Wilfred Rubens

Eerlijk gezegd heb ik nooit een echt vakantiebaantje gehad. Maar ik heb wel verschillende jaren gewerkt als vrijwilliger. In mijn jonge jaren ben ik namelijk lid geweest van Scouting. Van welp tot staflid.

Als staflid heb ik diverse kampen mee helpen voorbereiden, begeleiden en afhandelen. Maanden van tevoren gingen we op zoek naar een geschikte locatie. Daarbij stelden we niet veel eisen. Een toilet bouwden we indien nodig zelf. Dat noemden we een HUDO: Houd Uw Darmen Open. Het was een kuil in de grond, met een tentdoek er om heen. Was de kuil vol, dan groef je een nieuwe kuil. Douches hadden we ook niet nodig. Halverwege de week gingen we namelijk zwemmen.

Je bedacht samen met de stafleden een thema (bijvoorbeed Asterix en Obelix) en bijbehorende activiteiten zoals speurtochten, droppings en sportmiddagen. De weken voorafgaand aan het kamp was je druk met het controleren en klaarleggen van het materiaal. Een paar dagen voor de kinderen kwamen, vertrok een aantal stafleden naar het kampterrein om een en ander in te richten. Dat inrichten -denk aan het maken van een vlaggenmast en het uitzetten van speurtochten- ging vaak gepaard met de nodige drank.

Tijdens het kamp maakte je lange dagen. Je stond vroeg op en ging pas uren later dan de kinderen naar bed (onder het genot van menig pilsje werd de dag geëvalueerd).

We deden ook dingen waarvan ik me afvraag, of ze vandaag de dag nog geaccepteerd zouden worden

We deden ook dingen waarvan ik me afvraag, of ze vandaag de dag nog geaccepteerd zouden worden: Als zestienjarig staflid bier drinken – overigens niet in het bijzijn van kinderen – terwijl ik mede verantwoordelijk was voor tientallen kinderen. Tienjarigen die we met dolken stokken lieten bewerken. Groepen kinderen van 7-11 jaar die met alleen een routebeschrijving uren lang door een vreemd gebied dwaalden. Twee jongens staan tegenover elkaar en gooien hun dolk naast de voet van de ander waarna deze zijn voet moest verzetten, totdat de ander niet meer in spreidstand kan blijven staan.

Een aantal zaken die mij ook van die periode zijn bijgebleven:

Ouders bemoeiden zich die week nergens mee. Kinderen stuurden één keer per week een ansichtkaart. Er was alleen contact bij een ernstige vorm van heimwee, wat zelden voorkwam. Je werkte intensief samen met een zeer divers team. Er was sprake van een duidelijke taakverdeling. Eén persoon was eindverantwoordelijk. Conflicten en onenigheden werden via gesprekken snel uit de wereld geholpen. Zowel tussen volwassen stafleden als kinderen. Je deed dingen die vandaag de dag wellicht als ’te risicovol’ werden beschouwd. Er gebeurden echter nauwelijks ongelukken (behalve het oplopen van schrammen en bulten). Kinderen hadden veel plezier, met eenvoudige activiteiten. Voor veel kinderen was deze week de enige vakantie. Er zijn vriendschappen voor het leven gesloten. Ik kan me niet herinneren dat we te maken hadden met veel allergieën. Er waren wel kinderen die bepaalde zaken niet lusten. Maar verder werd gegeten wat de pot schaftte.

Er waren kinderen die medicijnen gebruikten, bijvoorbeeld voor astma.  Maar verder was er weinig bijzonders. Eén keer moesten we rekening houden met een scheidingsgeval. Vader had gedreigd het kind op te komen halen (is niet gebeurd). Er waren ook kinderen waarvan ik me achteraf realiseer dat zij psychische of gedragsproblemen hadden. Toen waren we ons daar niet van bewust. We zijn daar ongetwijfeld niet goed mee omgegaan. Een voorbeeld is Steven -niet zijn echte naam- een zeer drukke jongen die ook heel veel schold. Hij heeft daarvoor regelmatig straf gekregen.

Je verdiende geen geld hiermee, maar je deed er wel rijke ervaringen mee op.

wirWilfred Rubens is onderwijsexpert en zelfstandig adviseur ICT en leren. Zijn blog: http://www.te-learning.nl/blog/ .