Jan Lepeltak
vs 15/3/2020

In dit blog wat praktische ideeën om je te helpen wanneer je met je leerlingen die niet op school zijn aan de gang wilt gaan. Ze zijn algemeen en content en tool-onafhankelijk. Ankie Cuijpers wees mij ook op een mooi blog (Tessable) van een Nederlandse lerares in Beijing die al meer dan een maand lesgeeft aan haar leerlingen die niet op school zijn. Handig op klasniveau https://www.tessable.com/het-coronavirus-online-lesgeven/.
De Alan Turing school heeft een praktisch plan gemaakt voor als de school dicht gaat. Deze zogenoemde kwaliteitskaart Noodplan Coronavirus is op internet te vinden www.enigmaonderwijs.nl . Mooi al deze niet-commerciële initiatieven om kennis en ervaring te delen.

Begin deze eeuw experimenteerden wij bij de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden in het gebruiken van digitale online-middelen op de Waddeneilanden. We noemden het project de Waddencampus. Op de Friese Waddeneilanden bestond op de kleine VO-scholen voor een aantal vakken al een lerarentekort. Hierbij werden leerlingen van kleine scholen verbonden.

De lessen die wij hebben geleerd vormen de basis van onderstaande tips. Het grote voordeel is dat beschikbaarheid van digitale communicatiemogelijkheden in de laatste twintig jaar enorm is toegenomen.

Onze ervaringen, en met name het werk van e-learningpionier prof. Gilly Salmon, vormen de basis van de tips. Haar werk is direct te gebruiken en goed leesbaar.

Uitgangspunten

  • Leren is een sociale activiteit
  • Skype, whatsapp, facetime, Zoom of Skype zijn heel handig en gratis voorhanden. Afhankelijk van de gebruikte versie kun je met 4 tot 50 personen deelnemen. 
  • Het belang en nut van samenwerkend leren is onomstreden. Gebruik je de computer erbij, dan noemen we het Computer Supported Collaborative Learning (CSCL). Daar gaat het hier om.
  • De sociale component bij E-learning is een voorwaarde voor succes. De (leer)groepjes moeten een veilige omgeving ervaren net zoals in de klas. Dat lukt niet altijd voor iedereen. Wees daarom ook alert op digitaal pestgedrag en maak afspraken (bijvoorbeeld al dan niet anoniem melden).
  • De leraar blijft leraar en soms of vaak zal EDI nodig zijn. Maar de docent heeft nu vooral ook de mentorrol.
  • Probeer enerzijds zoveel mogelijk bij je gebruikte leermiddelen te blijven.
  • Valkuil is anderzijds in de opzet en uitvoering je gewone lessen te draaien maar dan online met een camera erop. Dat gaat niet werken.
  1. Bespreek in het team of sectie de aanpak. Laat je inspireren door
    het 5 stappen plan Salmon. Met name stap 1 is een belangrijke voor bijvoorbeeld de ICT-coördinator.
  2. Aandacht voor CSCL, EDI (voor aanvankelijk en technisch lezen) en Flipping the classroom. Wie doet wat? Wie coördineert een en ander (bijvoorbeeld een docent samen met de ICT-coördinator)? Wie maken Flipping the classroom filmpjes? Korte instructiefimpjes met uitleg. Betrek eventueel enkele digitale hulpmoeders/-vaders bij het project. Organiseer een startmoment met alle betrokkenen. Maak voor elke dag een evaluatieformuliertje.
  3. Inventariseer (discreet) de beschikbare hard- en software en van internet bij je leerlingen thuis. Als kinderen geen aansluiting hebben thuis bedenk dan oplossingen bij vriendjes of de bibliotheek. 
    Maak een keuze, bijvoorbeeld voor de kernvakken taal en rekenen (wiskunde) in de basisschool. Inventariseer de beschikbare kwaliteitssoftware, zoals Rekentuin en taaltuin, voor het PO en doe het zelfde voor het VO.
  4. Formeer groepjes van 4 a 5 leerlingen. We noemen het leergroepjes (LG). In groepjes zullen ze van huis uit samenwerken en aan CSCL doen. In de virtuele groepjes kunnen leerlingen vanuit huis samen werken of per groepje wisselend bij iemand thuis. De hulpmoeders/-oma’s, -vaders kunnen een nuttige bijdrage leveren.
  5. Formuleer opdrachten. Zeker niet alleen huiswerkachtig, maar ook leuke opdrachten zoals: wat is het favoriete object op mijn kamer etc. Dit om de groepsbinding te verstevigen (sparks bij Salmon). Er moet interactie ontstaan op basis van vertrouwen, wederzijdse kennis, interesse en respect. Daartoe kunnen verschillende opdrachten worden gegeven die een persoonlijk karakter hadden.
  6. Laat elke (oudere) leerling en/of ouder een dagelijks logboekje bijhouden over de activiteiten. 
  7. Maak een afsprakenrooster voor contactmomenten van jou als docent met elke LG. Bijvoorbeeld 1x per dag per groep en ook voor (live) EDI (spelling, rekeninstructie) en Flipping the classroom
  8. Bespreek 1x per week in het team de voortgang. Lessons to be learned. Natuurlijk gaat niet alles op rolletjes. Leerlingen zullen ook buiten de lestijd contact hebben met elkaar.
  9. Wissel ook ervaringen uit met collega’s van andere scholen. Lees je verder in in bijvoorbeeld Salmon.
  1. 10. Zoek aansluiting bij je buurt. Gebruik allerlei soorten deskundigheid bij ouders en breng dat in waar mogelijk. Dit kan via video-interviews/vlogs etc. Vorm eventueel wat Etienne Wenger noemde Communities of practice (COP).

Literatuur:

Salmon, Gilly. E-moderatingThe Key to teaching and learning online. London 2000 en 2003. 

Salmon, Gilly. Etivities. London 2003

Etiënne Wenger. Communities of Practice. Learning, Meaning and Identity. 14e dr. New York 2006.