Door Haye van der Werf

Veel romans of gedramatiseerde boeken over het mbo zijn er niet.
Mogen de gymnasia, het vwo en natuurlijk de universiteiten zich nogal eens verheugen in de belangstelling van Nederlandse schrijvers; het mbo is wat dat betreft maar karig bedeeld.
Helemaal als het over de inhoud en de organisatie van het onderwijstype zelf gaat.
Het proefschrift van Leo Lenssen – hij stond aan de basis van het Amarantis drama – heeft een welhaast poëtische titel (“De eenzame fietser”) maar daarmee is het wel zo’n beetje gedaan met de roc’s in de Nederlandse literatuur.

Maar Lucas Zandberg doet met zijn nieuwe boek ‘De Rendementsdenker’ een moedige poging.
Hij studeerde Engels, schrijft artikelen voor de ‘populaire weblog Tzum’ en was enige jaren docent op het ROC Leiden.
Die ervaring, gekenmerkt door de zijn inziens funeste onderwijsvernieuwingsplannen en de realisatie van een megalomane onderwijsfabriek in het centrum van die stad, is de voedingsbodem voor de roman. Hij situeert deze in het noorden van het land maar door de naamgeving (ROC Leyderschans) en de beschrijving van gebeurtenissen kan een beetje insider moeiteloos de gebeurtenissen rond het ROC Leiden herkennen. In de roman worden de hoofdrollen vertolkt door Robert Witteveen, de enthousiaste net afgestudeerde leraar Engels die aan zijn eerste (inval-)baan begint en Margot Steenstra, afkomstig uit een baan bij de politie, als ambitieuze kersverse sectormanager.
In wisselende hoofdstukken wordt de gang van zaken steeds vanuit het perspectief van één van beiden beschreven en becommentarieerd. Daarnaast wordt, als zijlijnen, een inkijkje gegeven in hun persoonlijk leven en de ontwikkeling daarvan.
Kern van de roman is de ontwikkelingen binnen enkele teams tegen de achtergrond van de – mede door externe adviseurs – geïnitieerde onderwijsvernieuwing en de bouwkundige grootheidswaan van het College van Bestuur.

Waar het de beschrijving van de school, het onderwijsteam en het management betreft gaat Zandberg helemaal los. Weliswaar komt de roman stilistisch wat moeizaam op gang maar eenmaal de vaart erin wordt geen platitude geschuwd en staan de sluizen van de ironie, de etikettering en de overdrijving wijd open. Dat leidt enerzijds tot herkenning maar ook tot opgetrokken wenkbrauwen. ‘Zo erg kan het toch niet wezen!’
Zo erg is of was het in werkelijkheid ook niet, zelfs niet op het ROC Leiden. Maar desalniettemin zet die overdrijving je wel op het spoor van de modieuze prietpraat die af en toe gebezigd wordt, de verwijdering tussen onderwijsteams en management en het soms heilige geloof in de zelfredzaamheid van de studenten, de zegeningen van de ICT en de overdreven behoefte aan de verantwoording en het ‘Rendementsdenken’.
In de dialogen tussen de docenten onderling en een verbale aanval op het management in een teamvergadering herken je de frustratie zoals deze zich voordoet in docentenkamers, op eindejaarsborrels en in lerarenvergaderingen zonder teamcoördinator.
Maar wat ontbreekt  – de vraag is of dat moet in een roman – is een analyse van de ontwikkelingen en uitdieping van romanfiguren verder dan een karikatuur.
‘De Rendemenstdenker’ is eerder een parodie dan een realistische roman. Maar juist die overdrijving opent de ogen voor  ontwikkelingen die, weliswaar meestal in een homeopathische verdunning, in heel wat roc’s of scholen plaats vinden.
Daarmee is het een leerzaam boek dat nog vlot leest ook.

NB 1) Hoe dun de scheidslijn is tussen de werkelijkheid en de overdrijving blijkt wel uit het artikel in deze Komensky Post over Peter van Mulkom, bestuurder ROC Nijmegen.

Citaat: “Ik had de behoefte om mezelf te ontwikkelen. Deels uit nieuwsgierigheid wilde ik andere zaken oppakken, maar ook iets opstarten en kunnen relativeren,  dat anderen het daarna zonder mij kunnen. Loslaten dus. Zeker ook vanuit de visie dat succes niet persoonsafhankelijk is en je innovatie moet verankeren.”

Met name de laatste twee zinnen (‘Loslaten’ etc.) staan bijna letterlijk in ‘De Rendementsdenker’.