Gelijke kansen, Klassen, KomenskyPost info, PO, VMBO, VO

Klassen afl. 4 : ‘Het begint thuis’

Door Casper Hulshof

In de aanpak van COVID-19 kreeg en krijgt Nederland wel eens betweterij als verwijt. We dachten het allemaal net iets deskundiger aan te pakken dan de ons omringende landen. Wat die andere sloebers deden deed er niet toe: onze lockdown was tenminste ‘intelligent’. Ik ergerde me eraan. In onzekere omstandigheden proberen we allemaal wat, en een-op-een landen met elkaar vergelijken is bijna onmogelijk. Daarnaast houd ik niet van het generaliseren van karaktereigenschappen. Na het zien van de vierde aflevering van Klassen begrijp ik wel iets beter waar dat betweterijverwijt vandaan komt. Daarover straks meer.

Het is december 2019, Kerst staat voor de deur. De opmaat van de aflevering toont Gianny, de ongekroonde ‘koning van het schoolplein’ staand naast zijn vader. Die is niet blij. Vader heeft alle gevangenissen in Nederland van binnen gezien, en wil zijn zoon eenzelfde tour besparen. “Wat ik heb meegemaakt hoeven mijn kinderen niet mee te maken.” Vader steekt de hand in eigen boezem: misschien doet hij het als ouder ook niet zo goed, want: “Het begint thuis”.

Kinderdagverblijven zijn gemengd, maar als kinderen vier worden scheiden hun wegen. Een groep kinderen gaat naar de school in de buurt, een andere naar een school verderop: ziedaar de scheiding tussen zwarte en witte scholen. De termen komen veelvuldig langs in deze aflevering: Mirjam Leinders zal elke keer hebben zitten schudden.

Anyssa meet het bloedsuikergehalte bij haar opa want ‘ze is de enige van de familie die weet hoe het apparaatje werkt’. Het is een voorzichtige inleiding op een terugkerend thema: het belang van kennis om verder te komen in de wereld. Opa lijdt aan meerdere kwalen; gelukkig kan hij nog wel met zijn kleindochter zwemmen. De rol van Anyssa als steun en toeverlaat van haar grootouders wordt later nog duidelijker als haar oma in het ziekenhuis belandt, en zij naast voor die van opa ook verantwoordelijk wordt voor haar oma’s medicijntoediening.

Delencia, de enige volle zus van Gianny (hij heeft tien broers en zussen) en hij zijn vrij close (‘ze denkt dat ze mijn moeder is’). Zij zit op het Montessori Lyceum Oostpoort en Gianny wil ook graag daarheen: weg van Hogelant. Hij krijgt een verlangende blik in zijn ogen als Delencia vertelt over de muziek-talentklassen die Oosterpoort aanbiedt. Daar hoef je op het Hogelant niet om te komen: een potje tafeltennis is het hoogst haalbare. Gianny wil dolgraag naar Oosterpoort, en verklaart tegen meester Thijs dat zijn zus hem daar dan maar in het gareel moet houden om te voorkomen dat hij gaat vechten. Later ontdekken we Gianny’s ware passie: rappen. Hij mist er alleen nog een beetje de attitude voor (‘meer saus!’ roept zijn broer hem toe). We gaan in een volgende aflevering zien hoe het Gianny vergaat op het Oostpoort Lyceum, want hij wordt er toegelaten.

De school De Vijf Sterren ontvangt bezoek van Marjolein Moorman. Er wordt weer eens gepraat over de al zeker dertig jaar lopende ‘strijd’ tegen de scheiding van zwarte en witte scholen. Het heeft allemaal niets uitgehaald: de scholen zijn nu nog net zo gescheiden als toen. Op de Vijf Sterren zitten kinderen uit 43 verschillende culturen, en zij malen er niet om. De witte ouders wel, die voelen zich niet thuis op het schoolplein. 43 Culturen, maar nauwelijks ‘Nederlanders’. Moorman vraagt of het uitmaakt als er meer kinderen van rijke witte ouders komen. Directeur Thea: niet op leerprestaties of ontwikkeling – wel op ‘met elkaar samenleven’. Moorman weet voldoende. De strijd moet voortgezet worden, want ‘ergens anders dan op school gebeurt het ook niet’.

