Jan Lepeltak

Bonnie Triyana was een jaar of twaalf toen hij in de boekenkast van zijn grootvader een boek ontdekte met de titel Max Havelaar.  Zijn opa was Nederlands georiënteerd en sprak ook vloeiend Nederlands. Het was de eerste kennismaking van Bonnie met de Nederlandse literatuur. Overigens dateert de eerste vertaling van Multatuli in het Bahasa Indonesia pas van 1972.

Bonnie was recent in Nederland waar hij als gastconservator een door Covid uitgestelde tentoonstelling over de onafhankelijkheid van Indonesië in het Rijksmuseum voorbereidt. De tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk vindt plaats van 11 februari tot 6 juni 2022.  

Indonesië is hot; misschien is het beter Nederlands-Indië te zeggen, want of dat ook geldt voor de belangstelling voor het huidige Indonesië is de vraag.

Door staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) is 20 miljoen beschikbaar gesteld om de kennis en cultuur van voormalig Nederlands-Indië in Nederland te bevorderen en erkenning te vergroten van de overigens zeer diverse Indische gemeenschap in Nederland. Volgens Nederlandse traditie is er dan ook een commissie benoemd onder voorzitterschap van een voormalig PvdA-minister (in dit geval Jet Bussemaker). 

Door mijn reizen in Indonesië is mij duidelijk geworden dat in Indonesië de interesse voor de koloniale tijd niet groot is. Wel is het huidige Nederland populair. Men volgt het Nederlandse voetbal en het koningshuis. Nederlandse kunstenaars (muziek, toneel, cabaret) treden op in het Erasmushuis in Jakarta.

Na een bezoek aan het toen net geopende Multatulimuseum in Rangkasbitun (district Lebak) rees bij mij de vraag hoe bekend Multatuli (Eduard Douwes Dekker) nu feitelijk in Indonesië is. Bonnie zou mij bijna twee jaar geleden naar aanleiding van de 200e geboortedag van Eduard Douwes Dekker in 2020 helpen bij het schrijven van een artikel over de bekendheid van Multatuli in de Indonesische scholen. Bonnie is ook de initiatiefnemer van het drie jaar geleden geopende Multatuli museum. Rangkasbitun is ook de geboorteplaats van Bonnie. Kort voor mijn vertrek naar Jakarta werd in maart 2020 echter de eerste lockdown van kracht.  Ruim anderhalf jaar later werd het voor hem pas weer mogelijk naar Nederland te komen. Reizen naar Indonesië zijn voor Nederlanders op dit moment vrijwel onmogelijk. 

De goedlachse Bonnie heeft ook meegewerkt aan het succesvolle boek Revolusi van de Vlaamse historicus en schrijver David van Reybrouck. Bonnie is historicus en bracht van Reybrouck in contact met diverse personen die een rol hebben gespeeld in de revolutie. Van Reybrouck bedankt hem daarvoor in zijn boek (genomineerd voor de Libris geschiedenisprijs). 

Wat betreft de bekendheid van Multatuli op Indonesische scholen was Bonnie kort: die is er volgens hem vrijwel niet. Multatuli komt men niet in de schoolboeken van het funderend onderwijs tegen. Pramoedya Ananta Toer (1925-2006), de belangrijkste Indonesische schrijver, roemt Multatuli toch in een video die is te zien in het Multatulimuseum in Rangkasbitun. Hij ziet de Max Havelaar als een keerpunt in de Indonesische geschiedenis. Zie ook de interessante Ikon-documentaire uit 1992 over hem. https://youtu.be/s4FrmkqTWKk. Prima materiaal voor lessen geschiedenis in het VO die er met die 20 miljoen van Blokhuis zeker zullen komen.

Ananta Toer is een literaire grootheid. Hij verbleef als communist voor de oorlog in gevangenschap in opdracht van de Nederlandse koloniale autoriteiten. Tijdens de revolutie was hij actief, maar na de militaire coup van Suharto in 1965 werd zijn werk verboden. Hij werd als communist opgepakt en verdween in 1965 zonder vorm van proces veertien jaar in gevangenschap op het beruchte eiland Buru.

Toch is Multatuli is niet geheel onomstreden in Indonesië, maakt Bonnie duidelijk. Uiteindelijk mag men niet vergeten dat Douwes Dekker niet per se tegen de koloniale overheersing was. Het was met name de hypocrisie en de uitbuiting van de eenvoudige boerenbevolking door de lokale adel (de regenten, met zwijgende instemming van de Nederlandse vertegenwoordigers, de residenten) die hij aan de kaak stelde.

Als we praten over Indonesië en Bonnie zijn zoveelste kretekcigaret opsteekt, wanen we ons op een terras in de Pijp, door de specifieke kruidnagelgeur van zijn sigaret, in Jakarta. De enthousiaste Bonnie heeft veel historisch onderzoek gedaan. Hij schreef onder andere een biografie over Maulwi Saelan, keeper van het Indonesische Olympische elftal van 1956, die actief was tijdens de revolutie en aan de kant van Soekarno streed. Saelan (1928-2016) werd Soekarno’s persoonlijke bodyguard en hoofd van zijn persoonlijke beveiliging. Bonnie heeft Maulwi Saelan aan het eind van zijn leven nog kunnen interviewen. Men mag niet vergeten dat er diverse aanslagen op Soekarno zijn gepleegd. Bij de mislukte coup in 1965 is een aantal generaals vermoord en vervolgens in een krokodillenput bij de militaire luchthaven Halim geworpen. Een aantal kon op het laatste moment vluchten, zoals de bekende generaal Nasution die over een muurtje in zijn tuin sprong, terwijl zijn dochtertje echter door een verdwaalde kogel om het leven kwam.

We spraken over de film De Oost. In de positieve recensie die Bonnie schreef voor het NRC vond hij het alleen jammer dat er typisch Balinese muziek was te horen en geen Javaanse muziek. Dat geldt ook voor de foute kleur van de uniformen die de speciale groepen van de beruchte kolonel Westerling droegen.

Sukarno en Hatta worden gezien als de grondleggers van het onafhankelijke Indonesië. Bonnie is voornemens de dochter van Hatta (voormalig minister) mee naar Nederland te nemen voor de opening van de tentoonstelling in 2022. De tolk van Java heeft hij nog niet kunnen lezen. De Nederlandse taal vormt nog een te grote barrière. Het valt te hopen dat de tentoonstelling over de Revolusi er voor zorgt dat de kennis en belangstelling voor wat ooit ons ‘wingewest’ was zal toenemen en het zogenoemde institutionele stilzwijgen, zoals de schrijver Alfred Birney het in zomergasten noemde, verdwijnt.

Foto’s: J.Lepeltak