Over de vmbo-leerlingen die indruk maakten op docent Arjan van Essen  op een moment dat foute keuzes zichtbaar werden en over hun talenten, maar ook dat we moeten stoppen met praten over op- en afstromen. Leerlingen waar hij onwijs trots op is.

Door Arjan van Essen

Een paar jaar geleden kwam een meisje aan het eind van de les naar mijn bureau. Haar repetitieblaadje in de hand. Ze aarzelde en zei “Klopt dit wel meneer?”
“Wat bedoel je Joke?”
“Nou, hier staat een acht.”
“Ja, zoals ik al zei, heel goed gedaan!”
“Maar ik heb nog nooit een acht gehaald.”  Ik meende een traan te zien glinsteren.

Achteraf gezien was dit het moment dat ik de beslissing nam om me helemaal te richten op deze kinderen. Leerlingen die het vmbo volgen. En dan de kader-, of liever nog de basisberoepsgerichte leerweg. Mensen waarvan ik merk dat ze veel talenten hebben. Alleen niet op cognitief niveau. Leerlingen die de hele basisschooltijd doorgebracht hebben in de hoek van ‘kan niet’, ‘wil niet’, ‘mag niet’ en ten slotte ‘durf niet’.  Ik weet dat ik chargeer, maar toch.

Het gesprek met Joke was nog niet over. Nou ja, wel met haar maar niet met haar moeder. Die belde me ’s avonds. “Joke staat hier naast me. Ze is zo blij met haar mooie cijfer”
“Ha ja mevrouw,  leuk dat u daarvoor belt.  Feliciteer haar maar. Ze heeft het echt helemaal zelf verdiend.”
“Ja daarvoor bel ik u ook” vervolgde ze, “eigenlijk willen we u vragen of ze naar kader kan, een niveautje hoger.” “Waarom wil u dat mevrouw?”
“Nou ja, haar broer Paul doet gewoon havo, en nu vinden we het een beetje naar dat Joke helemaal op basis zit.”

Ik zal u mijn reactie besparen, het was niet mijn beleefdste antwoord ooit. Hiermee zeg ik niet dat de onderwaardering van het vmbo aan ouders, of alleen aan ouders te danken is.   Ook wij schoolmensen maken er een potje van. Zolang wij blijven praten over opstromen en afstromen, niveau hoger of niveau lager verandert er niets.

Om nog maar niet te praten over methodes en hun totstandkoming. Ben er zelf ook wel eens bij betrokken geweest. Wil niets af doen aan de goede intenties van de mensen die hier veel uren insteken. Ook in hun vrije tijd. Maar per definitie worden methodes geschreven door mensen die zelf aan de andere kant van het spectrum zitten.

Het waren juist mijn vmbo-leerlingen die indruk op mij maakten.

Dit betekent in de praktijk dat een methode vaak geschreven wordt voor een havo/vwo niveau. En uiteindelijk na veel schaven en alle vierlettergrepige woorden verwijderen, blijft er iets over dat geschikt is voor een vmbo-leerling. Denken we. Dat deze leerling vaak niets heeft met onze manier van werken, vergeten we. Wil ik echt dat degene die in de toekomst mijn huis bouwt, de weg aanlegt of mij verzorgt, het verschil weet tussen een onderwerp en een lijdend voorwerp?

Vanmorgen waren we aan het ontleden.  De zin “Ik ga vissen vangen met een schepnet” stond in het boek.  Hierbij een paar reacties:
“Meneer ik vis niet.”
“Mijn broer vist met een hengel.”
“Pas een snoek van zestig centimeter gevangen.”
“Vissen is saai.”

Toen we uiteindelijk de opdracht maakten, vond de helft ‘vissen’ ook een werkwoord.  Natuurlijk hadden ze gelijk, alleen niet in deze zin. Typisch geval van verkeerd voorbeeld op een verkeerde plaats.
Ik heb het nu over mensen die de rest van hun leven bezig zullen zijn met uitvoerende taken.  Veelal met hun handen gaan werken. Mooie, moeilijke en zware dingen doen.

Hiermee zeg ik niets over die mens. IQ maakt geen goede of slechte mensen. Zelf denk ik wel eens dat ik slim ben. Maar al mijn slimmigheid heeft me niet behoed voor een paar domme keuzes. Het waren juist mijn vmbo-leerlingen die indruk op mij maakten. Op het moment dat gevolgen van foute keuzes zichtbaar werden. En nogal breed uitgemeten werden. Toen het voor mijn directe omgeving al lang oud nieuws was.  Het waren mijn leerlingen die me op één van mijn donkerste momenten verrasten met een cadeau als hart onder de riem. En een bos bloemen. “Voor uw vrouw, want zij kan er helemaal niets aan doen.”

Het zijn inmiddels vrachtwagenchauffeurs, schoonmakers, metselaars en verzorgenden geworden. Ik ben onwijs trots op ze. Verschillende van hen spreek ik nog regelmatig. Ze zijn geworden wat ze toen al waren. Grote mensen.

Eerder gepubliceerd op http://arjanvanessen.blogspot.nl/2017/05/ik-heb-nog-nooit-een-acht-gehaald.html

Arjan van Essen is gehuwd en vader van 2 tieners. Full-time docent op een VMBO-school. Daarnaast als diaken bezig met de plaatselijke vluchtelingenproblematiek.