Mirjam Leinders komt tot dezelfde conclusie tijdens een bezoek aan de hagelwitte school De Weidevogel. Onder het genot van een kopje pareljasmijnthee constateert zij hoeveel ouders bijdragen aan die school. Er wordt door de ouders zelfs betaald om extern docenten in te huren voor onder andere beeldende vorming en muziek. Het staat in contrast met een balletworkshop op de Vier Windstreken die door een van de juffen zelf verzorgd wordt. Leinders’ opmerking dat elk ander kind ook wel zo’n speciale aanpak als op de Weidevogel kan gebruiken wordt schouderophalend ontvangen. Ze doen al zo veel voor de minder bedeelden: het inzamelproject voor de voedselbank was een groot succes. “Dit eten gaat waarschijnlijk naar kinderen van onze andere scholen” is de nuchtere opmerking.

Het hart van deze aflevering is een bezoek van een Amsterdamse gemeentedelegatie aan ‘het wonder van Londen’. Er zijn daar een aantal achterstandsscholen ‘omgetoverd’ tot de beste van het land. Dat willen ze in Amsterdam ook wel. De Londense kinderen ‘leken stom, maar ze waren het niet’. Ze waren simpelweg nog nooit onderwezen. Bowen Paulle zei in aflevering 2 eigenlijk hetzelfde: goed onderwijs is de oplossing. We zien een stukje van een les. In een doodstil lokaal vuurt een enigszins intimiderende leerkracht de ene na de andere vraag af op de leerlingen, die keurig antwoord geven. Het contrast met de Nederlandse laptophangers die we eerder zagen kan bijna niet groter. Toeval of niet: het thema van de les is George Orwell’s Animal Farm. “All animals are equal, but some animals are more equal than others” is een prima samenvatting van de thematiek van Klassen. Met een gefluisterd “Dit gaat er heel anders aan toe dan in Nederlandse klaslokalen,” trapt Moorman de open deur in. De delegatie vindt het maar wat, al die kennisgerichtheid. “Moeten de leerlingen zich niet naar een norm voegen? Ze hebben elk hun eigen achtergrond toch?” Het Britse antwoord is bevestigend, Maar: het is de norm voor iemand die hoogopgeleid is. De school wil laten zien dat iedereen die norm kan bereiken. Dat is wel wat utopisch gedacht: de uitspraak gaat ook in tegen het rapport dat Moorman eerder besprak.”Onzin natuurlijk,” concludeerde Thijs Bol in zijn bespreking van deze aflevering, De school boekt wel succes met haar aanpak. De Nederlanders worden er een beetje giechelig van. “Als onze scholen toch eens gemengd waren,” mijmert Moorman in de bus. “Het grappige is: dat speelt hier niet in Londen.” Inderdaad speelt het niet in Londen, sterker: de schooldirecteur is hoogst verbaasd dat de delegatieleden maar blijven doorzagen over segregatie. Geef gewoon elk kind het gevoel dat het ertoe doet, en negeer de sociale en etnische achtergrond volledig. Ja maar reageren de Amsterdammers: we hebben zo’n last van segregatie op onze scholen. De directeur antwoordt simpel: zorg nou eerst maar eens voor goed onderwijs, dan komt de rest (misschien) vanzelf. “If you can’t change the school culture, how are you going to change the population?” Een dag later betoogt Sezgin Cihangir in NRC min of meer hetzelfde. De Britse school is wel streng: we zien leerlingen naar de poort sprinten terwijl luidkeels wordt afgeteld tot deze zal sluiten. Die poort is dicht van 8 uur ‘s ochtends tot 5 uur ‘s middags. Binnen vindt eerst een ‘ranking the students’-sessie plaats. Aan de nummer 1, de nieuwe ‘student of the week’ wordt onder applaus een zwarte stropdas uitgereikt. De Nederlandse delegatie ziet het geamuseerd aan. Moorman vraagt zich nogmaals af wat er overblijft van het eigen karakter van de leerlingen. Ook de ranglijsten die de school ophangt, en waarop alle leerlingen staan, kan op ooh’s en aah’s rekenen. “There’s tears, but also tears of laughter”. Het lastige aan zo’n lijst is natuurlijk dat er altijd wel iemand onderaan moet staan, want zo werken lijsten nu eenmaal. Het schoolhoofd Mr. Conolly ziet de voordelen wel: voor iedereen is duidelijk aan welke norm je moet voldoen. Goed onderwijs doet de rest. Hij constateert hij dat experts en bestuurders liever niet willen dat de kinderen op zijn school het goed doen. “We have a line of experts telling why our children should fail.” De rijken willen helemaal niet dat talentvolle kinderen uit de armere milieus hun positie bedreigen, is zijn cynische conclusie. Knoop het in je oren, zou je zeggen. Maar de Amsterdammers horen het allemaal giechelig aan en wekken niet de indruk echt te begrijpen wat de boodschap is. Als onze scholen toch eens wat geméngder zouden zijn, hoor je hen denken. De trip naar Londen was ongetwijfeld informatief en inspirerend, maar de vraag is of er in de komende dertig jaar wel iets zal veranderen aan de witte en zwarte scholen.

