Minister Arie Slob heeft 13 miljoen vrijgemaakt om iets aan de door de schoolsluitingen opgelopen leerachterstanden te doen. Wat gaat er met dat geld gebeuren? Worden door de scholen goede, doorwrochte plannen gemaakt? Worden eerdere ervaringen gebruikt? Of worden, lekker makkelijk, bij grote bijlesinstituten lessen ingekocht? Van zomerschool, lenteschool, bijles, thuisonderwijs tot aan programmeren wordt hier commercieel aangeboden. We zien op tv, radio en sociale media steeds meer commercials voor bijlesachtige activiteiten. Is hier sprake van de bijl aan de wortel van ons publieke onderwijs? Komt een aanzienlijk deel van de extra gelden die naar de scholen gaan bij de grote bijlesfabrieken terecht? Het valt te hopen dat er kritisch wordt gekeken naar de ingezonden plannen waarop de gelden worden verstrekt.

Marijke Kaatee, voormalig lerares Nederlands is een Nederlandse pionier op het gebied van de zomerscholen. Al meer dan tien jaar kent Amsterdam een succesvolle Zomerschool. Elk jaar bezoeken zo’n honderd leerlingen van groep 7 de zomerschool. De zomerschool biedt een variëteit aan activiteiten, waarbij taal- en rekenvaardigheden een belangrijke rol spelen. Het was de gemeente die in 2009 het initiatief nam voor de zomerschool, Marijke Kaatee schreef het leerplan. De zomerschool is zeker geen kinderopvang voor de zomermaanden. Er worden leuke dingen georganiseerd, maar er moet vooral ook geleerd worden, hiaten moeten worden aangepakt. Ze ergert zich aan de aanbiedingen van kant en klare pakketjes zonder inbedding in de schoolactiviteiten en het leerplan.

“Om achterstanden weg te werken moet je focussen op de basisvaardigheden, werken aan hiaten en allerlei franje weglaten”, stelt Marijke Kaatee tijdens een openluchtinterview in het Amsterdamse Beatrixpark. “Om hiaten te constateren moet je scherp zijn op wat leerlingen kennen en kunnen, los van de methode. Wat moeten ze kennen aan het eind van groep 3, 5 of 7 om zonder verder te struikelen door te kunnen gaan.”

Onderstaande email ontving Marijke onlangs van een bezorgde vader (naam is weggelaten) met een immigratie-achtergrond. Zo’n briefje raakt haar diep.

Beste Zomerschool,

Ik lees een prachtig aanbod voor groep 7. Volgend jaar groep 8. Ik gun deze kinderen. Zij hebben hard nodig. 

Mijn zoon was in 

2020: groep 7 (uitbraak covid) 

2021: groep 8 (nog steeds covid)

2019: 2 weken staking van de leraren

Hij is volgend jaar een brugklasser. Een 2 ongeluk jaren afgelopen tijd. Nu gaat hij een vals start maken. Scheef verhoudingen. Treurig. 

De Stichting xxxxxxxxxxxxxxxxx. Het bestuur/school heeft nul-nada-zerro in deze jongeren geïnvesteerd. Mijn mening. 

Al scholen wat hij op zijn lijst heeft voor middelbare school hebben geen enkel en concreet een aanbod. Niets concreets.

Kunt u iets zeggen? Kunt u mij adviseren!

Mijn dank hiervoor.

Mvg xxxxx

“Achter veel vragen van jonge docenten zit vaak geen knowhow”, stelt Marijke. Op de facebookpagina van leraren Nederlands zie je vragen als Wie heeft een les liggen over…? Wie weet websites met gedichten? Ik wil met mijn klas praten over pesten, wie heeft daar iets voor? Er worden vooral lesjes gemaakt. Kaatee is ook coach en schoolbegeleider en het viel haar op dat veel jonge leraren niet echt boven de stof staan. Dat maakt het knippen en snijden, sprongen maken of stappen terug zetten erg moeilijk.

