Frits van Kouwenhove

In 1997 voor mijn werk drie keer Rusland bezocht. Het Rusland van Jeltsin dat langzaam afdreef naar armoede. Tijdens onze bezoeken aan St. Petersburg (2x) en Moskou (2x) zag je het land de geneugten van het westen importeren en tegelijkertijd de kloof tussen de rijken en het gewone volk toenemen. Los van die observatie waren de drie bezoeken, met één combi, overweldigend.

Eind januari 1997 landden wij in een flinke sneeuwbui met hevige turbulentie het op het vliegveld Sjeremetjevo in Moskou. Een Nederlands gezelschap, bestaande uit drie medewerkers van het Instituut voor Leerplanontwikkeling SLO, een onderzoeker van de Universiteit Twente en een Nederlandse uitgever. Doel van het bezoek was de implementatie van een Bulletin Board System (BBS) naar analogie van het Nederlandse SLO-lijn dat in de jaren 90 in Nederland vrij succesvol was. Het Nederlands-Russische ICT-project, overladen met subsidies, werd in Rusland gedragen door Moscow State Pedagogical University (MSPU) en de St. Petersburg State University. In de slipstream van het project moest er ook een e-mailuitwisseling komen tussen Russische en Nederlandse leerlingen uit het voortgezet onderwijs.

Stress onderweg naar Schiphol

De reis naar Schiphol is een verhaal op zich. Naar Moskou vliegen was voor mij de tweede vliegreis in mijn leven. Rond 1985 een keer voor een vakantie naar Barcelona gevlogen, daarna nooit meer in een vliegtuig gezeten. Als je in Oost-Groningen woont en aan het begin van de middag van Schiphol moet vertrekken en met de trein naar Schiphol gaat, is het op tijd vertrekken en geen tijdsverlies oplopen door vrijwel zekere overstapproblemen. Vandaar dat mijn vrouw mij ruim op tijd op het station in Groningen had afgezet. Geen boemeltje vanuit Winschoten, gewoon de rechtstreekse trein vanuit Groningen naar Schiphol. Ik zou meer dan een uur voor de incheck op Schiphol zijn. Dat liep echter anders. 
Tot station Zwolle reden wij keurig op tijd. Na 150 meter uit het station stond de trein ineens stil, informatie sijpelde spaarzaam richting reizigers en de ongerustheid in het 1e klas gedeelte nam toe (er waren flink wat reizigers die een vliegtuig moesten halen). Na een ruim drie kwartier werd de trein teruggesleept naar station Zwolle. Iedereen eruit en wachten tot een trein richting Amsterdam/Schiphol. 
Een mobieltje was in die tijd een zeldzaamheid. Slechts één persoon in het 1e klas gedeelte had er één. Gebruikend makend van dat mobieltje mijn projectleider SLO gebeld, nam niet op. Vervolgens mijn vrouw gebeld met het verzoek mijn SLO-collega te blijven bellen om te regelen dat ik vlot op Schiphol door zou kunnen, als ik er nog zou arriveren. 
Nog geen half uur voor het vertrek van het vliegtuig kwam ik met mijn zware koffer (daarover later meer) op Schiphol aan, rennend naar de incheckbalie (echt voordringend en ondertussen maar roepen dat mijn vliegtuig op het punt stond van vertrekken). De medewerker bij de balie regelde dat ik vlot door de douane kwam, de medewerker bij de boarding werd ingelicht en mijn koffer zou misschien nog op tijd het vliegtuig inkomen. In sprint (was toen 42 en toen kon ik dat nog) naar de gate. Vijf minuten voor vertrek kwam ik het vliegtuig binnen waar mijn collega’s verbaasd keken met een blik ‘waar bleef je nou’. 

Moskou

De passage van de douane op het vliegveld van Sjeremetjevo was memorabel. Onze koffers zaten vol met spullen die wij in Moskou zouden achterlaten, immers aan veel zaken was gebrek.  Mijn koffer was naast wat noodzakelijke kleding vooral gevuld met pakken A4 papier (vandaar dat rennen met zo’n koffer van station Schiphol naar de incheckbalie een topprestatie was). Die van een SLO-collega met een aantal modems (cruciaal voor het gebruik van het BBS). Ik kwam de douane door, hij niet. Pas na bemiddeling van onze Russische collega’s van de MSPU kon hij door.

