Didactiek, Docenten, Talen, VO

Literatuur en speeddaten met een boekendoos

jos

“Meneer, mag ik de presentatie volgende keer voor de klas doen. Ik heb het gevoel dat ik het nu kan.” Docent Nederlands, Jos de Louw (62 jaar), glundert als hij de woorden van een derdeklasser havo herhaalt. “Kijk, dan hebben we ons doel bereikt. Stap voor stap toewerken naar een goede presentatie en de angst om voor een groep te spreken is weg.”

Jos de Louw, staat al meer dan 40 jaar voor de klas. In 1977 begint hij als onderwijzer in het basisonderwijs en 24 jaar later maakt hij de overstap naar het voortgezet onderwijs. Nadat hij nagenoeg alle basisschoolleerjaren van groep 3 tot en met 8 met heel veel plezier lesgegeven heeft, neemt hij de tijd voor de lang gewenste studie Nederlands en grijpt hij de kans om de overstap te maken naar het Mondriaan College in Oss. Via Twitter en Facebook deelt hij  wat hem bezighoudt in het onderwijs.

Leerlingen lezen toch niet graag?

Die tweet maakt me nieuwsgierig naar een jeugdliteratuurles bij Jos de Louw. Vandaag ben ik te gast bij een eerste klas havo. Ik loop naar de eerste verdieping. deurGrote posters in de volle lengte en breedte van de deuren met daarop teksten zoals Lezen, luisteren en presenteren. Dat kun je leren. Dit is duidelijk de gang van de lokalen waar men Nederlands onderwijst. Ik ben op het Mondriaan College in Oss, de school waar ik twaalf jaar lesgaf tot mijn pensioen. Een school waar je als docent ruimte krijgt, zo is mijn ervaring. Het is vijf minuten voor de leswisseling. Ik mag alvast binnenkomen en  kijk om me heen. Posters met gedichten aan de muur, het digibord met een digtale klok die aangeeft dat er nog één minuut is te gaan, leerlingen die in groepjes van twee elkaar iets uitleggen. Ondanks het feit dat de helft van de klas praat, is er geen sprake van lawaai. Na het signaal van de bel ruimen de leerlingen hun boekendoos op en brengen die naar de berging.

 De boekendoos

Een idee dat Jos via de Faceboekgroep Leraar Nederlands leert kennen is de boekendoos. In een (schoenen)doos verzamelt de leerling tien voorwerpen die een belangrijke rol in het verhaal spelen. Aan elk voorwerp hangt een kaartje, waarop de uitleg staat welke rol het voorwerp in het boek speelt en waarom de leerling vindt dat dit voorwerp belangrijk is voor  het verhaal.
De leerling noteert tien citaten uit het boek waarin het voorwerp genoemd wordt en beschrijft wat dit met het verhaal te maken heeft. De buitenkant van de doos is beplakt met plaatjes die iets zeggen over het boek en de boektitel.

De eerste klas havo haalt de boekendozen uit de berging en leerlingen zoeken een plekje in het lokaal. De docent legt uit wat de bedoeling is van deze les. “Je presenteert de boekendoos aan elkaar en je vertelt welk citaat je gevonden hebt en wat dit met het voorwerp en verhaal te maken heeft. Je krijgt hiervoor twee minuten de tijd. Daarna is de ander aan de beurt. Na vier minuten wisselt één van jullie naar een ander tafeltje.” Op elk tafeltje liggen twee evaluatieformulieren. Voor elke leerling een. Daarop noteren ze een tip en een top over de presentatie. De bedoeling van deze les is om het presenteren in een kleine setting te oefenen en om elkaar te inspireren een boek te lezen.

boekendoosOp het bureau staat een glimmende hotelbel.  De leraar geeft het ding een tik en een kort, helder signaal klinkt als teken dat leerlingen mogen beginnen.  Als hij de digitale klok start, tellen de twee minuten af.   Ik loop langs de tafeltjes en zie prachtige exemplaren. Niet van iedereen, want als na twee minuten de bel gaat als teken dat de eerste sessie voorbij is, hoor ik als tip “Je mag wel iets eerder met de boekendoos beginnen, want het ziet er nog erg uit als een doos.”  Ik moet hem gelijk geven. Maar als top volgt dan “Je hebt het goed verteld”.   Andere tips die voorbij komen “Je moet iets vloeiender praten”. Of “Iets meer vertellen in plaats van voorlezen”.  De tops die men opschrijft “Je maakt goed oogcontact” en “Je hebt het heel mooi uitgelegd. Het lijkt me een mooi boek”.

