De afgelopen periode hebben de meeste leraren op de een of andere wijze ervaring moeten  opdoen met afstandsonderwijs. Nu de basisscholen weer voor een deel open gaan zal het onderwijs een mengvorm worden van gewoon lesgeven en e-learning; men spreekt dan ook van blended learning. 
De vraag is hoe je snel van je eigen vernieuwingen kunt leren en zo je onderwijs
kunt verbeteren? Al enkele decennia wordt buiten het onderwijs aktieonderzoek toegepast. Ingenieurs, industrieel ontwerpers en militairen, maar ook steeds meer ‘onderwijsmakers’ hanteren de principes van Action Research (AR) in hun werk. Inmiddels maakt praktijkonderzoek bij veel opleidingen deel uit van het leerplan. We vroegen Dr. Daan Andriessen, expert en auteur, uit te leggen wat AR voor leraren kan betekenen. (JL)

Daan Andriessen

Lector Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek, Hogeschool Utrecht

Naast het zoveel mogelijk benutten van de beschikbare kennis is het goed om als team systematisch zelf te leren wat wel en niet werkt en dit met elkaar te delen. Dit vereist regelmatig reflecteren en inzichten uitwisselen. Je zou dit praktijkonderzoek kunnen noemen. Het wordt ook wel actieonderzoek (AR van Action research) genoemd, omdat het onderzoek is dat je zelf doet in je eigen praktijk tijdens ‘de actie’, waarbij je doel is het je handelen te verbeteren en tegelijkertijd inzichten te verzamelen over dat handelen. Daarbij gaat actieonderzoek verder dan alleen regelmatig reflecteren. Doel van actieonderzoek is ook om uiteindelijk kennis te ontwikkelen waar anderen, buiten het eigen team, ook baat bij kunnen hebben.

Wat zijn de uitgangspunten en basisprincipes van AR?

Uitgangspunt van actieonderzoek is dat je handelen en onderzoeken combineert. Dit zijn dus niet twee gescheiden dingen, maar je doet ze tegelijkertijd door systematisch te reflecteren op je onderwijs. Het werkt het beste als je dit met je team gezamenlijk doet, zodat je inzichten kan combineren en van elkaar kan leren. Traditioneel begint onderzoek met het formuleren van een vraag. Bij actieonderzoek kan je echter bij iedere stap beginnen. Bijvoorbeeld bij de ervaring die je hebt in je eigen afstandsonderwijs (zie figuur 1): een les die niet lekker liep of juist heel goed of een leerling die je voor je gevoel niet goed hebt kunnen ondersteunen.

Deze ervaring, die niet alleen cognitief is maar die ook gevoelens en lichamelijke ervaringen met zich mee brengt kan je gebruiken door op te reflecteren: een proces van proberen te beschrijven (in taal, beeld of zelfs muziek) en proberen te duiden (wat gebeurde er, wat voelde ik daarbij, hoe kan ik het duiden, wat zijn mogelijke verklaringen waarom het gebeurde etc.). Dit kan je nieuwe inzichten geven over wat er daadwerkelijk allemaal speelt bij blended learning. Op basis daarvan kan je proberen het de volgende keer weer iets anders te doen. 

De onderwijskundigen herkennen in dit proces niets meer en niets minder dan de leercirkel van Kolb. Actieonderzoek gaat daarna nog een stukje verder. Een belangrijk uitgangspunt van actieonderzoek is dat het doel ook is om kennis te ontwikkelen die voor anderen buiten het team ook nuttig is. Onderliggend hieraan is het idee dat professionals in de praktijk voortdurend hele waardevolle ervaringen opdoen en dingen leren waar anderen onvoldoende van profiteren. Heel veel in de praktijk van het onderwijs geleerde lessen vervliegen en dat is zonde.

Figuur 1

Waarom is het cyclische karakter zo belangrijk bij AR?

