‘Passend onderwijs faalt en het geduld met minister Slob raakt op,’ kopte EenVandaag op 11 mei. Deze mededeling komt niet bepaald als een donderslag bij heldere hemel. Bij de invoering van passend onderwijs in augustus 2014 konden we al voorspellen dat een soortgelijk bericht vroeg of laat zou verschijnen.

Dit is overigens niet de eerste keer dat het falen van het passend onderwijs wordt aangekaart. In de afgelopen vijf jaar is er geregeld geschreven over de problemen rondom passend onderwijs. De Onderwijsraad publiceerde zowel in december 2016 als mei 2018 adviezen over passend onderwijs, waarin aandachtpunten benoemd werden. Verschillende media berichten over de praktijk van passend onderwijs voor leerlingen en ouders. Leraren doen hun verhaal, maar ook Tweede Kamerleden maken zich grote zorgen. Minister Slob geeft aan de eindevaluatie van volgend jaar af te willen wachten voordat hij de wet eventueel wil aanpassen. Het feit dat de minister niet direct actie wil ondernemen vind ik een schoffering van alle kinderen die nu niet het onderwijs krijgen dat zij nodig hebben. De situatie van passend onderwijs wordt niet plotseling beter gedurende het aankomende jaar. Er zou gekeken moeten worden naar mogelijkheden die er nu al zijn om verbeteringen te realiseren.

Het klonk allemaal zo mooi, dat passend onderwijs. Kinderen zo veel mogelijk samen naar school, minder thuiszitters en meer onderwijs dat past bij de behoeften van het kind. Helaas sluit het beleid vanuit Den Haag ook nu weer niet aan bij de realiteit in scholen. Het resultaat van vijf jaar passend onderwijs: meer leerlingen die speciaal onderwijs volgen én meer thuiszitters. Hoe komt het dat na vijf jaar juist het tegenovergestelde bereikt is met passend onderwijs?

EenVandaag laat twee voorbeelden zien waarin de school niet aan de behoeftes van een kind kan voorzien. Noch de Inspectie van het Onderwijs, noch het ministerie van OCW heeft ingegrepen. De ouders in de uitzending van afgelopen zaterdag hebben hun kind naar het particulier onderwijs gestuurd. Maar liefst € 30.000 kost het de ouders om hun kind onderwijs te laten volgen. Ondertussen is onderwijs een mensenrecht, geen luxeproduct. Onderwijs moet toegankelijk zijn voor elk kind. Goed onderwijs moet, voor iedereen.

De reportage van EenVandaag laat de kant van leerling en ouders zien. Van belang is ook het perspectief van de leraar, mijn perspectief. Dagelijks heb ik te maken met de gevolgen van de invoering van passend onderwijs. In de toch al overvolle klassen zitten kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, ondersteuning die ik als leraar te vaak niet kan bieden. Soms, omdat het mij aan tijd ontbreekt. Soms, omdat het mij aan expertise ontbreekt. In mijn opleiding heb ik geleerd hoe ik kinderen de Franse taal bij moet brengen. Ik weet veel over grammatica, literatuur en taalverwerving. Ik heb geleerd hoe ik lessen op moet bouwen, uitleg kan geven en orde kan houden. Als onderwijsprofessional beschik ik wel over wat basisvaardigheden voor het begeleiden van leerlingen die iets meer ondersteuning nodig hebben. Dit is echter niet voldoende voor de ondersteuningsbehoeften van sommige leerlingen, die ik wel in de klas krijg. De dagelijkse praktijk vraagt meer van mij als leraar dan waar ik op voorbereid was. Natuurlijk doen wij leraren alles binnen onze macht om elk kind het onderwijs te geven waar hij/zij recht op heeft, maar dit kunnen wij niet alleen. Naast extra ondersteuning voor de leerling is ook ondersteuning voor leraren essentieel om goed en potentieel passend onderwijs te kunnen garanderen.

De invoering van passend onderwijs heeft tevens gezorgd voor een grotere administratieve druk voor leraren. Om het onderwijs voor leerlingen passend te maken dient de leraar, in samenwerking met een IB’er of zorgcoördinator, eerst een handelingsplan op te stellen. Daarnaast wordt van leraren verwacht dat voortgang uitgebreid gedocumenteerd wordt. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de vele contacten met verschillende zorgverleners en ouders. Deze administratieve rompslomp zorgt voor een hogere werkdruk bij leraren. Deze hoge werkdruk is zeer geregeld aangekaart vanuit het onderwijsveld en oorzaak van ons ‘kampioenschap burn-out’.

Het Algemeen Dagblad publiceerde zondag een stuk over de Schotse variant van passend onderwijs. In Schotland is men al een stuk verder met inclusiever onderwijs dan wij hier in Nederland. Alleen extreme gevallen gaan daar naar het speciaal onderwijs. “De sleutel ligt grotendeels bij de hulp die leraren krijgen,” schrijft Van Gaalen. Alle leraren en onderwijsassistenten weten hoe ze met leerlingen om moeten gaan. Let op: assistenten… meervoud! Vergelijk dat met de situatie in ons land, waar de gemiddelde leraar in de regel geen of heel misschien één onderwijsassistent in de klas heeft. Tel daarbij op dat het aantal leerlingen in de klas niet rond de 30 ligt, maar dat het er slechts 23 zijn.

Toch is het budget van de Schotten te vergelijken met dat van ons. Alleen heeft men daar geen ingewikkelde constructie van samenwerkingsverbanden, waar veel geld blijft hangen dat te vaak niet terecht komt in de klas. Samenwerkingsverbanden hebben nog miljoenen op de plank liggen, terwijl te veel kinderen thuiszitten en niet de ondersteuning en het onderwijs krijgen waar zij recht op hebben. Hoe effectief is deze tussenlaag tussen onderwijs en zorg dan eigenlijk? Ik ken zelfs een voorbeeld van een schoolleiding die geld van het samenwerkingsverband inzet om andere gaten in de begroting te dichten. Het lijkt erop dat deze tussenlaag zorgt voor meer bureaucratie en minder zorg voor leerlingen. Dat is de omgekeerde wereld.

Wat is er dan nodig om het passend onderwijs wel te laten slagen? Houd u vast!

  • Extra handen in de klas.
  • Passende nascholing voor leraren.
  • Adequate facilitering in tijd en geld voor deze nascholing.
  • Beter toezicht op de uitvoering van passend onderwijs op scholen vanuit de Inspectie en het ministerie. Ingrijpen door de Inspectie en het ministerie van OCW wanneer een school de zorgplicht niet nakomt.
  • Minder administratieve lasten rondom leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften.
  • Een directere organisatie van ondersteuning voor leerlingen, dus niet via geld opslurpende samenwerkingsverbanden.
  • En, uiteindelijk komt het toch weer uit op: geld. Er is meer geld nodig om écht passend onderwijs te kunnen geven. Dit geld zal geïnvesteerd moeten worden door ons kabinet. Investeren in onderwijs is investeren in de toekomst.

Meneer Rutte, meneer Hoekstra, meneer Slob, waar wacht u nog op?

img_2736-klein2zw

 

Kim van Strien

lerares Frans

en

initiatiefnemer VO in actie