Wie verwacht dat de Coronacrisis een boost voor haar zomerschool oplevert komt bedrogen uit. Terwijl bij grote groepen leerlingen achterstanden zijn ontstaan zien we dat er tijdens de coronasluiting nagenoeg geen reguliere voorbereidende en krachtige zomerschoolactiviteiten worden georganiseerd. Een gemiste kans?

De alarmerende cijfers over laaggeletterde leerlingen die de school verlaten (ca. 20%) zijn inmiddels genoegzaam bekend. Vaak wordt dat veroorzaakt door problemen met technische lezen, in de eerste groepen van de basisschool ontstaan door didactisch tekortschieten van de leerkracht. Leerlingen hebben te weinig routine in het automatiseren van het leesproces. Er blijkt uit onderzoek ook sprake van een onvolledige woordenschat in de standaardtaal, het Nederlands, maar ook een gebrek aan algemene kennis.

Leerlingen met een migratie-achtergrond zijn geïnteresseerd in hun omgeving. Voor veel leerlingen is die omgeving echter beperkt. Ze spreken thuis een andere taal dan de schooltaal. Ze interesseren zich meer voor Turkse of Marokkaanse clubs. Marijke wil meer verbinding leggen met de stad waar ze in wonen. Daarvoor gebruikt ze jeugdliteratuur zoals het succesvolle boek Kinderen van Amsterdam van Jan Paul Schutten. Het leven in deze stad wordt door de eeuwen heen vanuit het kind-perspectief beschreven. Zo ook in het hoofdstuk ‘Titus’ waarin vriendjes bij zijn vader Rembrandt thuis mogen spelen en de verzameling zien van rare spullen die Titus vader als kunstschilder verzamelt. Men leert dat er nog geen huisnummers op de grachten waren maar dat men via gevelstenen wist bij welk huis men moest zijn. Er worden dan ook stadswandelingen gemaakt om de geschiedenis te ervaren en die eeuwenoude huizen en gevelstenen zelf te zien.

Een zomerschooldag bestaat uit twee dagdelen. Naast dat er gewoon ‘no-nonsense’ onderwijs wordt gegeven zoals het ‘ouderwets’ stampen van de tafels, worden er video’s gemaakt, radio-uitzendingen verzorgd via internet en natuurlijk wordt er ook gesport. Zie http://www.zomerschool-amsterdam.nl/

Deze aanpak is meer dan een aantal cursusjes of bijlessen inkopen benadrukt Marijke Kaatee. Zo zijn er excursies opgezet in samenwerking met het Verzetsmuseum dat gevestigd is tegenover Artis. Nooit geweten dat Artis in de laatste wereldoorlog ook onderduikers verborg. We lezen op site Christenen voor Israel: Zo is er een verhaal bekend over een verzetsstrijder die in het hok van de chimpansees ondergedoken zat. In een kooi ernaast zat de nieuwsgierige gorilla Japie vaak door een gaatje in de wand naar hem te loeren”

Kaatee werkt nauw samen met basisscholen in de westelijke tuinsteden van Amsterdam. Een Zomerklas bestaat uit maximaal zestien leerlingen.

Deze zomer is er ook aandacht voor het ontwikkelen van een leesbaar handschrift door middel van schrijflessen. Leerlingen schrijven minder, vooral het afgelopen jaar, zodoende raken ze routine kwijt en wordt het handschrift slechter leesbaar. Inmiddels weten we uit onderzoek hoe belangrijk een goed handschrift is. Het hebben van alleen een typediploma voldoet niet. Vlot goede aantekeningen kunnen maken is essentieel.

Voor zomerscholen is continuïteit een terugkerend probleem. Men ontvangt voor enkele jaren subsidie en moet het daarna maar zelf zien te rooien. Tot de volgende subsidie wordt toegekend.