Dit is een cyclisch proces omdat een van de uitgangspunten is dat zoiets complex als blended learning niet allemaal van tevoren te plannen en voorspellen is. Dergelijke complexe kwesties zijn gebaat bij een opeenvolgend proces van uitproberen en reflecteren zodat stukje bij beetje inzicht ontstaat in 1) wat er bij blended learning precies allemaal speelt (inzicht in de praktijkkwestie), 2) wat je allemaal zou kunnen doen in specifieke situaties om het te verbeteren (inzicht in mogelijke interventies), 3) welke effecten dat handelen allemaal heeft (inzicht in de ervaringen van leraar en leerling) en 4) wanneer de interventie wel en niet werkt en waarom die werkt (reflectie op de interventie). ‘Falen’ is daarbij niet erg, zolang er maar van wordt geleerd. 

Inzichten ontstaan dus al experimenterend. Dit is ook een verschil met veel traditioneel onderzoek waarin inzichten ontstaan na analyse van grote hoeveelheden verzamelde data. Zoals gezegd is het doel van actieonderzoek hierbij kennis te ontwikkelen die ook nuttig is voor anderen. We hebben het daarbij niet zozeer over kennis die generaliseerbaar is. In actieonderzoek is men vrij sceptisch over de mogelijkheid om algemene uitspraken te doen die voor alle leersituaties geldig zijn. Het streven is te komen tot transfereerbare kennis. Kennis over hoe je kan handelen in problematische situaties van blended learning waarbij de gebruiker van die kennis de eigen ervaringen, kennis en professionaliteit gebruikt om deze adviezen op maat te maken voor de eigen situatie.

Om te komen tot transfereerbare kennis zijn nog twee tussen stappen nodig. De eerste is om op basis van de reflectie en de inzichten die daar uit komen je af te vragen: op welke vraag die een andere leraar zou kunnen hebben is dit een antwoord? Waarbij inzichten antwoorden kunnen zijn op meerdere vragen. Bij deze vorm van actieonderzoek ontstaan de vragen die beantwoord worden, dus onderweg. in plaats dat ze van tevoren worden bedacht. De tweede stap is om die vragen vervolgens ook te beantwoorden op een manier die anderen (die er niet bij zijn geweest) kunnen begrijpen. De volledige cyclus is weergegeven in figuur 2.

Hoe zou je AR in je eigen praktijk kunnen gebruiken?

Deze wijze van werken kan op twee niveaus worden gebruikt. Leraren kunnen individueel regelmatig reflecteren op hun ervaringen en daarnaast zou dit ook periodiek in het team kunnen gebeuren. Verschillende werkvormen kunnen daarbij ondersteunen

Het maken van fieldnotes

Dit instrument komt uit de antropologie en wordt door onderzoekers gebruikt om ervaringen vast te leggen en op te reflecteren. Het idee is dat je na een ervaring met blended learning – die op de een of andere manier je raakte omdat er iets gebeurde, het niet goed ging, of juist heel goed – deze ervaring in drie stappen opschrijft. 

  1. Stap 1 is het beschrijven van de situatie: wie waren erbij betrokken, waar zat je, wat was het doel van de bijeenkomst, van welk groter geheel was het een onderdeel, welke activiteiten vonden plaats en welke handelingen, hoe lang duurde het, welke emoties waren merkbaar, welke zintuigelijke impressies riep het op etc.?
  2. Stap 2 is het beschrijven wat er gebeurde (het narratief). Kern van een narratieve beschrijving is dat je er een echt verhaal van maakt, waardoor een lezer meegenomen wordt in de activiteit, de ontmoeting, de bijeenkomst. Schrijf het zo op, zoals jij het in jouw ogen zag gebeuren.
  3. Stap 3 is de reflectie hierop. Het idee is dat je met je reflectie de praktijk, het onderzoek en jezelf verder brengt. Probeer je punten van reflectie helder te structureren en zoek de koppeling met theorie. Probeer de reflecties ook te koppelen aan vragen waarop ze een antwoord zouden kunnen zijn.

Een format voor een fieldnote vindt je hier: https://www.musework.nl/nl/page/5487/fieldnote-voor-muzisch-onderzoek

Maken van een tien-punts reflectie

Een andere vorm van reflectie is de zogenaamde 10-puntsreflectie. Meer informatie op: https://www.musework.nl/nl/10-puntsreflectie. Voor deze reflectie en voor de vorige geldt dat het heel goed werkt om ze te delen met je teamgenoten en er dan in een bijeenkomst gezamenlijke inzichten uit te halen zoals beschreven in figuur 2.

