonder inhoud en bevoegde goed opgeleide docenten uit de grond wil stampen. Die dus niets heeft geleerd van de geschiedenis van het vak maatschappijleer. Die zelfs de bevoegdheden verder wil laten uithollen.

“Daarom mijn j’accuse!”

– Ik beschuldig de VO-Raad die zo graag de scholen wil opzadelen met een onnodige curriculumherziening zonder de huidige vakken te versterken;

– Ik beschuldig de SLO die keer op keer rammelende eindtermen wist te produceren en niet mensen van kwaliteit daarvoor inzette en inzet;

– Ik beschuldig opleidingen die eindtermen slaafs volgen en verzuimen leraren de ondergrond te geven die ze nodig hebben;

– Ik beschuldig alle schoolleidingen die maatschappijleer verlammen met te weinig uren, met niet bevoegde leraren, en het laten zieltogen als een verwaarloosbaar vak achter de streep;

– En ik beschuldig vooral de minister en zijn ambtenaren van incompetentie. Die niet de inspectie opdracht geeft kwaliteit te beschermen. Die lesbrieven rondstuurt en niet erover nadenkt dat het zijn taak is de leerlingen een stevig vak te geven waarmee ze de wereld kunnen begrijpen. Die de leraren in de steek laat die aan het eind van de week doodmoe in slaap vallen in de hoop maandag toch weer door te kunnen gaan.

En die niet ophoudt de plannen voor curriculum.nu door te drijven. “Ik sta voor en achter jullie” beweerde hij bij de start. Slob, ga een stap opzij, doe je werk en laat ons daarna door en hou je lesbrieven! 

Huub Philippens is expert maatschappijleer, vakdidacticus en auteur van een methode maatschappijleer.
  1. Uw prachtige pleidooi, mijnheer Philippens, vraagt om brede publicatie buiten Komenskypost. Heeft u het ook gezonden aan uw favoriete dagblad, opinieblad, onderwijstijdschrift?
    Applaus,
    Renée Laqueur-van Gent

  2. marcelle lange

    Weer een heel goed stuk!!Gaat het ook naar Slob, Engelshoven en alle directies van middelbare scholen?

    groet

    Marcelle lange

  3. H. Philippens

    Nee.
    Het kwam tot stand op initiatief van de redactie van Komensky Post. Die heeft terecht de exclusieve rechten.
    Ik heb wel Radio1 er attent gemaakt op het vorige stuk.

  4. H. Philippens

    Slob en in mindere mate Engelshoven zijn er alles aan gelegen om hun werstukjes ongeschonden verder te dragen. Ze hebben die flink in de olie gezet en zichzelf ook. Daar glijdt nu alles soepel van af.

  5. Marli

    Prachtig artikel. De ‘j’accuse’ zijn zo herkenbaar en pijnlijk. Alles staat tegenwoordig in het teken van efficientie en rendementen en scholen lijken te willen ‘vergeten’ dat er meer is dan alleen cognitieve vakken. Als mensen niet om kunnen gaan met vrijheden en leven op gespannen voet met vrijheden dan vraagt dit aandacht hoe het onderwijs hier een betere basis voor kan bieden. Dit vraagt goede docenten en geen lesbrief met themaatjes.

Leave a Reply

Thema door Anders Norén