Voordat we eindigen bij de feestelijke kerstbijeenkomsten maken we nog kennis met de elfjarige Tama, een leerling op de school De IJsbreker. Tama heeft het druk, heel druk. Naast school en huiswerk is ze fanatiek op dansles. Ook volgt ze op bevel van haar moeder bijlessen om extra te trainen voor de naderende eindtoets. “Dat is toch valsspelen?” suggereert ze voorzichtig. Haar oogrollende moeder wil er niet van weten. Het is niet valsspelen, het is extra je best doen. Tama zou liever wat meer willen spelen en wat meer aandacht van haar moeder willen krijgen. Gelukkig zit haar moeder in het publiek tijdens de dansvoorstelling bij het schoolkerstfeest. De aflevering eindigt met hartverwarmende kerstmomenten. Gianny rapt zijn afscheid bij elkaar op het Hogelant. “Kennis is macht” heeft de kapper hem vooraf nog ingefluisterd. Viggo’s meester houdt een speech, en kondigt alvast aan welke toetshordes de komende tijd genomen zullen moeten worden. Intussen haalt Anyssa’s oma een voedsel- en kerstpakket bij de voedselbank op, ongetwijfeld samengesteld uit giften van de ouders van de Weidevogel.

We eindigen bij de Vier Windstreken. “Gelukkig hebben we nog een halfjaar!” zegt de juf. Een fijnere klas kun je je niet wensen. De ondertiteling rept van ‘vertederende kreetjes’, en dat is niet onterecht. Het is een fijn moment voor Anyssa en Yunuscan. De volgende aflevering gaan de TL-balken weer aan en de gordijnen open, want de eindtoets komt eraan. Het is te hopen dat de kijker terugkeert naar deze boeiende serie, want 450000 kijkers voor zo’n interessante aflevering is gewoon te weinig.

  1. Paul de Maat

    Ik wil even reageren op de reactie van Alois Ruitenbeek hierboven. Hij schrijft : ‘Overigens is het stukje les dat we op deze school te zien krijgen een schoolvoorbeeld van slecht onderwijs. Om kinderen iets te leren moet je aanbod geven, geen vragen stellen.’ Dit is wat ik vaak zie gebeuren bij tv-opnames van schoolsituaties. Je ziet heel even een leraar aan het werk en meteen komt er iemand die daar verstrekkende conclusies uit trekt. Want in dit geval, wie zegt er dat deze kinderen niet eerst al aanbod hebben gekregen? En de techniek om vervolgens vragen te stellen en ervoor te zorgen dat alle kinderen vragen kunnen beantwoorden, is zeer effectief. Dat weten we ook van Doug Lemov en zijn Uncommon Schools waar de technieken uit Teach Like a Champion worden toegepast.

    Verder een goede analyse van deze aflevering, Casper.