Doen van een After Action Review

Deze vorm van reflectie komt uit het Amerikaanse leger en is heel geschikt om met een team als geheel te doen. Een After Action Review kent vijf kernvragen[1]:

  1. Wat was het plan. Dus wat was de bedoeling van de blended learning activiteit en welke leeractiviteiten had je jezelf voorgenomen?
  2. Wat is er werkelijk gebeurd? Hierbij reconstrueer je een tijdlijn. Verschil met stap 2 uit de fieldnote is, dat je hier momenten uitkiest waar je trots op was of welke de grootste tegenvallers, teleurstellingen of problemen opleverden.
  3. Waarom gebeurde het? Deze stap ontbreekt bij de vorige twee vormen, maar is wel heel belangrijk. Het gaat om de vraag wat de oorzaken waren van enerzijds eventuele problemen, maar ook anderzijds van successen. In onderzoek noemen ze dat laatste ook wel de ‘werkzame mechanismen’. Als je transfereerbare kennis wilt ontwikkelen is het voor de ontvangers van die kennis belangrijk te begrijpen waarom een bepaalde manier van lesgeven werkt, wat de werkzame ingrediënten of mechanismen zijn. Dit maakt het mogelijk voor de gebruiker van deze kennis om de aanpak aan te passen aan de eigen situatie en tegelijkertijd toch de werkzaamheid in stand te houden.
  4. Wat kunnen wij als team van deze ervaringen leren? Het gaat er hierbij om te kijken welke inzichten je zelf, maar ook andere leraren de volgende keer weer zou kunnen gebruiken. Het kan zowel gaan om wat er wel werkte als om wat er niet werkte.
  5. Zijn er eventuele leerpunten die je met anderen zou willen delen? Welke inzichten zijn niet alleen waardevol voor het eigen team en de eigen situatie maar zijn transfereerbaar naar andere scholen?

Als je in je eigen praktijk aan de slag gaat met AR, waar moet je dan op letten?

Actieonderzoek is een vorm van onderzoek waarin niet alleen het cognitieve belangrijk is. Het gaat om het vastpakken van rijke ervaringen in onderwijs en daarbij speelt ook een rol hoe betrokkenen zich voelen en welke fysieke ervaringen ze hebben. Besteed daar ook aandacht aan in je observaties en beschrijvingen. Het gaat ook om het mobiliseren van de ‘verborgen kennis’. Leraren weten meer dan ze vertellen. Probeer bij het reflecteren ook dat verborgen weten naar boven te halen. Dat in je eentje doen is vaak heel lastig. Wat je kan doen is je door een collega laten bevragen over een ervaring waarbij de collega alleen maar open neutrale vragen stelt. Ook in het transfereren van kennis naar anderen speelt dit een rol. Zo zegt een plaatje meer dan 1000 woorden en kan het toevoegen van foto’s, sfeerimpressies en zelfs gedichten helpen om de lezer te inspireren en aan te zetten tot anders lesgeven. 

Tot slot is er nog een olifant in de kamer waar ik het nog niet over heb gehad. Leraren hebben in de praktijk helemaal geen tijd om zich hiermee bezig te houden. Deze tegenwerping doet mij altijd denken aan de fabel van de houthakker die het zo druk had met houthakken dat hij geen tijd had om zijn bijl te slijpen. Inderdaad zal actieonderzoek niet direct helpen om de branden van de dagelijkse praktijk te blussen, maar wel om branden in de toekomst te voorkomen.

Aktie-onderzoek kort praktisch samengevat

  1. Gebruik een logboek waarin je per dag of week de volgende notities maakt en deelt met je collega’s (field notes)
  2. Vat je concrete leerdoelen per les(sen) of opdrachten voor de week kort samen.
  3. Geef aan hoe je het leerresultaat bij je leerlingen en het blended-learning proces evalueert. Wat ging goed en wat minder en waarom? 
  4. Probeer minstens 1 x per week aan AAR (After Action Review) voorafgaand aan de vrijmibo bijvoorbeeld, waarin je je logboekervaringen deelt.
  5. Probeer het cyclische schema in te vullen en de verbeterpunten te benoemen voordat je de 2e cyclus ingaat.

[1] https://www.brandweer.nl/media/1197/factsheet_after_action_review.pdf

Daan Andriessen