Ben Wilbrink gaat voor KomenskyPost in op het debat tussen Luc Stevens en Paul Kirschner tijdens de eerste dag van de parlementaire hoorzitting die gehouden werd naar aanleiding Onderwijs2032.

de leerling ontwikkelt kennis en vaardigheden door creativiteit en nieuwsgierigheid in te zetten

Hebt u enig idee waar het bovenstaand citaat vandaan komt? De uitspraak staat voor een typische poging om het onderwijs op te trekken tot de 21e eeuw door het te bezwangeren met 19e-eeuws gedachtegoed.

Het citaat is zo ongeveer het inhoudelijke begin van het Eindadvies van het Platform Onderwijs 2032, de titel van sectie 2.1 die op bladzijde 21 begint. De Tweede Kamer moet er nog iets mee, met dat Eindadvies, en organiseerde twee rondetafelgesprekken om zich nog eens direct te laten informeren voorafgaand aan het eigen debat op 20 april. De eerste ronde was 13 april (de 2e is 19 april). Er is een kostelijke video van beschikbaar:

https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/curriculumherziening-po-en-vo

Die video is subliem onderwijsmateriaal met eenvoudige ingangen op de bijdragen van de insprekers. Een goede samenvatting verscheen al op didactiefonline.nl van de hand van Monique Marreveld. In mijn blog ga ik wat dieper in op de psychologie van wat er gebeurde tussen Luc Stevens en Paul Kirschner, onder andere.

Over ‘Onderwijs 2032’ is een zweem van belachelijkheid komen te hangen, volkomen terecht natuurlijk, alleen al in perspectief van de waarschuwingen van de Commissie Dijsselbloem. Wat is namelijk het geval? Naast de analyse van Arjen Lubach is er de stellingname van het Platform Onderwijs 2032 zelf, en wel deze, op bladzijde 21 van het Eindadvies, zo ongeveer de kern van het advies, niet zomaar een voetnoot:

Toekomstgericht onderwijs cultiveert en bevordert de van nature nieuwsgierige houding van leerlingen. Ze leren relevante kritische vragen te stellen en strategieën te ontwikkelen om antwoorden op die vragen te formuleren. Op die manier ontwikkelen ze kennis, die ze vervolgens gebruiken om verbanden te leggen en tot nieuwe inzichten te komen.”

Het is alsof Sir Ken Robinson hier de openingszin schrijft. De  rest is slecht Nederlands, zoals het hele Eindadvies. Op welke manieren dit psychologische onzin van de bovenste plank is komt in het volgende nog aan de orde (bedenkt u het intussen zelf). Het moment is daar om nu naar de rondetafel te kijken, het tweede blok, dat begint met Luc Stevens. Ik weet niet welke invloed Luc Stevens op het Eindadvies van Onderwijs 2032 heeft gehad, maar wat gebeurt er in de rondetafel om 13:33: hij komt met het citaat dat hierboven al is gegeven! Hij vindt het een mooie synthese van vakoverstijgende bekwaamheden en vakinhouden. ‘Kritische vragen leren stellen’ is bij Stevens het verwerven van een vakoverstijgende bekwaamheid, en dat is een generieke vaardigheid, een vaardigheid van de 21e-eeuw. Stevens heeft hiermee voor Paul Kirschner, die vervolgens aan het woord komt, de bal voor open doel gelegd.

Paul Kirschner had zijn inbreng voorbereid met exact dezelfde Eindadvies-passage als die van Stevens. De mimiek van Kirschner tijdens de inbreng van Stevens wees er al op dat er een verrassing zat aan te komen! Kirschner spitst het toe op de tweede en derde zin, en kwalificeert wat hier staat, en door Stevens zojuist nadrukkelijk is onderschreven, als volgt:

Dit is geen didactiek, dit is geen onderwijspsychologie, dit is geen cognitieve psychologie, maar een ideologie.” 

Uit de cognitieve psychologie, het vak van Kirschner, is volstrekt duidelijk dat kennis een voorwaarde is voor kritisch denken; dat kritisch denken dus geen generieke vaardigheid is, maar een kennis-specifieke. Kirschner kan natuurlijk ook wel creatief een brug ontwerpen, maar raadt iedereen af daar dan ook over te gaan rijden. Mooi beeld, trouwens. Beluister verder de video voor de glasheldere positie die Paul Kirschner hier inneemt, een positie die precies omgekeerd is aan die van Luc Stevens. Dat ontgaat de kamerleden natuurlijk ook niet. Mevrouw Becker (VVD) vraagt of de beide heren eens willen reflecteren op elkaars positie; Van Meenen (D66) sluit zich daarbij aan: geef beide heren vooral ruim de tijd.

