Beleid, content, Kwaliteit, Leraren, Methodekeuze, onderwijsuitgeverijen, professionaliseren, VO, Werkdruk

Moeten wij ook toe naar een kwaliteitsalliantie voor leermiddelen?

Jan Lepeltak

In Vlaanderen zijn onlangs voorstellen geformuleerd voor leermiddelen om zo de kwaliteit te borgen. Kris van den Branden schreef hier een interessant artikel over. Zie hier.  Onderaan deze tekst worden de Vlaamse kernindicatoren van wat eerst een kwaliteitsalliantie van uitgeverijen, ontwikkelaars, onderwijsverstrekkers (hier bedoelt men naar mag worden gehoopt leraren). Is zo’n alliantie in Nederland zinvol en/of haalbaar?

Ruim 10 jaar geleden vroeg de nog bestaande stichting Ict op School (later ‘opgeslokt’ door Kennisnet) mij om te onderzoeken wat de relatie was tussen de prijs van een leermiddel, de didactische opzet en de rol van ICT in het VO. Dit naar aanleiding van het feit dat de prijs van leermiddelen in het VO toen in vier jaar tijd ca. 25% was gestegen. 

Inmiddels zien we dat in het PO adaptieve reken- taalsystemen steeds vaker worden gebruikt. De penetratie, het gebruik is mij niet bekend, wel blijkt uit een onderzoek van Kennisnet dat veel leerkrachten huiverig staan ten opzichte van dit soort systemen. Het ontneemt volgens sommigen hun de professionele vrijheid en ze hebben het gevoel dat ze de grip verliezen op de leerprocessen van hun leerlingen. 

De vraag is of er in die ruim 10 jaar veel is veranderd en in hoeverre zullen kwaliteitscriteria van invloed zijn op auteurs en uitgeverijen. Uitgeverijen die de laatste 20 jaar veel inhoudelijke kennis hebben geoutsourced. Marketingspecialisten hebben in de directie vaak de rol van inhoudelijke redacteuren en oud-leraren overgenomen. Of zoals een voormalig directielid het ooit tegen mij formuleerde: of je een pakje zeep of een schoolboek moet verkopen, het maakt mij niet uit.

Onder de titel De prijs van vernieuwing schreef ik een uitgebreid rapport. Hierbij een korte samenvatting van mijn bevindingen. Duidelijk was en is dat de grote educatieve uitgeverijen een monopolypositie bezitten en dat het vooral draait om het businessmodel

Door de invoering van computers op school en het gebruik van internet zijn er nieuwe leermiddelen beschikbaar gekomen, maar deze komen nooit voor iets in de plaats, maar altijd als extra naast de bestaande leermiddelen (tekstboeken, werkboekjes, diagnostische toetsen etc.) Hierdoor ontstaat een stapeling van leermiddelen waardoor het hele pakket weer duurder wordt. Een andere oorzaak van de stijgende kosten is de voortdurende onderwijsvernieuwing die een waaier aan verschillende kleine vakken oplevert (bijvoorbeeld in het toenmalige studiehuis). Hoe kleiner een oplage, hoe hoger de prijs van het leermiddel, of het nu om een schoolboek of softwarelicentie gaat.

De praktijk op de scholen 

Het digitale materiaal dat in combinatie met gedrukt materiaal door educatieve uitgevers wordt aangeboden, was en is didactisch meestal vrij traditioneel van aard. Men spreekt dan van substitutie binnen het traditionele onderwijsconcept. Dat concept bestond/bestaat vooral uit allerlei vormen van instructie, gecombineerd met zelfstandig werken. De computer wordt gebruikt voor wat er al op scholen aan toetsing, remediërend onderwijs en oefenen van stof gebeurt. Uit onderzoek van onder meer kennisnet bleek dat ca. 70% van de docenten in het VO vooral behoefte heeft aan aanvullend digitaal materiaal. De uitgevers mikken vooral op aanvullend materiaal waarmee kan worden gedifferentieerd en gepersonaliseerd.
Het gedrukte materiaal moet volgens de meeste leerkrachten full color zijn, met veel illustraties, want dat willen de leerlingen. Van een echte keuze tussen vernieuwend interactief digitaal materiaal aan de ene kant en het huidige boek aangevuld met digitaal materiaal aan de andere kant was en is echter geen sprake. Want echte schoolboekvervangende, spannende programma’s voor het VO waren er niet. De ervaren werkdruk van leraren kwam nauwelijks ter sprake. Het idee om zelf lesmateriaal te maken kwam slechts bij een kleine groep ter sprake.

