Beleid, Coding, Computational thinking, Politiek, Programmeren

Voorzitter van de Onderwijsraad: digitaal ondoordacht

board

Door Jan Lepeltak

Behalve dat de onderwijsraad de overheid aanspoort tot actie is er niet zoveel nieuws te lezen in het rapport Doordacht Digitaal van de Onderwijsraad (OR). Men krijgt de indruk dat ieder van de meer dan zestig geïnterviewden en de veertig panelleden hun duit in het zakje mochten doen. Van professor Kirschner tot aan vertegenwoordigers van de Steve Jobs scholen. Je kunt het ook een van veel voetnoten voorziene grabbelton noemen. Hierdoor vormt het rapport een kleurrijk palet van deels redelijk aanvaarde opvattingen over ICT in het onderwijs.

Er is slechts summiere aandacht voor computational thinking (CT) en coding.  De onderdelen waarin in Nederland werkelijk achterop loopt.  Iets dat door een onderzoeksgroep van de Europese Commissie eind vorig jaar ook is vastgesteld. http://komenskypost.nl/?p=1611.  De gehanteerde SLO-definitie is nogal eng. Liever had men naar de omschrijving van Jeanette Weng (die het begrip ook heeft geïntroduceerd) kunnen kijken.  Informatici zijn in de geraadpleegde groep met een lampje te vinden. De hele ontwikkeling rond de maker movement, die sterk digitaal gerelateerd is, ontbreekt.
Het is goed dat digitalisering in het onderwijs politiek meer aandacht krijgt, maar het is de vraag of dat op deze manier veel effect sorteert. Waarom wordt de motie van Paul van Meenen (2014) voor informatica niet genoemd in het toch zeer uitgebreide rapport?

laat je niet uit over zaken waar je geen verstand van hebt

In het interview in het NRC met onderwijsraadvoorzitter Henriëtte van den Brink wordt een belangrijke academische wet overtreden: laat je niet uit over zaken waar je geen verstand van hebt. Was het overmoed, naïviteit of een moment van zwakte die de OR-voorzitter Prof. dr. H. Maassen van den Brink, die ik ken als een prettig en nuchter type, er toe brachten zulke baarlijke onzin over programmeren in het NRC te verkondigen. Op de vraag of programmeren en coderen ook bij digitale vaardigheden hoort? Lezen we:

„Nee. Na een jaar kun je de opgedane kennis weggooien, want het verandert telkens weer. Computers gaan ook zelf programmeren….. De scholen in Delft zijn in samenwerking met de technische universiteit daar met coderen en programmeren begonnen. Dat is leuk, maar het hoeft niet overal te worden toegepast. Iedereen kan leren programmeren en coderen is een eenzijdige benadering van het tekort aan ICT’ers.”

Het citaat is een zeer sterk argument voor onderwijs in computational thinking (in de zin van Jeanette Wing) en nu ook voor senioren.  Ik heb lang niet in enkele zinnen zoveel samengepakte onzin gelezen. Laten we er toch maar even voor gaan zitten. De voorzitter van de OR die zoiets beweert, dat is niet niks.
Een belangrijk aspect van computational thinking is leren wat computers wel en niet kunnen. Het maakt een eind aan veel van de computermystiek, iets waar overigens veel bedrijven profijt van hebben. Kinderen op de basisschool die met Scratch bezig waren, heb ik al horen zeggen: de computer doet alleen wat je er uiteindelijk zelf in heb gestopt. In het beste geval haalt professor Maassen van den Brink als ze het heeft over zelfprogrammerende computers de noties CT programmeren en coderen. Algoritmiseren is een wezenlijk aspect van programmeren.
Als je haar redenering zou doortrekken kun je je afvragen waarom we kinderen zouden leren rekenen of wiskundig denken? Er zijn toch rekenmachines en computerprogramma’s die het veel beter kunnen. Waarom zouden we ze vreemde talen leren?  Er zijn binnenkort programma’s die alles voor ons kunnen vertalen.
“Iedereen leren programmeren en coderen is een eenzijdige benadering van het tekort aan ICT’ers”. Schaffen we dan ook maar natuur- en scheikunde geheel af? Natuur- en scheikunde werden in de 19e eeuw als vakken ingevoerd op de hbs omdat door de industriële revolutie (die bij ons rijkelijk laat op gang kwam) er behoefte was aan ingenieurs. Het leverde ons heel wat Nobelprijzen op. Er was oppositie tegen de plannen van Thorbecke voor dit nieuwe schooltype dat viel onder het middelbaar onderwijs, terwijl het gymnasium tot het hoger onderwijs behoorde. Het gymnasium daar leerde je echt iets, namelijk over de klassieke oudheid, Latijns en Grieks. De grote geleerde Lorentz (Nobelprijswinnaar en leermeester van Einstein) moest nog speciaal examen Latijn en Grieks doen en kreeg daarna toestemming van de minister om tot de universiteit te worden toegelaten.

Overigens is de vraag op welke leeftijd moet je beginnen met CT een reële. Volgens neuropsycholoog professor Jelle Jolles kan dit al vanaf het 8e levensjaar. Liever zie ik kinderen op die leeftijd buitenspelen, tekenen, verhaaltjes lezen. Maar als ze het ook leuk vinden om met Scratch te werken, waarom niet? Er is in Nederland geen beleid wat betreft CT in het initiële onderwijs. We kennen alleen informatica als keuzevak in de bovenbouw vo. Het voorstel van de SLO om CT deel uit te laten maken van de digitale vaardigheden is pragmatisch gezien een kans om hier nu uiteindelijk iets aan te doen.
Wat betreft de tijdelijkheid van CT-kennis het volgende. De principes van de computer, zoals voortkomend uit de theoretische Turingmachine en het Von Neumann-principe,  zijn sinds de eerste digitale computers uit de jaren ’40 niet veranderd. Die principes op conceptueel niveau leren kennen dient te behoren tot de uitdaging van het funderend onderwijs. Het dient te behoren tot de  intellectuele bagage van elke burger, van timmerman tot professor.

2 Reacties

  1. admin

    Ik had het bericht nog niet gezien maar kan me erg vinden in het verhaal van @JLepeltak hierover: komenskypost.nl/?p=2364.

    Reactie van Pierre Gorissen via Twitter

  2. admin

    Mooi dat je zo enthousiast bent over ICT. Ik zie toch meer wijsheid in de uitspraak van Maassen-van den Brink dan jij beschrijft. 😉

    Reactie van Ben Wilbrink via Twitter

Reageren is niet mogelijk

Thema door Anders Norén