Het is brisant hier Luc Stevens (pedagoog) en Paul Kirschner (psycholoog) tegenover elkaar te vinden. Progressivisme (zo heet de ideologie wereldwijd, het gaat hier immers niet om de persoon Stevens) tegenover cognitieve psychologie. Begin 19e eeuw tegenover begin 21e zeg maar. Dat blijkt ook: Stevens komt met de eeuwenoude romantische gedachte dat schools leren net zo natuurlijk moet kunnen zijn als het leren van de moedertaal. Het is verdraaid goed dat we Stevens in deze hoorzitting hebben, want dit idee is tenminste impliciet aanwezig bij alle voorstanders van leuk en boeiend onderwijs, projectonderwijs en wat niet zoal te vinden is in Onderwijs 2032. Kirschner reageerde er onmiddellijk op met verwijzing naar het onderscheid tussen het biologisch primaire leren van moedertaal en biologisch secundaire schoolse leerprocessen, zoals te vinden in het onderzoek van Geary:

Tricot & Sweller: ‘Domain-Specific Knowledge and Why Teaching Generic Skills Does not Work’ http://andre.tricot.pagesperso-orange.fr/TricotSweller_revised.pdf  (o.a. over Geary’s werk).

Waar komt het op neer: wij zijn evolutionair toegerust op, onder andere, verwerving van moedertaal, samenwerken, en eenvoudig probleemoplossen (primair).
Hoe anders ligt dat bij culturele kennis: dat is een nieuw fenomeen in onze evolutie. We moeten er echt veel moeite voor doen om die te verwerven: lezen, schrijven, rekenen, wereldkennis, literatuur, nieuwe talen, wiskunde (secundair).
Het gaat echt fout wanneer we denken dat die kennis en vaardigheden ‘op natuurlijke wijze’ te verwerven zijn door interessante projecten te doen. Als die kennis nog nodig is, tenminste, want kennis zit tegenwoordig in apparaatjes, volgens Paul Schnabel, voorzitter van het Platform; of in Google, volgens Andreas Schleicher van OECD PISA faam.
Dat onderscheid primair-secundair is absoluut de kern van wat onderwijs zijn eigenheid geeft. Ik heb het een beetje uitgelegd, maar blader vooral dat artikel van Tricot en Sweller door (link hierboven). Merk op dat Tricot en Sweller erop wijzen dat ‘generieke vaardigheden’, zoals die van de 21e eeuw, niet bestaan. Kwamen we dat hierboven al eerder tegen?

Het tweegesprek gaat door. Stevens: “Motivatie is zo geweldig belangrijk, we moeten leerlingen motiveren” (dan volgt dat natuurlijke leren vanzelf). Kirschner: “De volgtijdelijkheid is omgekeerd: succes bij het leren baart motivatie.” En zo is het. Nergens zo mooi beschreven als door Ericsson en Pool in ‘Piek – hoe gewone mensen buitengewoon kunnen presteren’. Moeten kamerleden hier iets mee? Ze roepen al gauw: dat is didactiek, daar gaan wij niet over. Natuurlijk moeten ze er iets mee: als er over de hele breedte van het onderwijsveld leuterpraatjes over motivatie en natuurlijk leren worden verkocht, is dat ‘een directe zorg voor de overheid’ (Tweede Kamer).

Kwint (SP) vraagt Kirschner nog eens uit te weiden over kennis en kritisch denken. Kwint en Kirschner missen hier de kans om de naast Kirschner gezeten Joke Voogt aan te spreken op haar pleiten voor precies die ‘vaardigheden van de 21e eeuw’, zoals ‘generiek kritische denken’. En Bestaan ze wel, die ‘generieke vaardigheden’? Want Kirschner legde het even eerder uit ten aanzien van kritisch denken: ‘generieke vaardigheden’ bestaan immers niet. Voogt zegt hier dat veel landen er juist hun onderwijshervormingen op hebben gebaseerd en dat ze daar succes mee geboekt zouden hebben. Een belangrijk onderwijsjournalistiek thema, denk ik dan zomaar. De gekkigheid van die niet bestaande ‘21e-eeuwse vaardigheden’ moet een keer stoppen, niet dan?

Ik ben spaarzaam geweest met links naar achtergrondmateriaal. De reden is dat ik veel wetenschappelijke literatuur, evenals veel blogs, in het debat over conventioneel versus progressivistisch onderwijs, bijeengebracht heb in mijn blogserie over wetenschappelijk onderbouwing van het Eindadvies Onderwijs 2032 (onderbouwing die er niet blijkt te zijn):

https://onderwijs2032sciencecheck.wordpress.com/2016/04/11/het-advies-van-platform-onderwijs-2032-is-het-wetenschappelijk-verantwoord/

Ben Wilbrink is onderwijspsycholoog