Wij vroegen lezers om hun persoonlijke ervaringen met schooladviezen te delen. Hierbij de eerste aflevering. Stuur je ervaring naar info@komenskypost.nl

Door Judith Pietersma – Samson

Een paar jaar later dan Jan Lepeltak zat ook ik in de zesde klas. Op een school die op de plek stond waar nu de Markthal staat, hartje Rotterdam. 

De school had twee zesde klassen, 6a en 6b. In 6a, bij het hoofd der school, zaten de slimme kinderen, met een betere achtergrond. Ik zat in 6b, de klas met de kinderen uit de ‘achterbuurt’. Er zaten kinderen in mijn klas die stonken naar de armoe. Met gaten in hun kleren, zomer en winter in korte broek. Of met maillots die een paar maten te klein waren, het kruis tussen knieën en bips. Een van de grotere jongens bleek (toen al!) aan de drugs en zou opgroeien voor galg en rad. 

In de klas zelf was ook sprake van standenverschil. Zat je in de rij bij het raam, dan kon je misschien naar de havo. De middelste rij was voor de twijfelgevallen.  In de rij het dichtst bij de deur zaten de kinderen die naar de huishoudschool of lts zouden gaan. 

En in die rij zat ik. Want… mijn moeder was lastig en ik had een grote mond.  Tweeërlei een. We konden namelijk niet zo goed tegen onrecht en de meester voor het bord kon er wat van. 

Hij kleineerde de armoedzaaiers, zette ze voor gek en at tijdens de les dikke bruine boterhammen met een dikke laag kaas. De kinderen, die zonder ontbijt met knorrende maag naar school waren gekomen, de ogen uitstekend. Ik kon het dan niet laten om daar opmerkingen over te maken. Ik zat dicht bij de deur, dus de gang naar het hoofd der school was snel gemaakt. 

de huishoudschool

Om een lang verhaal kort te maken…: mijn ouders wilden dat ik naar een bepaalde vo-school in Blijdorp ging. Helaas, ik werd niet aangenomen. Het hoofd der school had de Blijdorpse school laten weten dat ik, als ik mazzel had en ik erg mijn best zou doen, net de mavo zou kunnen halen. Meer zat er niet in. Voor deze scholengemeenschap moest ik minstens (schooladvies) havoniveau hebben. Voor minder deden ze het niet. 

Achter mijn rug ontspon zich een strijd tussen mijn ouders (machinebankwerker/vertegenwoordiger en huisvrouw), het hoofd der school en mijn meester. Wie er gewonnen of verloren heeft weet ik niet en doet er niet toe. Maar het conflict leidde er toe dat ik niet naar het afscheidsfeest van de klas ben geweest, maar wel naar de havo ben gegaan. 

Omdat ik op mijn zesde jaar al wist dat ik jeugdbibliothecaris wilde worden, heb ik verder geen spannende onderwijsontwikkeling doorgemaakt. Na de havo gewoon naar de bibliotheek- en documentatieacademie. Op hbo-niveau. 

Als bibliothecaris ben ik jaren later, bij een onderwijsinformatiemarkt, het hoofd der school tegen het lijf gelopen. Hij herkende me meteen. “Jij bent toch…?” Enthousiast schudde hij mijn hand. Toen hij zei, dat ie altijd had geweten dat ik goed terecht zou komen, heb ik me omgedraaid en ben weggelopen. Het hoofd der school achterlatend met zijn bek vol tanden.  Eikel. 

Judith Pietersma – Samson