  2. Alois Ruitenbeek

    Ik denk dat zowel Moorman als de Londense directeur gelijk hebben.
    Goed onderwijs met veel kennisoverdracht is belangrijk, want kinderen uit achterstandssituaties moeten óp school kunnen leren wat kinderen van hoogopgeleide ouders van huis uit meekrijgen. Dat is hun enige kans. Op veel scholen, en zeker in Amsterdam, schort het daaraan. Het is terecht dat de Londense schooldirecteur daarop wijst. Overigens is het stukje les dat we op deze school te zien krijgen een schoolvoorbeeld van slecht onderwijs. Om kinderen iets te leren moet je aanbod geven, geen vragen stellen. Toetsen is iets anders dan lesgeven. De beste scholen van Europa zitten natuurlijk niet in Londen, maar omdat steenkolenengels de enige vreemde taal is die directeuren en bestuurders machtig zijn, sturen we ze daar maar naartoe. Zonde van de belastingcenten.
    Anderzijds is het ook belangrijk om ons politiek in te zetten voor meer kansengelijkheid, door voor een andere onderwijsstructuur te strijden met een latere selectie, waarvan we allemaal weten dat dit belangrijk is. Daar strijdt de wethouder voor en dat is goed. Het is ook haar taak als politica. De Londense schooldirecteur maakt zich daar vanaf, zoals waarschijnlijk veel Britten, anders zouden ze niet zo’n extreem ongelijke samenleving hebben die ons, alweer, niet tot voorbeeld strekt.

  3. Maarten Meijer

    Beter onderwijs is een mooi doel. Maar een doel is nog geen plan en dat verschil is nog niet geland bij mw Moorman. Dat Engelse schoolhoofd heeft precies door aan welke knoppen hij kan draaien, zijn design parameters ahw. Moorman is (slechts?) politiek geinteresseerd in onderwijs. Als in niet gesegregreerde klassen aan iedereen slecht onderwijs wordt aangeboden is haar politieke doel bereikt: het einde van ongelijkheid. Die Engelse directeur had een beter doel: iedereen goed onderwijs. Mw Moorman moet begrijpen dat draaien aan de knop van lokale kwaliteit is waarmee ze globale gelijkheid kan bereiken. Hamer op devoorwaarden, dan volgen de resultaten vanzelf. Ze mag me bellen, want haar hart is goed.

  4. P. Jansen

    In deze uitzending van Klassen was er inderdaad maar één die de spijker op zijn kop sloeg: De Londens schoolbestuurder. Op de vragen van de Amsterdamse wethouder over segregatie zei hij (zo ongeveer): Jullie zitten zo te zeuren over allerlei zaken. Stop daar mee, geef gewoon erg goed les. Zijn school was strak georganiseerd rond rust, regelmaat en reinheid. Hij schiep zo een wereld waarin iedere leerling goed kon gedijen, een wereld die voor veel leerlingen met allerlei moeilijkheden juist een oase was, een wereld waarin ze niet bezig hoefden te zijn met hun andere, problematische werelden. Geen geitenharensokken gezeur, maar leergierigheid belonen. Hoe wij dat doen bleek in een eerdere uitzending. Er werd een plusklas gemaakt op de vrije woensdagmiddag, voor de goeie leerlingen. Wie wilde meedoen? Vijfentwintig leerlingen staken hun handen op. Maar helaas pindakaas, er was maar plaats voor dertien. Selectie op grond van sollicitatiebrieven, de helft moest afvallen. Leerlingen die hun vrije middag wilden opofferen het bos in sturen. En dan nog zeuren over te vroege studiekeuze en segregatie? Schep de omstandigheden voor goed onderwijs. Excellente leerkrachten met een behapbare weektaak tegen een goede beloning voor klassen van maximaal 25 (= gemiddeld 22) leerlingen. Zolang je dat niet in orde hebt moeten we niet eindeloos mekkeren en vergaderen over irrelevante nevenzaken en maatschappelijke problemen die niet in het onderwijs thuis horen.

  5. H. Philippens

    Onderlegde leraren die genoeg achtergrond hebben om veel zinvolle kennis over te dragen. Daar gaat het om.

Leave a Reply

Thema door Anders Norén