Veranderende content (van aanbod- naar vraaggestuurd)

In de praktijk blijkt het moeilijk de vicieuze cirkel van een in meerderheid nog traditionele vraag uit het veld en het daarop afgestemde aanbod te doorbreken. Toch is de behoefte aan vernieuwend materiaal groeiende. Inmiddels geeft een derde van de docenten aan wel behoefte te hebben aan meer innovatief materiaal gericht op eigentijds onderwijs. Internet en interactieve multimediale programma’s kunnen voor leerlingen betekenisvolle contexten leveren die actief, eigentijds leren mogelijk maken. Probleem voor de uitgevers is alleen dat binnen het huidige aanbodgestuurde businessmodel het ontwikkelen van materiaal voor deze nog relatief kleine groep commercieel niet haalbaar is. Toch staan ook de educatieve uitgevers open voor experimenten die meer vraaggestuurd van aard zijn, waarbij digitale multimediale content wordt ontwikkeld voor elektronische. Zo bleek uit een vraaggesprek met Joop van Loon, toenmalig directeur van ThiemeMeulenhoff en voorzitter van de GEU (Groep Educatieve Uitgeverijen).

Strategieën voor vernieuwing (scholen die zelf ontwikkelen)

Inzet van ICT kan leermiddelen innovatiever en wellicht goedkoper maken, meende men. Samenwerking tussen scholen is daarbij de sleutel. Ook de educatieve uitgevers stonden open voor ontwikkelexperimenten die vraaggestuurd van aard zijn. Digitale multimediale content wordt ontwikkeld voor elektronische leeromgevingen (elo’s) . Belangrijk is daarbij dat scholen hun behoefte goed kunnen formuleren en er nieuwe samenwerkingsverbanden tussen scholen ontstaan.

We zien inmiddels dat sommige scholen proberen vanuit grote samenwerkingsverbanden de (digitale) contentontwikkeling gezamenlijk aan te pakken, maar de rol van de uitgever is alles behalve uitgespeeld. Het lerarentekort maakt het moeilijk om leraren vrij te maken voor ontwikkelactiviteiten. Daarbij speelt ook de werkdruk een rol. Door middel van freelancecontracten met educatieve uitgevers worden docenten betaald voor hun bijdragen. Maar na 10 jaar zien we dat in het VO nog steeds meer dan 80% van de leraren uitgaan van een methode met aanvulling van elders gevonden of zelf ontwikkeld materiaal. In het PO is dit volgens de laatste gegevens (2017-2018) 63%.

Methoden als Moderne wiskunde, Getal en ruimte of de Geo-(Voorheen de Geo-geordend) zijn al decennia marktleider.  Leraren geven als argument dat men geen tijd heeft om zelf materiaal te maken of de leerstof te arrangeren. Wat ook niet helpt is dat in een meerderheid van de gevallen de schoolleiding en directie beslist welke methodes worden gekozen. In het PO en VO respectievelijk 70% en 65%. Daarbij speelt gezamenlijk inkoopbeleid waarschijnlijk een belangrijke rol. Een deel van het onderzoek (wie beslist over de methodekeuze) is gebaseerd op de antwoorden van directies en schoolleiders. Overigens zijn de leerkrachten overwegend tevreden over de kwaliteit van het gebodene en als ze steun verwachten dan is het vooral van de drie grote uitgeverijen. Hun positie is nog steeds heel sterk.

Heeft het zin blijft om ook in ons land naar de formulering van dit soort kwaliteitscriteria te streven? Van den Branden noemt de volgende kernindicatoren en merkt daarbij wel op dat ze niet in steen gebeiteld zijn.

  • Zijn de doelen (eindtermen/ leerplandoelen) in het door externen aangeboden leermiddel traceerbaar/aantoonbaar? (indicator 1.1)
  • Wordt het inhoudsniveau (het juiste kennisniveau) duidelijk vertaald naar de doelgroep en wordt het gedragsniveau geoperationaliseerd zoals vermeld in de eindterm / het leerplandoel? (indicator 1.5)
  • Krijgen de gebruikers (in voorkomend geval leraren, leerlingen, ouders) achtergrondinformatie bij het concept van de methode (gebaseerd op de gemaakte didactische keuzes)? (indicator 2.2)
  • Houdt het leermiddel rekening met recente ontwikkelingen van de inhouden en de (vak)didactische aanpak,waarvan de effectiviteit is aangetoond? (indicator 2.8)?
  • Zijn er kansen om in gevarieerde contexten en gevarieerde opdrachten de beoogde doelen te oefenen? (indicator 2.41)
  • Is het leermiddel voor iedere gebruiker toegankelijk en aangepast om makkelijk en efficiënt te gebruiken? (indicator 3.1)
  • Is het leermiddel een illustratie van respect voor een diverse samenleving? (indicator 3.10)

bronnen
https://onderzoekonderwijs.net/2022/10/18/betere-leermiddelen-kan-de-kwaliteitsalliantie-een-bijdrage-leveren/
kennisnet – Krassen op het dashboard – De invloed van adaptieve leersystemen op de professionele ruimte van de leerkracht
SLO – Leermiddelenmonitor

Geef een reactie

45 − = 41

Translate »