Jos geeft na de eerste ronde de klas een compliment: “De wissel verliep heel soepel. Goed gedaan”. Verder geeft hij aan om vooral de tips mee te nemen naar de volgende ronde, zodat ze daarmee al kunnen oefenen. Na de vierde wissel constateer ik dat een aantal leerlingen al met meer flair presenteert. Met een zwierig armgebaar gaat de deksel van de doos omhoog en ik bespeur ook trots op de gezichten: hoofd omhoog en een brede lach. Dat laatste kan niet anders, want als je al drie keer gehoord hebt, dat je zo’n prachtige boekendoos hebt gemaakt dan mag je dat uitstralen.

Feedback met behulp van rubrics

Opvallend is ook nu dat leerlingen rustig praten. De groep is niet zo groot, 22 leerlingen, maar toch. De sfeer is prettig. Leerlingen luisteren met aandacht en hebben hun focus op datgene wat hun medeleerling vertelt tijdens de speeddate. Zodra een doos opengaat,  merk ik een  nieuwsgierige houding. De rug wat rechter, de blik eerst gericht in de doos en  dan verwachtingsvol naar de maker of maakster. Inge,  volgens Jos een verlegen meisje, vertelt met een glimlach haar verhaal.  Al wijzen haar rode konen wellicht niet enkel op de inspanning. “Speeddaten is een veilige situatie om te leren presenteren”, vervolgt Jos. “We gebruik voor alle vakken rubrics om het presenteren onder de knie te krijgen. Leerlingen hebben een overzicht in hun digitale portfolio. De volgende les gaan ze dit bijwerken. Nu hebben ze feedback gekregen van medeleerlingen en dat helpt hen telkens een stapje verder te komen.” Een handig hulpmiddel. Hij laat mij de overzichtskaart met rubrics zien.  Zo lees ik bij ‘interactie met het publiek’ – Ik kijk mijn publiek niet aan; ik maak geen oogcontact. En dat dit wel of juist niet gebeurt, lees ik terug op een evaluatieformulier.

“Meneer, u heeft de klok niet aangezet!” Oei, er is ook zoveel over deze les te vertellen. Tijd voor de laatste ronde! Maar nog niet voor deze docent, die nog met veel plezier en nieuwe ideeën les blijft geven.

Jos de Louw is via Twitter te volgen @josdelouw

Door Ankie Cuijpers

  1. Paul Jansen

    Ik heb in mijn jeugd veel gelezen, eigenlijk alles wat los en vast zat. Minstens twee keer per week naar de bibliotheek want je mocht maar twee boeken tegelijk in bezit hebben. Maar ik ben ook een snellezer. Ik lees niet hardop in mezelf (zoals anderen doen, heb ik gemerkt), ik verklank de teksten en namen niet maar ik glijd over de bladzijden, anders kan ik het niet omschrijven. Ik lees een boek zoals je kunt luisteren naar muziek. Niet noot voor noot, maar laat je onderdompelen en meeslepen door het hele stuk. Ik lees nu nog een roman zoals De heilige Rita met 80 pag. per uur. Dat betekent wel dat ik vaak de naam van de hoofdpersoon vergeten ben op het moment dat ik het boek sluit na de laatste bladzijde. Maar wel ben ik ondergedompeld in de sfeer van een goed boek zoals ‘100 jaar eenzaamheid’ of ‘Stoner’.
    In mijn middelbare schooltijd, eind 50-er jaren was het gelukkig voldoende als je wat kon vertellen over de boeken die je voor je lijst gelezen had. Daarna zijn de vragenlijsten en analysemodellen gekomen die leerlingen nu moeten gebruiken als ze een boek hebben gelezen. Ik denk dat die dodelijk zouden zijn geweest voor mijn leesplezier. De analyse is dodelijk voor het geheel, wat mij betreft. En wordt het huidige leesonderwijs niet beheerst door deze analysedwang? Een leesdoos, hoe verzin je het.

    • admin

      Lezen is interpreteren en daar hoort analyse (een groot woord) bij. Ook als je een thriller of detective leest. Waarom zijn de boeken van Hanning Mankell zou goed? Daar mag je gewoon van genieten, maar het is toch leuk als je de kwaliteit enigszins kunt benoemen. Lezen en interpreteren horen bij elkaar zo als rekenen bij wiskunde. Of wiskunde bij natuurkunde, zo je wilt. Veel leesplezier Paul, gr. Jan

Leave a Reply

Thema door Anders Norén