Door Hanneke de Frel

Het weekend is voor onderwijsmensen een tijd van ontspanning, maar ook een tijd van bezinning. Heb ik de afgelopen tijd de goede dingen gedaan. Wat ging goed? Wat kan beter? Een terugblik en een vooruitblik. Nadenken over de toekomst. Wat willen we dat leerlingen leren? Die cyclus blijft zich herhalen en zo blijven ook volwassenen voortdurend leren. Zo ook met de Wet werk en zekerheid, die nu wat lucht heeft gebracht in het onderwijs, maar geen doekje voor het bloeden mag zijn. Waar is de structurele oplossing?

Afgelopen week kwam het semi-verlossende woord om toch de komende drie maanden, de maanden waarin de meeste griepverschijnselen zich openbaren – wij hebben de eerste griepgolf al gehad, maar goed -, de Wet werk en zekerheid op te schorten voor de griepgevallen van maximaal twee weken.
Moeten we hier blij mee zijn? In ieder geval wel even voor nu, maar hoe gaan we straks verder? Is dit een zoethoudertje voor nu? Is dit een ad hoc beslissing om de gemoederen te bedaren? En hoe straks verder?
Werkend in een krimpend bestuur met vijf personeelsleden in een tijdelijke schil die voortdurend worden ingezet voor invalwerkzaamheden, is het niet mogelijk dit aantal door deze nieuwe wet te vergroten. Niet wenselijk, wil je dit bestuur gezond houden. Met krimp-  en groeischolen en enkele scholen die stabiliseren is het goed inschatten wat wel en niet mogelijk is. Daarbij komt nog dat de ene invaller wel geschikt is voor een vaste baan binnen een team en de ander niet.
Natuurlijk is het goed om invallers een kans te geven. Toch denk ik dat een wet als deze juist averechts gaat werken. Waarom?
Een school belt vaak de vaste invallers die goed bevallen en die de school kent. Andersom is het voor de invallers fijn om op een school te werken waar zij al bekend zijn. Voor groepen is het fijn om te weten dat meester X of juf Y weer komt, want die is bekend. Juist deze mensen bouwen een band op met school en leerlingen. De school weet goed wat het in huis heeft.
Nu dat steeds iemand anders is, gaat dit ten koste van het onderwijs. Het worden steeds meer dagen van ‘bezig houden’ i.p.v. dat de lessen gewoon goed worden gegeven. En de vaste leraar mag na zijn/haar ziekte gaan ‘puin ruimen’ en de noodzakelijke dingen weer oppakken, die zijn blijven liggen, want die doet een invaller niet.
De Wet werk en zekerheid biedt kansen, maar nog meer bedreigingen. Het is niet goed voor het onderwijs. En de inspectie heeft er geen boodschap aan als een leerkracht vervangen moet worden of er zijn andere omstandigheden waarop bepaalde kwaliteit niet voldoet. Dus wat dan?

Ten eerste moet  deze wet voor het bijzonder onderwijs teruggedraaid worden. Openbaar onderwijs heeft al geen probleem, want daarvoor geldt het niet. Op zich al vreemd.
Ten tweede moet er goed bekeken worden wat echt bijdraagt aan goed onderwijs. En welke administratie is daar nu wel of niet precies voor nodig.
Ten derde moet er meer geïnvesteerd worden in het vak leraar, als het lerarentekort gaat doorzetten.

Investeren in:
1. meer handen van onderwijsassistenten,
2. werkdrukvermindering*(1 ,
3. nog betere arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld geld voor deskundigheidsbevordering staat nu op 500 euro per jaar per fulltimer, is rijkelijk weinig; maar ook de aanschaf van materialen voor de groep, luchtkwaliteit, …),
4. conciërges of ander personeel dat kan kopiëren, koffie zetten, etc.
5. gymnastiekbevoegdheid in het PABO-diploma, waardoor de druk minder is tijdens de eerste jaren,
6. ruimere financiële middelen om goed mee te kunnen ontwikkelen in een digitale maatschappij (scholen lopen vaak achter de feiten aan),
7. ruimere middelen voor het realiseren van verandering binnen de school (bijvoorbeeld een andere richting, nieuwe methodes,
8. ruimere middelen ten aanzien van meubilair (mag 1x per 20 jaar vervangen worden).

Ten vierde zal het vak zelf zijn aanzien meer terug moeten krijgen. De professional draagt aan, adviseert en bepaalt. De ouders zullen hierin een meer luisterende houding moeten aannemen. Een school zal altijd het beste voorhebben met de leerling en samen bereik je nu eenmaal meer.

9.Werkdrukvermindering door bijvoorbeeld het aantal lessentaken te verlagen en ook goed in te schalen hoe het met extra taken is geregeld.
10. gelijke salariëring van PO en VO.

Kortom, er is nog werk aan de winkel binnen het onderwijs en niet alleen met de Wet werk en zekerheid, er staat nog meer op stapel. Welke minister en welke staatssecretaris durft de uitdaging aan na 15 maart 2017?

Het wordt opnieuw weer maandag en gaan we vol enthousiasme naar de school waar het gebeurt, naar het onderwijs dat zo hard nodig is en naar een wereld voor lerende mensen: van klein tot groot, van jong tot oud, van onervaren tot ervaren, van arm tot rijk, en in alle variëteiten van culturen. Wat een boeiende wereld.

HannekeHanneke de Frel is directeur en ICT coördinator van de CBS Prinses Máxima te Berkel en Rodenrijs. 

Dit artikel verscheen eerder op de blog van Hanneke de Frel