Jan Lepeltak

Kortgeleden gaf Pedro De Bruyckere, publicist, onderwijsonderzoeker en lid van een rockband, een webinar over onderwijs voor, tijdens en na corana. De wijzen komen niet uit het oosten, maar vaak uit het zuiden, blijkt. Het is daarom dat we graag artikelen van Vlaamse collega’s delen. Het is naast de kennis ook de toon die aanspreekt. Anders dan de Nederlandse onderwijsprofessoren, die soms op de Brunsumse heide over elkaar rollen, zien we hier dat kennis en respect elkaar versterken. Daarbij is Pedro een deskundige en interessante spreker als het om onderwijs gaat. Niet voor niets een van de meest gevraagde sprekers van de Speakers Academy.

Pedro begon zijn presentatie met goed Nederlands nieuws over de situatie van voor corona. Uit onderzoek van Unicef bleek dat Nederlandse jongeren tot de gelukkigste ter wereld behoren. Helaas, tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws kennen we: het lerarentekort, de groeiende kansenongelijkheid waarbij de achtergrond van de ouders een grote speelt in de schoolkeuze, de segregatie en de toenemende laaggeletterdheid van schoolverlaters. In Vlaanderen geldt dit voor 1 op 5 leerlingen en in Nederland inmiddels 1 op de 4 leerlingen. Dat was voor corona, en zorgt ervoor dat we voor na corona geen echte nulmeting hebben of de nulmeting moeilijker maakt, stelt Pedro. We weten bijvoorbeeld niet of de achteruitgang verder zou gelopen zijn zonder corona

Voorspellingen komen uit volgens Pedro uit. De heel slimme kinderen redden het wel; de ‘arme’ kinderen uit sociale milieus met lagere en middeninkomens raken achterop. In het Verenigd Koninkrijk is sprake van 22 maanden verlies bij schrijven. In Vlaanderen ontstaat een leerachterstand van 6 maanden. De opgelopen achterstanden zijn vaak langer dan de lockdown-periode waarin de scholen gesloten zijn. Achterstanden ontstaan omdat oefening en repetitie ontbreekt en veel kennis en vaardigheden wegzakken. 
In het VO worden kinderen met hoogopgeleide ouders thuis beter geholpen bij afstandsonderwijs. Positief in het basisonderwijs is wel dat ouders met een lage sociaaleconomische status meer contacten hebben met de school dan voor corona. Maar er zijn ook kinderen die het beter doen. Introverte leerlingen missen hun lawaaiige klas niet. Maar uit een recent Zweeds onderzoek blijkt dat het ontbreken van de meest directe contacten met leerlingen er toe kan leiden dat docenten het onderwijs de rug toekeren. Het lerarentekort neemt zo verder toe.

Richt je op de kernvakken: ‘Cut the crap’

Het feit dat er inmiddels grote sommen geld vrijkomen voor het onderwijs is korte termijn werk. Wat willen we dat ermee gebeurt? Willen we dat we weer op het niveau van voor Corona komen of willen we dat het beter wordt? Pedro, die deze retorische vraag stelt, is hem feitelijk aan het beantwoorden. Wat kan men hieraan doen? Pedro De Bruyckere noemt enkele mogelijkheden: focus op kernvakken (taal en rekenen). Casper Hulshof, redacteur van KomenskyPost en medeauteur van boeken die hij met Pedro De Bruyckere schreef, liet in een artikel eerder zien wat scholen allemaal op hun bordje krijgen. ‘Cut the crap’ zou men zeggen. Zie ”Wat scholen allemaal moeten” en “Wat scholen allemaal nog meer moeten“.
Noemt enkele mogelijkheden die in de meeste landen terugkomen: gebruik zomerscholen; zet verder in op digitalisering; meer handen in de klas of de school. Pik ook het probleem van het groeiende aantal drop-outs op.
Pedro stelt dat bij deze voorstellen ze ook evidence informed dienen te zijn. Al vindt Pedro De Bruyckere terecht dat deze term ook vaak wordt misbruikt. De resultaten en voorstellen van evidence informed onderwijs zijn vaak subtiel en genuanceerd van aard. Gebruikt men evidence informed vooral als label, dan blijken veel nuances verloren te gaan.

Onderwijsonderzoeker Dietrichson en zijn collega’s keken naar de resultaten van 70 met name Amerikaanse onderzoeken. Op basis van hun meta-analyse geeft Pedro een overzicht van interventies die volgens hen wel werken, zoals instructie in kleinere groepen. Lesgeven aan een klein groepje leerlingen werkt beter dan computergebaseerde instructie of het bijhouden van vooruitgang en het zuiver coachen van leerlingen. Systemen met beloningen werken niet. Rekeninterventies werken gemiddeld beter – of correcter: hebben gemiddeld meer effect – dan programma’s die zich richten op lezen of woordenschat. Veel interventies, zo bleek uit onderzoek in de analyse van Dietrichson al, waren ondermaats en haalden de review niet.