Judith Porcelijn

Er was eens een timmerman en ze heette Truus. Na haar – uitstekende – opleiding kon ze alles maken wat haar ogen zagen, maar ze maakte het liefst tafels. En daar was ze goed in. Ze kwam in dienst van een meubelbedrijf en na een paar maanden merkte Truus dat ze gelukkiger was dan ooit. Ze had veel lol met haar collega’s die stoelen, bedden en kasten maakten; ze wisselden tips en trucs uit en zo maakten ze elkaar elke dag een stukje beter. De directeur was dik tevreden over zijn team en zijn bedrijf schoot omhoog in de meubel-top10.

Maar op een slechte dag kwam er een recessie langs. De mensen kochten minder meubels en de timmermannen kregen iedere dag minder te doen. De directeur zag maar één oplossing: fuseren met andere meubelbedrijven. Volgens hem was dat de enige manier om kosten te besparen en zo het bedrijf te redden. En zo geschiedde.

In het begin merkten Truus en haar collega’s weinig van eventuele veranderingen. Zij werkten gewoon door en hadden weinig last van het ontslag van een aantal secretaresses, schoonmakers en manusjes van alles. Ze hadden voldoende tijd nu er minder bestellingen waren. Zonder mopperen veegden ze de houtsnippers van de vloer, zetten ze zelf hun koffie en thee en mikten ze eenmaal per week een fles WC-eend in de toiletten.

Op een dag kwam hun directeur langs. Hij schonk koffie in voor allen en nodigde hen uit om even te luisteren. Met een koekje erbij als troost. Hij vertelde zijn team dat hij moest vertrekken. Zijn bedrijf was inmiddels gefuseerd met vijftien andere meubelmakers en er kwam één Directeur-Bestuurder (DB) voor alle bedrijven. Zijn functie was overbodig geworden. Volgens de nieuwe DB konden alle timmerteams uitstekend zelfstandig functioneren. Alle overige werknemers konden solliciteren naar een functie op het hoofdkantoor en de rest werd de WW in gestuurd. Het was even stil. De collega van bedden pinkte een traantje weg, er kwam een afscheidsfeest met een zelfgemaakte houten sculptuur in plaats van een gouden horloge en dat was het dan.

Vanaf dat moment ging het hard. Omdat de leiding nu op afstand zat, moesten Truus en haar collega’s dagelijks formulieren invullen. In het begin hoefden ze alleen te noteren aan welk meubel ze hoelang gewerkt hadden, maar naarmate de tijd verstreek kwamen er meer formulieren bij. Een formulier voor het bijhouden van schuur- en polijstwerk. Een rooster voor vegen, koffie zetten en WC’s poetsen. Een overzicht van alle gebruikte materialen. Truus en haar collega’s mopperden nu bij de koffie. Op de DB. Ze besloten een brief te schrijven en dat deden ze.

Twee weken later kwam de DB langs. Het bleek een vriendelijke vrouw die ook koffie voor hen inschonk, maar dan zonder koekje. Ze had een groot scherm meegenomen waarop ze een powerpoint presenteerde. Ze hield een enthousiast betoog waarin de woorden Kwaliteit, Verantwoording en Stip-op-de-horizon regelmatig terugkwamen. Na afloop keek de DB alle timmerlieden enthousiast aan. ‘Begrijpen jullie het nu? Zijn er nog vragen?’ Truus en haar collega’s keken elkaar aan, knikten braaf en gingen maar weer verder met timmeren.

Weer een week later kwam het bericht dat de wekelijkse formulieren voortaan op de computer verwerkt moesten worden. Truus en haar collega’s moesten een cursus volgen om dit te kunnen. In hun vrije tijd.

In de jaren die volgden kwamen er ook steeds meer richtlijnen met eisen waar alle meubels aan moesten voldoen voor ze de deur uit gingen. Truus zat nu dagelijks op de computer en soms was ze langer bezig met de lijsten dan met het maken van tafels. Toen de recessie voorbij was en de mensen weer meer meubels gingen kopen, had Truus geen andere keus dan een gedeelte van haar werk in haar vrije tijd te doen. Op de eerste drie dagen van iedere vakantie vulde ze voor alle gemaakte tafels de checklists in.

Truus stuurde een e-mail aan de DB waarin ze vertelde dat ze zoveel vakantiedagen kwijt was aan het administreren van haar timmerwerk. De DB stuurde een week later een reply waarin zij adviseerde om de tafels niet meer in de was te zetten. Dat kostte te veel tijd. Als de klanten de tafels dat voortaan zelf zouden doen, zou Truus tijd genoeg overhouden. Helaas werd de tijdwinst die ze hiermee boekte binnen een paar weken opgeslokt door nog meer formulieren en richtlijnen.

Weer een jaar later zat Truus thuis met een burn-out. Ze had geen lol meer in haar werk en kreeg buikpijn als ze een tafel zag. Ze voelde nog maar één ding: eenzaamheid. Ze was verdwaald maar ze wist niet zo goed hoe ze dat voor elkaar had gekregen.

Tot zover mijn verhaal over de procedureplicht in het onderwijs. Laten we hier alsjeblieft mee stoppen. Dat scheelt een hoop verdwaalde leraren.

Judith Porcelijn is redakteur van KomenskyPost.nl