“Streef er alsjeblieft niet naar om iedereen een hbo- of universitaire-opleiding te laten volgen”

KomenskyPost heeft gesprekken met mbo-docenten over hun loopbaan en beroepskeuze.  Aan het woord is Mart Kouwenberg, 28 jaar, bijna vier jaar leservaring als docent bedrijfsadministratie en bedrijfseconomie op een mbo-school in Boxmeer.

Door Ankie Cuijpers

“Als je pas begint als docent dan kijk je terug op je eigen schooltijd en neem je docenten  van toen als voorbeeld. Dat zijn voor mij docenten waarbij het prettig was om naar hun verhaal te luisteren”, aldus Mart.

Hij volgt het vwo aan het Mondriaan College in Oss van 2000-2007. “Ik heb een leuke tijd gehad op mijn middelbare school en een jaartje extra was beslist geen straf. De sfeer op school was heel goed en vooral het contact met docenten was erg prettig.” Leren heeft hij altijd graag gedaan, maar zijn eerste keuze planologie bleek niet zijn gedroomde opleiding. Na een half jaar aan de Radboud universiteit houdt hij het studeren even voor gezien. “Collegebanken, papers schrijven en heel veel theorie is aan mij niet besteed”, legt hij uit.  Hij vertrekt dan voor een half jaar naar Nieuw-Zeeland waar hij familiebanden heeft. Een dik boek over studie-opleidingen zit in zijn rugzak.

Mart spreekt vol lof over het mbo. “Het is een mooie combinatie van praktijk en theorie. De student in het mbo maakt een bewuste keuze voor een beroep en dat merk je in de motivatie, die is goed. Tenminste bij de meeste studenten”, merkt hij lachend op. “Een groot deel van onze beroepsbevolking komt uit het mbo. Streef er alsjeblieft niet naar om iedereen een hbo- of universitaire-opleiding te laten volgen. De mbo’ers zijn hard nodig”, vervolgt hij.

Na terugkomst in Nederland meldt hij zich aan bij Avans in Den Bosch voor de 3-jarige opleiding bedrijfskunde (MER). “Ik voel me beter thuis bij klassikaal onderwijs, waar tijdens de lessen interactie plaatsvindt, dan in een collegezaal. Bovendien loop je stage en de opleiding is heel breed.” Na zijn diplomering volgen enkele omzwervingen als zzp’er met een eigen klusbedrijf (ervaring opgedaan tijdens de verbouwing van zijn eigen huis), bij een jachtbouwer en tenslotte intercedent bij een uitzendbureau. In deze functie komt hij bij veel bedrijven en begint hij zich af te vragen, wat past eigenlijk bij mij.

Uiteindelijk is de herinnering  aan zijn eigen middelbare schooltijd de reden om voor het docentschap te kiezen. Bovendien vindt hij het salaris van een startend docent aantrekkelijk en ook de vakanties. Voor Mart zijn dat echt vrije dagen. Als oud-docent kijk ik enigszins bedenkelijk bij de laatste opmerking. Wanneer doe je dan je voorbereiding en al dat soort zaken? “Gewoon, hier op school”, antwoordt hij als vanzelfsprekend,  “Ik werk vier dagen en ik heb éen dag ouderschapsverlof. Ik geef vijftien uur les en ik heb verschillende taken.” Zo kan het dus ook.

Mart kiest voor de eenjarige voltijdopleiding tot tweedegraads docent.  De opleiding bestaat uit  pedagogiek- en didactieklessen en stages. Binnen twee weken, tijdens zijn eerste stage aan het mbo-college De Maasvallei in Boxmeer (onderdeel ROC Nijmegen), ontstaat er een vacature van 0,5 fte voor een docent bedrijfsadministratie en bedrijfseconomie. Hij neemt de baan aan. “Ik had het gevoel, dat ik er klaar voor was.” Zelfvertrouwen kan men Mart niet ontzeggen. Iets wat je volgens hem zeker moet uitstralen als je voor de klas staat. “Je moet een bepaalde persoonlijkheid hebben en daar wordt bij de eenjarige docentenopleiding niet goed op geselecteerd”, oppert hij.

Als stagebegeleider behoudt hij de verbinding met het werkveld. Iets wat hij heel belangrijk vindt. Als docent heb je een sleutelrol tussen bedrijf en school. “Je moet zorgen dat je iets moois maakt van je lessen. Doe maar gewoon zoals je bent en ontdek wat een student nodig heeft.” De interactie met de studenten vindt Mart het meest boeiende aan het docent zijn. Het gaat zeker niet altijd over zijn vak, maar ook over alledaagse dingen.

Hij sluit af met de vraag: “Waarom zou je geen docent willen worden?“