Beleid, België, Kwaliteit, Onderwijsstelsel, Vlaanderen

Vooruitkijken in onderwijsland, een Vlaamse blik

Johan DeWilde

Prognoses maken is moeilijk. De grootste fout daarbij is wellicht dat we denken dat evoluties lineair verlopen of dat het patroon dat we ontwaren van eergisteren, gisteren en vandaag zich naar morgen zal doorzetten, zoals 4 logischerwijs volgt op 1, 2 en 3. Maar net zo goed hebben we het wel bij het juiste eind met onze voorspelling en wordt 2025 een conflictueus onderwijsjaar in Vlaanderen en Brussel. In dat geval keert de rust niet terug na de grote ambtenarenbetoging van 13 januari, maar gooit die juist vuur op de onvrede die al veel langer sluimert in mijn onderwijsland.  

De betoging onderlijnt ook dat onderwijs geen eiland is. De vakbonden mobiliseerden ambtenaren van alle leeftijden rond de pensioenen, een thema waarvoor de Vlaamse Regering die eind september 2024 de eed aflegde, niet bevoegd is. Het is een zwaar dossier voor de lopende federale regeringsvorming van formateur Bart De Wever, weliswaar een N-VA-partijgenoot van Vlaams minister-president Matthias Diependaele en minister van Onderwijs Zuhal Demir. 

De tienduizenden betogende en stakende leerkrachten en directies geven hiermee impliciet maar volkomen terecht aan dat het federale beleid in belangrijke mate de aantrekkelijkheid van de lerarenloopbaan in de gemeenschappen bepaalt en dus ook de kans dat die laatste regeringen erin zullen slagen om hun grootste prioriteit, het lerarentekort, op te lossen. De vaststelling dat de linkerhand klaarblijkelijk niet weet wat de rechterhand doet om knopen te ontwarren, kan bovendien op twee manieren geïnterpreteerd worden. Naast als een aanstootgevend voorbeeld van dom of slecht bestuur kan het gezien worden als het uitgelokte bewijs dat België niet werkt als federale staat en dat het land maar beter splitst (of net het omgekeerde, dat de unitaire staat België versterkt moet worden ten koste van de gemeenschappen en de gewesten). Onkunde of onwil om op alle niveaus samen een coherent beleid op de lange termijn te voeren, wat is het ergste?

Hoewel de Nederlandse lezer bovenstaande alinea’s als de ver-van-mijn-bed-show kan lezen, is dat minder het geval voor de volgende kijk op de onderwijscontext bij de zuiderburen. Je kan er ook een universeler vraagstuk in lezen, namelijk: waar begint en eindigt onderwijs. Naast een onderwijsdebat over leerdoelen, de geëigende didactische weg ernaartoe en de mate waarin ze bereikt worden, kent ook Nederland een debat over hoe het onderwijs dient om te gaan met de veranderende samenleving waarvan het een deelsysteem is. Armoede, psychische problemen en oorlog in het oosten en zuiden manifesteren zich ook op Nederlandse scholen. Leerkrachten, directies en ander onderwijspersoneel vangen de kinderen op die eronder leiden en verzachten er de effecten van. Waar ieders rol begint en eindigt en hoe we afstemmen met leerlingen, ouders en andere professionals die met hen samenwerken, zal een vraag zijn waarover wij, onderwijsmensen, en onze politici ons in de Nederlanden allemaal zullen buigen in 2025. 

Johan DeWilde is redacteur van KomenskyPost. Hij is als lerarenopleider verbonden aan Odisee hogeschool en lid van Dienst Onderwijs en Kwaliteit. Hij is ook voorzitter van Velov (beroepsvereniging Vlaamse lerarenopleiders).

Geef een reactie

58 − = 54

Translate »