Marijke Kaatee benoemt op basis van ervaring het belang van een aantal succesfactoren:

  1. Werk vanuit één leerplan dat je later weer kunt bijstellen. Dat maakt het voor de betrokken leerkrachten ook makkelijk. Ze weten wat hen te wachten staat. De onderwijsinstellingen waarmee men werkt weten dan ook wat de Zomerschool doet en wil. Scholen kunnen leerlingen specifiek verwijzen.
  2. Kies voor een historisch of cultureel thema dat voor alle leerlingen nieuw en leerzaam is. Aan dat thema wordt alles opgehangen, de kerndoelen zijn verwerkt, excursies zijn aanvullend. De uitvoering gebeurt door bevoegde leraren met jarenlange ervaring. Het leerplan en de leerdoelen zijn leidend. Hoe vaker je het hebt uitgevoerd, hoe makkelijker het is je eigen accenten te leggen en variatie aan te brengen.
  3. De groepsgrootte is ook een factor. Maximaal zestien leerlingen met een leerkracht en een assistent (pabostudent). Zo kan je tempo maken en zijn er volgens Kaatee geen dode momenten. Leerlingen krijgen aandacht en kunnen altijd hun vraag stellen en hoeven niet lang te wachten op een antwoord. Sterke en zwakke leerlingen zitten bij elkaar, evenveel jongens als meisjes en iedereen werkt met elkaar samen als dat moet.
  4. Het gaat om de balans tussen echt leren en leuke activiteiten, want het is school tijdens de vakantie.

Het belangrijkste is volgens Marijke Kaatee dat je je voor het onderdeel maatwerk afvraagt: wat doen wij aan wat er vanwege Covid-19 niet op school is gebeurd of kon gebeuren?

Bij een Zomerschool gaat er veel tijd zitten in de voorbereiding. Voor leerkrachten en assistenten moet alles klaarliggen. De materialen zijn besteld en liggen netjes geordend klaar. Dat geldt dus voor de leesboeken, de werkboeken, verbruiksmaterialen, knutselmaterialen, alles dus volgens de naar perfectie strevende Marijke.

Er zijn roosters voor de extra activiteiten. Per activiteit staat op papier wat, waar, hoe, je er komt, hoe je als docent een route moet lopen. De leerkrachten van de Zomerschool hoeven niets zelf te organiseren, te kopiëren, te selecteren. De leerkrachten kunnen zich in drie weken richten op waar ze het beste in zijn: lesgeven. Al hun tijd steken ze dus in het begeleiden van leerlingen. Dat is op een reguliere school vaak wel anders vanwege alle administratieve rompslomp.

Er is een redelijk vast team en nieuwe leerkrachten worden meegenomen in de flow. Ze kunnen bij anderen in de klas (af)kijken en vragen stellen. Voor de start van de Zomerschool is er een bijeenkomst waarin de regels van de Zomerschool worden besproken (wat mag wel en wat mag niet, hoe stuur je leerlingen aan, hoe gaan we op stap, hoe lopen we in de school en op de trappen). Dus vanaf dag 1 is voor alle leerlingen duidelijk hoe het op de Zomerschool toegaat. Alle leraren hanteren dezelfde set regels.

Met ouders sluit men een contract. Leerlingen die tweemaal een waarschuwing krijgen voor hun gedrag (of pesten) worden van de Zomerschool verwijderd. “Met leerlingen die niet willen, of zichzelf in de weg zitten, wordt niet onderhandeld”, zegt Kaatee stellig. “We laten het één leerling niet voor veertien anderen in de groep verpesten. We vallen niet onder de leerplicht. Bij ons staat leren, veiligheid en plezier voorop.”

Leerkrachten worden betaald volgens hun eigen schaal in het onderwijs met een ietsje erbij. Reiskosten worden volledig vergoed voor de leerkrachten die buiten Amsterdam wonen.

Jan Lepeltak