KomenskyPost info, Reisverhalen, Vakantieverhalen, Zomerverhalen

‘Les Fleurs du mal’

Haye van der Werf

Zomer 1963 (16 jaar).
Op uitnodiging van schoolvriendje Leo gaan we vier weken naar zijn heeroom (pastoor) in het Normandische plaatsje Béthancourt-sur-Mer. De heeroom zal ons ophalen in zijn Deux Chevaux. We kamperen in de tuin van de pastorie en er komen er ook nog tien jongens van het Petrus Canisius in Nijmegen. Doel is het bouwen van een ‘Maison de la Jeunesse’.

Op de dag van vertrek brengt mijn vader mij, met plunjezak, naar Leo’s huis, maakt kennis met de pastoor, fluistert mij toe ‘Gedraag je!’ en geeft mij over aan de Curé. Deze is zwaarlijvig, gekleed in een zwarte soutane. Ik installeer me op de achterbank achter de pastoor. Had ik beter niet kunnen doen. Zijn gewicht en de doorzakkende bestuurdersstoel zetten me volledig klem. Te verlegen om er iets van te zeggen. Kramp dus vanaf Breda. In één dag leggen we de afstand naar Frankrijk af (584 km). Nauwelijks snelwegen; in België veel stoplichten en één stop voor de meegenomen boterhammen.

De volgende dag arriveren de collega’s uit Nijmegen en inspecteren we de bouwplaats. Een hand-aangedreven betonmolen, zakken cement en zand en ijzeren vormen om zogenaamde H-blokken te fabriceren die in de zon moeten drogen. Het is hard werken, maar ’s avonds vermaken we ons met de lokale jeugd.

Het blijkt dat de pastoor een deal heeft gesloten met de plaatselijke slotenfabrikant Debaurain. De komende vier weken eten we ’s middags en ’s avonds, individueel, ten huize van in de fabriek werkende arbeiders. Op zondag dineren we met zijn allen op het kasteel van de familie Debaurain, midden in het dorp.

Zondags na het middagdiner verkennen we, in vier traction avants en een splinternieuwe DS van de Debaurains, de omgeving en bezoeken landerijen van de familie. In de plaatselijke bioscoop zien we de film “L’Auberge du sixième bonheur” (Ingrid Bergman). Tijdens die film ontmoet ik Mireille Lefèvre, 16 jaar, uit Parijs en logerend bij haar grootouders. Dagen daarna zitten we af en toe hand-in-hand en wisselen adressen uit.

Na vier weken brengt de pastoor Leo en mij naar het station in Amiens en vertrekken we per trein huiswaarts. 

1963 – 1967
Vervolgens starten Mireille en ik een onregelmatige correspondentie. We wisselen gegevens uit over school, lievelingsmuziek en sportieve prestaties. Zij atletiek, ik hockey.
Na een jaar schrijft ze over haar vakantie in Béthancourt en stuurt me een fotootje waarop ze, tenger en nauwelijks herkenbaar, aan de rand van een weide tegen de zon in kijkt.
De frequentie van de briefwisseling neemt langzaam af. ’s Zomers blijf ik thuis en werk op het strand in Bergen aan Zee.

Januari 1967
Na het HBS-eindexamen ga ik in dienst. Geen parate troep maar een betrekkelijk saai bestaan in onder meer Havelte.
Uit verveling begin ik de frequentie van de  briefwisseling met Mireille op te voeren. 
Daarbij geholpen door een collega-officier met een hoog examencijfer voor Frans en liefde voor die taal. 
’s Avonds in het Protestants Militair Tehuis werken we, Frans woordenboek bij de hand, gezamenlijk aan allengs langer wordende brieven waarin ik verslag doe van de wederwaardigheden in Nederland en Mireille vraag naar de ontwikkelingen in Parijs. Haar retourbrieven worden ook steeds langer maar bovenal intiemer. Ze schrijft over de scheiding van haar ouders, de perikelen met haar jongere broertje, de vorderingen op het Lycée en een bijbaantje. In de laatste alinea’s en de afkondiging bezigt ze meer en meer een woordgebruik dat bekend voorkwam uit Franse chansons en lijkt te wijzen op het ontstaan van verliefdheid. Die tekenen van verliefdheid dringen echter niet zo goed tot ons door en gezamenlijk blijven wij de brieven beantwoorden.
Na de zomer nodigt zij me uit naar Parijs te komen. Inmiddels woont ze met haar moeder en broertje in een appartement, Rue Pelleport, 20e arrondissement. 
Ik besluit naar Parijs te gaan.

Kerstvakantie-Nieuwjaar 1967-68 
Tweede kerstdag vertrek ik naar Parijs. Bij aankomst op Gare du Nord staat Mireille aan het begin van het perron, een jonge stevige vrouw in bontjas en met dito muts. Als ze me omarmt en kust prikken de bontharen in mijn oor en hals. Eén ding is direct duidelijk: deze wereldse Parisienne is drie maten te groot voor mij als provinciale jongen uit Bergen aan Zee.
Eenmaal in het typisch Parijse appartement (binnenplaats, conciërge en krakende lift) sluit ze de gordijnen en opent een radiomeubel in de hoek. Vanuit de luidsprekers zingen de Platters: “Only you, you are my destiny”.
’s Avonds maak ik kennis met haar (werkende) moeder en broertje Philippe. De volgende dagen kennen een vast stramien: na het ontbijt met haar jengelende broertje bezoeken we de toeristische highlights van Parijs: Notre Dame, Sacre Coeur etcetera.
Maar ’s avonds blijkt Mireille deel uit te maken van een vriendenkring die in ‘barretje Hilton’ niet zou misstaan. We bezoeken cafés waar ik zelfs in een broekband een pistool ontwaar. Ergens in die week worden we uitgenodigd voor een wedstrijd catch-as-catch-can in Cirque d’Hiver. Lijkt achteraf verdacht veel op de ambiance waarin je Badr Hari denkt te ontmoeten.
Gaande de week begin ik me steeds onprettiger te voelen. 
Oudjaarsmiddag zou ik de trein terug nemen. Maar een indringend gesprek met haar – in een café tegenover Gare du Nord en Philippe aan de flipperkast – leidt ertoe dat ik de trein naar huis mis.
Nieuwjaarsnacht (Saint Sylvestre) eten we, buitenshuis, met haar illustere vrienden. Tijdens de nazit lijken enkele kompanen het gemunt te hebben op het geld van een arts uit Marseille die ze ter plekke hebben ontmoet. Reden voor mij het gezelschap te verlaten. Ik haal bij Mireille thuis mijn spullen op, neem afscheid van haar moeder en Philippe en verblijf nog uren op een verlaten Gare du Nord in afwachting van de trein naar Amsterdam.

Weken later ontvang ik van de moeder van Mireille de bundel “Les Fleurs du Mal” van Baudelaire. Voorin een opdracht waarin ze me bedankt voor de zorgvuldige omgang met haar dochter.

Nadien nog eenmaal contact gehad met Mireille. Zij is later getrouwd met een Franse diplomaat maar voordien ook nog even psychiatrisch behandeld.

Haye van der Werf is redacteur van KomenskyPost

Geef een reactie

93 − = 87

Translate »