Het is  de tijd van kerst en traditioneel hoort daar een kerstvertelling bij.  In KomenskyPost delen we de komende dagen herinneringen aan de tijd rond kerst . (Oud)-docenten delen hun verhaal.  Vandaag deel 4

Door Ankie Cuijpers

Uit mijn jeugd herinner ik mij die ene keer na de nachtmis. Het was het ultieme kerstgevoel: in een onverwacht witte wereld terechtkomen, de nacht tegemoet. Thuis wachtten ons de warme chocomel en worstenbroodjes om de slechts met een hostie gevulde maag tevreden te stellen. Je moest destijds vele uren nuchter blijven, alvorens je de hostie, het lichaam van Christus, mocht ontvangen.

Ook dit jaar zou het een witte kerst worden. Als mentor van een tweede jaars lhno-klas (vmbo-kader) had ik samen met de leerlingen de traditionele kerstviering voorbereid. Het lokaal ademde al kerst, want meteen na 6 december tooiden de kerstslingers mijn lokaal. Dat voelde toch al wat meer Duits, het vak waarin ik les gaf. Andere  versieringen kwamen op de ochtend van de laatste schooldag voor kerst, want lessen waren er niet meer. Servetten, papieren bordjes en plastic bekers met bestek lagen keurig uitgestald op de tafeltjes.  Voor de drank, cola, sinas en 7-up, hadden de leerlingen zelf gezorgd. Het kerstbrood en de chips zorgden voor de innerlijke mens. De felle t-lampen deden die ochtend geen dienst. Het zachte licht van veel waxinelichtjes zorgde voor een warme sfeer en op de achtergrond klonken de tonen van de gebruikelijke kersliedjes. Het voelde goed. Behalve samen de maaltijd  nuttigen en spelletjes, hoorde ook een mooi kerstverhaal tot het programma. Volgens mij kwam het uit een of ander vrouwentijdschrift. Dan wist ik zeker dat ze dit nog nooit hadden gehoord  en was het ook niet te lang.

Na afloop ruimden enkele leerlingen op. Na een hartelijk afscheid bleef ik alleen achter en keek tevreden rond. Het lokaal zag er keurig uit. Ik trok alvast mijn jas aan en liep naar de langgerekte wasbak van aluminium achterin het lokaal. Zo eentje die je meestal alleen in handenarbeid- en tekenlokalen ziet. Ik had gevraagd om de waxinelichtjes daarin te zetten en vooral niet in de prullenbak te gooien.  Na de vakantie zou ik ze dan wel opruimen.  Een blik in de wasbak volstond om dat idee snel te laten varen. De lichtjes lagen omgekieperd in de wasbak tussen het gestolde kaarsvet. De jas heb ik maar weer uitgetrokken om een uur later het zweet van mijn voorhoofd te vegen, want kaarsvet is een hardnekkig iets.  Een troost: het sneeuwde zachtjes toen ik de school verliet.