In een volgepakt busje reden wij ver boven de maximumsnelheid door het koude Moskou over wegen die vol gaten zaten. Onderweg werd gestopt bij een kraampje waar wij flessen water konden inslaan. Tijdens de rit was ons al te verstaan gegeven nooit uit de kraan te drinken, dat was meer chloor dan water (als je douchte had je hetzelfde water, je waande je in een zwembad). Ons verblijf was het guesthouse van de MSPU. In het gebouw had je twee liften, één voor Russen en één voor buitenlanders. In die laatste lift zaten twee knoppen, één omhoog, éen omlaag. Omhoog was de verdieping voor buitenlandse gasten, omlaag de begane grond. In je kamer had je erg hete radiatoren. Dat moest ook wel om het warm te krijgen. De kozijnen waren in een zodanig staat dat je geen raam open hoefde te zetten. 

Moskou als stad was imponerend. Een bezoek aan het middeleeuwse Novodevitsjiklooster in een flink pak sneeuw was, met een Russische gids en onze tolk, door overweldigende rijkdom van het klooster, fantastisch. Het klooster had vrijwel ongeschonden de Sovjettijd doorstaan.  

Op de bijbehorende begraafplaats het graf van Nikita Chroesjtsjov bezocht, Sovjetleider na de dood van Stalin in 1953 tot aan zijn val in het begin van de jaren 60. Als je als leider afgedankt wordt, lig je niet bij de Kremlinmuur.

Het Rode Plein ken je als buitenlander alleen van de tv, de enorme militaire parades ter gelegenheid van de oktober revolutie in 1917 en van de overwinningsparades op 9 mei om de overwinning op de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog te vieren. Als je daar de eerste keer loopt, zie je die tv-beelden weer aan je voorbijgaan. 

De rondleiding in het Kremlin was de moeite waard: prachtige kathedralen en kerken en vooral in de wat modernere gebouwen, hele grote zalen. Het meest opzienbarende was een rondleiding langs de Kremlinmuur. Bij de Kremlinmuur liggen de helden van de Sovjet-Unie begraven. Lopend met onze gids (een docente die dit voor een paar dollar deed om naast haar karige onderwijssalaris wat bij te verdienen) langs de graven, viel één graf op. Het enige graf met een bos rode rozen. Jozef Stalin lag daar begraven, Sovjet-leider na de dood van Lenin in 1924 tot zijn dood in 1953 en verantwoordelijk voor de dood van miljoenen Russen. De gids vertelde dat alleen op dat graf altijd een bos rozen lag. Niet verwonderlijk in een tijd dat Rusland na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 in een economisch moeras terechtkwam. Heimwee naar vadertje Stalin.

St. Petersburg

Later in het jaar St. Petersburg bezocht met hetzelfde doel als in Moskou, een BBS-systeem implementeren en docenten hierin scholen. Petersburg heeft als stad een rijke geschiedenis. Tot de revolutie van 1917 was het de hoofdstad met het Russische tsarenrijk en had een nauwere relatie met het westen dan de stad Moskou die veel centraler in het Russische rijk lag. De Russische revolutie van 1917 vond hier plaats. De grandeur van de tsaren zie je in Petersburg en omgeving nog steeds. Een prachtige stad, ruim opgezet (de bekendste straat Nevski Prospekt is door tsaar Peter de Grote opgezet met als voorbeeld de Champs Élysées in Parijs) met grachten, prachtige paleizen. De stad had in de tweede helft van de jaren 90 nog niet die transformatie naar het meer kapitalistische westen doorgemaakt als Moskou toentertijd. Het voorbeeld van verwestering is een vestiging van McDonalds. In 1990 werd de eerste McDonalds al in Moskou geopend. Halverwege de jaren 90 waren er daar al drie. In 1996 kwam pas de eerste McDonalds in St. Petersburg. 
Het vliegveld van St. Petersburg heeft echter niet de grandeur van de stad zelf. Je landt op wat lijkt het vliegveld van een provinciestadje. Na de landing stap je via een trap ergens op het vliegveld uit, gaat een bus in en maakt een ritje naar de aankomsthal. De stad is vooral bekend van het Winterpaleis (zie de beroemde filmbeelden van bestorming van het Winterpaleis in 1917 door de communisten van Sergei Eisenstein, een bestorming die echter nooit op die manier plaats heeft gevonden), het zomerpaleis Peterhof (op een uurtje rijden ten zuidwesten van de stad), het museum de Hermitage met een enorme hoeveelheid kunstschatten en de Petrus en Paulus vesting. 

Tijdens twee bezoeken aan St. Petersburg de tijd genomen voor een bezoek aan Peterhof en de Petrus en Paulus vesting. Die laatste is een vesting die Peter de Grote op een eiland in de Nevski rivier tegenover het Winterpaleis heeft laten bouwen. De vesting had ook een gevangenis die beroemde bewoners heeft gehad, waaronder de schrijver Fjodor Dostojevski.

St. Petersburg blijf ik mij altijd herinneren doordat wij daar op een avond in een restaurant Alexander Münninghoff, voormalig Rusland correspondent en schrijver, hebben ontmoet. Het restaurant aan de Nevski Prospekt was gevestigd in het voormalige casino.  Via veilgheidspoortjes en enkele zwaarbewapende wachten werden wij toegelaten. Er was zoals in zoveel restaurants een orkestje met een zangeres die op verzoek van Münninghoff Russische liederen ten gehore bracht, waarbij hij instemmend met zijn zakdoek zwaaide. Met hem brachten wij een zeer geanimeerde avond door met heerlijk eten (hij voerde ons door de menukaart) besprenkeld met wijn en wodka en gelardeerd met mooie verhalen over Moskou, St. Petersburg en een inkijkje in de Russische geest.  

De trein

Het derde bezoek aan Rusland was een combi St. Petersburg-Moskou in oktober 1997. Doel van de bezoeken was na te gaan welke voortgang in de projecten zat en wat er nog van onze kant aan verbeteringen een gebracht kon worden. Zoals ook bij projecten in Nederland bleek ook daar de voorgang achter te blijven bij de planning. Omdat in het Rusland van toen alleen iets gerealiseerd kon worden als er van bovenaf initiatief genomen werd, bleven projectleiders, docenten en ICT-medewerkers vooral afwachten. 
Vanuit onze werkgever was het ons verboden om met een binnenlandse vlucht naar Moskou te vliegen. De reisverzekering bleek niet al te veel vertrouwen te hebben in Russische passagiersvliegtuigen. Dus werd het de trein. In mijn herinnering vertrokken wij rond een uur of 10 ‘s avonds en kwamen rond 7.30 uur in de ochtend in Moskou aan 

Eten en drinken

Vaak, veel en lang. Zo kun je het culinaire gedeelte van onze ervaringen in Rusland typeren. ’s Avonds aten wij meestal met onze directe Russische collega’s in een restaurant waar goed en veel gegeten en gedronken werd. Zo ook in Georgisch restaurant in Moskou in wat toen de Novodevichy Proyezd heette. De eigenaar vertelde dat Bill Clinton daar tijdens een bezoek aan Moskou een keer gegeten had en zelfs het toilet daar bezocht had (bordje met een herinnering aan dat memorabele toiletbezoek hing in het toilet). Een boekje met 24 Georgische recepten (met Engelse vertaling) kreeg eenieder van ons als cadeau mee.

Een lunch deelden wij meestal met de groep docenten waarmee wij op dat moment werkten. In onze projectbegroting was daar ook een redelijk bedrag voor opgenomen. Die lunches waren ‘ruim’ en er werd flink bij gedronken. Rond één uur ’s middags gleed al menig glaasje wodka door de keel. Voor ons was zo’n lunch een hele opgave. 

Onze laatste terugreis vanuit Moskou naar Nederland was ook de meest opmerkelijke. Bij de paspoortcontrole bleek dat ons visum een dag verlopen was. De SLO had ons visum een dag te vroeg laten aflopen. Snel naar het vliegtuig bleek niet mogelijk. Wij werden met ons vieren in een kamer gezet, onze vragen werden niet beantwoord en de deur werd dicht gedaan. Vlak voordat het vliegtuig zou vertrekken, bleek dat wij na betaling van een paar honderd dollar een ‘verlenging’ van ons visum konden krijgen en alsnog het vliegtuig konden halen. Ik heb van die verlenging nooit een bonnetje gezien.

Wat na drie bezoeken aan Rusland overheerst, is een gevoel van bewondering voor de ‘gewone’ Rus, die ondanks alles overeind probeert te blijven. Tegelijkertijd een blijvende interesse in de rijke geschiedenis van Rusland en huidige ontwikkelingen. Maar een keer weer teruggaan is onder de huidige politieke omstandigheden in Rusland ‘not done’. 

Met het project is het slecht afgelopen. Ik heb met een tiental leerlingen van mijn school een kortlopend e-mailproject gehad met enkele Russische leerlingen. Daarna is dat gestopt. Voor zover ik weet is de apparatuur die voor het project in Moskou en St. Petersburg is aangeschaft, binnen een jaar voor andere doeleinden gebruikt. Dat zal wel een initiatief van hogerop geweest zijn…..

Frits van Kouwenhove is ICT-expert en was werkzaam bij de SLO en de Universiteit Groningen. Hij publiceert ook over onderwijs.